26. Tijd is geld, geld is alles

Stipt op tijd kwam ik aan in het magazijn. Een lange lijst van pakorders en bezorgingen lag voor me klaar. Hoofdschuddend ging ik het na. Altijd maar dat gevlieg en gehol… Zucht. Ik voelde me gelijk opgejaagd. Voor even was ik die haastige race tegen de klok helemaal zat. Daarna dacht ik aan het almachtige loonstrookje. Oh ja. De knop ging automatisch om naar standje werkroes. Na een ochtendje knallen waren de pallets gereed. Het zooitje werd in de bedrijfswagen geladen, alles was klaar voor vertrek. Nou… bijna alles. Ik keek naar de kapotte bevestiging van de zijspiegel en vloekte. Er zat nog steeds ducttape omheen. Amateuristisch gepruts zet geen zoden aan de dijk. In dit geval slaat de spiegel dicht bij hogere snelheden. Invoegen op de snelweg wordt dan een soort Russisch roulette met veel getoeter- en gebarentaal. Wekenlang kaartte ik deze levensgevaarlijke situatie aan bij de leidinggevenden. En wekenlang kreeg ik te horen dat het ‘zo snel mogelijk wordt gemaakt’. Godver, hoe moeilijk kan het zijn? Met buikpijn ging ik de weg op. Vroeg of laat loopt dit fout af…

Na wat spoedleveringen reed ik terug naar de zaak. Het was druk op de snelweg. Er ontstond filevorming en dat had mijn voorganger niet door (afgeleid door het navigatiesysteem). Vol gas klapte hij bovenop diens voorganger. Ik reed dwars door een stortbui van glas, plastic en ander puin. Enigszins overrompeld stopte ik op de vluchtstrook en rende naar het rampgebied. Het aanzicht stond gelijk op mijn netvlies gebrand. In een gevalletje total loss zat de beduusde bestuurder onder het bloed. Hij was amper bij zinnen of aanspreekbaar. Het paniekzweet brak me uit. Ik kreeg allerlei goedbedoelde ingevingen om te helpen. Gelukkig besefte ik dat zo’n spontane actie meer kwaad dan goed kan doen. Stijf van de adrenaline belde ik 112. Ik omschreef het ongeluk zo gedetailleerd mogelijk. Als ‘dank’ kreeg ik instructies over wat te doen, welke ik strikt uitvoerde. Mijn volledige aandacht ging naar hem uit, net zolang totdat de hulpdiensten arriveerden. Toen pas besefte ik de enorme kijkersfile die pal achter me was ontstaan. Opgefokt keek ik naar hele volksstammen die me met een glazige blik aanstaarden. Ik deelde mijn ervaringen met de ambulancebroeders, daarna zat mijn burgerplicht erop. De motor van mijn busje draaide nog, oeps. Na een korte inspectie ging ik ervandoor, wegwezen hier.

Ik was een half uur te laat. De leidinggevende was niet blij met dit kostbare tijdverlies en eiste een uitleg. Hij onderbrak continue mijn verhaal. Volgens hem had ik gewoon door moeten rijden. Op berekende wijze werd me ingepeperd dat hier absoluut geen tijd voor was, want ‘het was al zo druk’. Geen enkele aandacht ging uit naar de verongelukte man. De kille en harteloze houding maakte me misselijk. Ik was nog pissig over de totaal onnodige kijkersfile, zijn reactie gooide nog wat extra olie op het vuur. Met ingehouden woede volgde een pittige woordenwisseling. Discussiëren met een bazige leidinggevende, dat is natuurlijk niet de bedoeling. Een jong pikkie – oftewel goedkoop en makkelijk aan te sturen – moet zijn plaats kennen. Tegengas hoort er niet bij, dwarsliggen evenmin. Jammer dan. Ik stelde een grens en weigerde om nog met een kapotte zijspiegel rond te rijden. Mijn brutaliteit werd beloond met een onmiddellijke opheffing van mijn dubbelfunctie als koerier-magazijnmedewerker (een chauffeur die wel zijn bek houdt was gewenst). De transformatie van manusje van alles naar een gehoorzame waakhond was compleet. Ik moest in het hondenhok blijven en koest zijn. Af! Poot. Geef poot! Braaf.

Die reactie kwam niet uit de lucht vallen. Zulke fratsen waren kenmerkend voor dat woekerbedrijf. Normen en wetten werden structureel overschreden. Oké, als jeugdige snotaap deed ik eraan mee. Tot een bepaalde hoogte weliswaar, maar toch. Op de verhoogde lepel van een heftruck balanceren had wel wat. Een lift krijgen door in de laadruimte te zitten was ook best geinig. Of een beetje klooien met snelle machines. Spanning en sensatie juichte ik toe. Toch gingen dat soort acties me steeds meer tegenstaan, evenals een aantal bijzonder hardnekkige (disrespectvolle) omgangsvormen. Dit soort onzin kan gewoon niet door de beugel, punt. Meermalen kaartte ik mijn zorgen aan. Feitelijk gooide ik daarmee mijn parels naar de zwijnen. Arrogante dovemansoren luisteren immers niet. Prima dat ze me niet serieus namen. Maar wat me écht dwarszat was dat ze schijt hadden aan ieders welzijn. Ik zag alsmaar dezelfde fouten gebeuren. Mijn eerdere voorspellingen kwamen uit. Ik besefte dat deze stroming te sterk was om tegenop te zwemmen. Er knapte iets. Tot hier en niet verder. Loop jezelf niet op te vreten, dit heeft lang genoeg geduurd.

Tijdens een klus kreeg ik een fantastisch idee. In plaats van het eeuwige ‘tandje erbij’ kapte ik ermee. Ik liet het gereedschap uit mijn handen vallen. Nou, het was gezellig. Doei! Zonder om te kijken liep ik naar de uitgang. Achter me barstte een emotionele vulkaan uit. Vlammende verwensingen en bespottingen kregen me niet warm of koud. Als een zenmeester liep ik onverstoorbaar door. De directeur riep me nog na dat ik dit niet kon maken. Met een glimlach sprong ik op mijn fiets en reed weg. Het lawaai van machines, de stompzinnige non-gesprekken, het gezeik: alle herrie verdween voor eens en altijd. Grazende konijntjes en fluitende vogeltjes kwamen ervoor in de plaats. Heerlijk, die rust. Morgen lekker uitslapen en polderporno bekijken. Met binnenpret dacht ik aan wat komen zou. Mijn niet-marktconforme handelen kon niet onbeantwoord blijven, dat was geen hogere wiskunde. Ik zal ongetwijfeld een aangetekende ontslagbrief krijgen. Een waarin staat dat werkweigering en ‘deze handelswijze’ niet getolereerd worden. Ach. Op staande voet ontslagen worden is niet het einde van de wereld. Eerder het begin van nieuwe mogelijkheden. Een broodnodige verandering die ruimte schept. Prachtig. Ze zeggen dat er voor jou tien anderen zijn. Nou, andersom geldt dat net zo goed. Als ik hierdoor overkom als een onbetrouwbare, grillige en egoïstische werknemer… het zij zo. Er lopen immers al zat zielloze jaknikkers rond op deze ‘beschaafde’ arbeidsmarkt. Zoek het lekker uit.

Ik ben liever ‘onsuccesvol’ dan een meeloper van de geldbeluste boevenbende.

> Klik hier voor het totaaloverzicht als dit verhaal naar meer smaakt <

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: