11. Landen vol boevenvolk

Dreun, dreun, dreun, dreun, dreun. Door een oorverdovende beat barstten duizenden trommelvliezen uit elkaar. Velen deden een (soort van) dansje: voetjes kwamen massaal van de grond, armen gingen de lucht in. Er werd met bakken energie gesmeten, het zweet gutste rijkelijk onder een zomers zonnetje. De sfeer zat er goed in, lekker man. Wat krijg je toch een dorst van dit alles. Niet voor niets vonden flesjes water gretig aftrek, dat blijft immers de beste en gezondste dorstlesser. Wat een collectieve wijsheid zeg, ik kreeg het er helemaal warm van. Hoewel… Hier is overduidelijk meer aan de hand. Met een beetje oplettendheid valt het niet te missen: de omhelzingen, de dromerige blikken en het (niet) subtiele gekauw, de overdreven gezichtsuitdrukkingen en de run op waterijsjes. Naar mijn voorzichtige inschatting had het merendeel van de festivalgangers een pilletje op. Of iets anders. He, maar dat soort spul is toch verboden? Ja, dus? We doen het lekker toch. Organisatoren, barmedewerkers, bewakers, al die bloedneuzen knijpen gewoon een oogje dicht voor ons. De klant is immers koning.

Als onderdeel van de kudde herkauwende knuffelkonten deed ik vrolijk mee met de menigte. De MDMA had me in een almachtige roes ondergedompeld en dat vond ik allerminst schandelijk – verre van zelfs. Blij dat ik was joh. Ik genoot van het moment, de muziek, sfeer, interacties met willekeurige vreemdelingen en het gezelschap van mijn vrienden. Alles was zo puur, zoveel intenser, mooier, beter. Zoals gebruikelijk stond ik gewoon ‘mijn ding’ te doen. Hoewel ik door een grote mensenmassa werd omringd was ik even helemaal weg. Weg in mezelf, weg in de diepe roes van het moment der perfectie. Opeens was ik ‘eruit’: de capriolen van iemand verderop trok mijn aandacht. Geamuseerd stond ik naar zijn schaamteloze gewaus te staren. Alsof hij het aanvoelde keek hij opeens mijn richting op. We wisselden een korte blik uit, schoten onmiddellijk in de lach en gaven elkaar een boks. In alle blijheid schoot ik mijn maten aan. Ze hadden het moment gemist maar moesten ook lachen. Om mij, welteverstaan. Blijkbaar keek ik als een kale boef uit mijn doppen. ‘Wat een pupillen zeg, niet normaal meer’. Hun advies om een zonnebril op te doen sloeg ik in de wind. Waarom het overduidelijke proberen te verbergen, laat me de zaken bekijken zoals ze werkelijk zijn. En vice versa.

We hadden nog een inhoudelijk onderonsje. Wat hele specifieke stofjes wel niet doen met emoties, groepsdynamiek en de perceptie van de werkelijkheid! Een hele (creatieve) wereld die zich openbaart, zo bijzonder. Het is iets compleet onvoorstelbaars voor mijn jongere zelf. Destijds moest ik er helemaal niets van hebben, en daar had ik gegronde redenen voor. Toen ik professionele hulp ontving (voor gedragsproblemen) kwam ik alleen met de negatieve aspecten van drugs in aanraking. Dat beïnvloedde mijn beeldvorming, bovenop een gemoedstand die er niet naar was. Het ontbrak me nog aan de benodigde mentale stabiliteit, zelfvertrouwen en zelfcontrole. Onder zulke omstandigheden ligt gebruik met de verkeerde onderliggende drijfveren op de loer: denk aan ongemakkelijke emoties verdoven, zwichten voor groepsdruk of wegvluchten voor een existentiële leegte. Dan kan gebruik snel omslaan in misbruik, met alle verwoestende gevolgen van dien. Daarnaast was – en is – het mijn overtuiging dat zulke middelen geen vereiste zijn om je gelukkig te voelen, een goede tijd te hebben of inzichten op te doen. Verstandig ontweek ik het, net zo lang totdat ik echt klaar was voor gedoseerde en voorzichtige experimentatie. Toen het zover was deed ik dat op mijn manier, met mijn voorwaarden, doseringen, vertrouwelingen, overtuigingen en persoonlijke drijfveren. Eindelijk dreef de altijd onderdrukte nieuwsgierigheid naar de oppervlakte. Daar was het dan, open en bloot voor de buitenwereld. Niet langer gehinderd door culturele stigma’s, zwart-wit denken, andermans slechte ervaringen of regelrechte bangmakerij. De boei dreef stabiel, deinde mee met de alsmaar veranderende omstandigheden zonder meegesleurd te worden.

Eindelijk was het zover: de eindbaas verscheen op het podium. In eerste instantie had ik dat niet eens door. Ik wist het pas nadat mijn maat me voor holbewoner uitmaakte. Ja, weet ik veel wie daar stond. In deze teringherrie hoor ik amper verschil tussen hard gedreun, harder gedreun en keihard gedreun. Is er iets verfijnds aan deze gecontroleerde anarchie dan? Hoe dan ook: daar stonden we dan. Als een stel fanatieke pelgrims smachtten we naar het evangelie van de paus. Al interesseerde de hele symboliek eromheen me niet zoveel. Kom nou maar met de boodschap, geef me gewoon meer verpletterend gedreun. Toen ieders geduld eindelijk werd beloond ging iedereen he-le-maal los. Jaja, mooi man. Machtige openlucht kathedraal is dit toch. Met z’n allen kwamen we los – los van de sleur van het dagelijks leven, los van alle vermoeiende verplichtingen, verstikkende verwachtingen en volle agenda’s. Zo werd de collectieve accu opgeladen voor een drukke (werk)week die ons weer te wachten stond. Oh, en daarnaast waren we gewoon het leven aan het vieren met onze (gelegenheids)vrienden. Laat ons, het duurt al zo kort.

Na een knallend slotnummer was het feestje voorbij. Spijtig, maar aan alles komt een einde. Tienduizenden stappen verder en ik ben geen steek opgeschoten. Toch leidt deze broodnodige uitlaatklep ergens toe: voldoening. Voldaan sprong ik op de fiets. Ik stond nog strak, daardoor zweefde ik moeiteloos door de stad (uiteraard zonder helm, hardleerse boerenkinkel die ik ben). In mum van tijd was ik thuis. Met suizende oren lag ik in bed na te genieten, zowel van verse als oudere herinneringen. Schaterlachend dacht ik terug aan mijn compleet bezopen acties als dronken jongeman zijnde. Ha! Toen was ik tenminste nog legaal en maatschappelijk geaccepteerd bezig, want alcohol is absoluut geen drug. Kijk mij nu. Nu ben ik aan ‘de verkeerde kant’ van een cultureel bepaald onderscheid beland – en de bijbehorende wetgeving. Nu kijk ik niet alleen als een boef uit mijn doppen; volgens het rechtssysteem ben ik er ook een. Fijne boel. Misschien moet ik maar terug naar de slijterij of overstappen naar de legaliteit van een smartshop. Dan kan ik mijn gestreepte boevenpak uittrekken, net zoals al die drugstoeristen doen in Amsterdam. Wie weet komt er ooit een moment dat ik een pilletje kan kopen in de smartshop, niet onder de noemer ‘drugs’ maar ‘geestverruimer’. Of misschien wordt ook dit lolletje van ons afgepakt: de tijd zal het leren. Maar ach, wat zijn de gedachtenkronkels van mij en mijn partners-in-crime nou waard? Helemaal niets. We zijn toch maar kansloze en bovenal domme pillenslikkers. Zoals alle junks zijn ze compleet onverantwoord, onwetend, egoïstisch en (zelf)destructief bezig. Allemaal, zonder uitzonderingen. Dus hup: criminaliseren, aanpakken en doodzwijgen die hap, want dat stiekeme gedoe (in andere landen) werkt echt fantastisch. Daarmee verdwijnt het potentiele misbruik van een minderheid vanzelf van de kaart. En daarmee ook alle positieve uitwerkingen voor de meerderheid die wél de benodigde zelfkennis, zelfbeheersing en leervermogen heeft. Prima toch? Nieuwsgierigheid naar andere realiteiten, diepere inzichten en onvergetelijke ervaringen; deze vreselijk onmenselijke behoefte dient onderdrukt en genegeerd te worden. Of, nog simpeler gezegd:

Drugs are bad, m’kay?

> Klik hier voor het totaaloverzicht als dit verhaal naar meer smaakt <

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: