29. Wees bang en blijf thuis

Vanaf de vijftiende verdieping keken we uit over het Arabische bolwerk. Tot aan de lichtbruine horizon was een zee van opeengestapelde bakstenen, overvolle straten, straatafval, blik en minaretten. Geboeid staarden we naar een chaotische, hectische en altijd bewegende mierenhoop. Overvolle busjes, soldaten, pakezels, elk paar banden en benen baanden zich een weg door Cairo. Met minimale stoplichten, wegtekens en verkeersregels vond alles vanzelf zijn weg. Vraag niet hoe, maar met toetertaal en gegil lukt het. Best knap als alle seinen op rood knipperen. Althans, volgens de media dan. Het leven ging als vanouds door, dat maakte ik als uitwisselingsstudent in levende lijve mee. Onze Egyptische medestudenten namen ons meermalen op sleeptouw. Het contact zorgde voor een Islamitisch ezelsbruggetje naar een cultuur waarvan ik geen kaas had gegeten. Een regio die zo nadrukkelijk in de negatieve schijnwerpers staat kreeg een persoonlijk tintje. En die bevat meer kleuren dan de reisadviezen, nieuwsrapportages en andere officiële kanalen.

De band die ik met mijn Egyptische gabber kreeg hielp daarbij. Ondanks grote (cultuur)verschillen in onze levenswijze, omgangsvormen en overtuigingen klikten we. Door het wederzijdse respect leverde meningsverschillen en miscommunicaties geen sluimerende spanning op. Godzijdank geen moeilijk gedoe dus. Voor het ochtendgebed namen we het leven door vanachter dat hotelraam. Nadat hij klaar was sprongen we in een taxi om lekker rond te zwerven. Of we ergens zouden aankomen betwijfelde ik. Ik wist dat de communicatie hier wat luidruchtiger en lichamelijker van aard is. Maar mijn profeet, wat een luid gebral zeg. Even dacht ik dat hij de chauffeur te lijf zou gaan. Tussen alle stemverheffingen door waren alleen ‘Mursi’, ‘Mubarak’ en ‘Amerika’ herkenbaar. Na de rit vroeg ik hem waar de ophef over ging. ‘Niets bijzonders, gewoon wat politiek gebabbel’. Ik keek hem vertwijfeld aan. Hij zuchtte en ging los. ‘Ik haat politici. Het is een corrupt zooitje vol zakkenvullers. Ze gaan over lijken, het kan ze niets schelen. Om moedeloos van te worden.’ Wijselijk hield ik mijn mond – want wat weet ik nou van Egyptische politiek – en liet hem uitrazen. Daarmee was de kous nog niet af. Terug in het hotel werd de roze olifant in de kamer benoemd, namelijk de politieke instabiliteit van destijds. Een aantal Nederlanders stelde voor om het Tahrirplein te bezoeken. Eh… de Egyptenaren keken er ongemakkelijk bij. Ha, de brutaliteit. Hun gezichten straalden af dat ze het maar een misplaats en naïef idee vonden. Toch ging een aantal van hen overstag. Wel op een voorwaarde: hou het kort. Oké, deal. Met een vrij grote groep vertrokken we naar de beruchte demonstratieplek. 

Vlak na aankomst werd de toon gezet. Een bebloede jongen werd door een zooi schreeuwende mannen afgevoerd. Door die overbevolkte mensenmassa was dat een kunst op zich. Dus, dit is hét dan. Je zit hier als een rat in de val als de paniekerige pleuris. Lekker dan. Laten we maar aan de rand van dit enorme plein hangen. De sfeer zat er goed in, het Malieveld is kinderspel. Natuurlijk bleef onze aanwezigheid niet onopgemerkt. Passerende groepjes jongemannen slingerden leuk bedoelde opmerkingen onze kant op. Goh, en bedankt. Wat een hartelijk ontvangst op dit feestje. Na een kwartiertje rondneuzen kwam een prangende vraag in me op: waar ben ik nou in godsnaam mee bezig? Op sommige plekken – zoals deze – hebben buitenstaanders helemaal niets te zoeken. Opeens voelde ik me een arrogante oen, een onwetende bemoeial, een irritante ramptoerist. Zelfs voor doorgewinterde journalisten, diplomaten en dergelijke lui heeft het Midden-Oosten iets ongrijpbaars. Laat staan voor simpele stervelingen zoals ik. Deze interessant doenderij slaat nergens op. Genoeg is genoeg, wegwezen hier.

In de hotellobby stond een tv afgestemd op het CNN. Met argusogen bekeken we een (on)bewuste beeldvorming die weloverwogen werd uitgezonden. Stemmingsmakerij was de tendens, de extremen het uitgangspunt. De meest emotionele en luidruchtige onrustzaaiers kregen alle aandacht. Dramatische beelden werden tot vervelends toe herhaald en opgeblazen. Een aantal gebeurtenissen op een zeer specifieke plek werden geprojecteerd als dé Arabische gemeenschap, als hét Egypte. Miljoenen mensen werden op zeer professionele en rechtmatige wijze vertegenwoordigd door middel van vlaggenbranders, extremisten, terroristen en heethoofden. Het leek alsof de anarchie was uitgebroken, inclusief massaplunderingen, geweldsuitbarstingen en aanrandingen. Lachend liep ik naar een nabijgelegen shisha bar, wetende dat het niet zó dramatisch was. De waterpijp ging rond tijdens het vragenrondje. Dus, wat vonden we ervan? Best boeiend. Ja, er broeide iets. Ja, er gebeurden dingen die niet door de beugel kunnen. Dat viel niet te ontkennen. Maar zo’n vervormd beeld doet geen recht aan het alledaagse, het menselijke, het zogenaamd gewone. Eenzijdige beeldvorming verarmt kleurrijke verhalen in een vaststaand zwart-wit fragment. Eigenlijk een listige vorm van mis- en desinformatie dus. Het is iets om altijd bewust van te zijn, waar en wanneer dan ook. Geen enkele bron heeft de ultieme waarheid in pacht, en al helemaal niet als ze die durven te claimen. Dit is de ware kracht van verschillende perspectieven.

Wat ik meemaakte was een ‘vreemde’ en toch heel herkenbare omgeving. Het is een plek vol mensen die geluk nastreven. Mensen die er simpelweg het beste van maken, mensen die naar hun werk gaan of geliefden bezoeken. Net zoals jij en ik dus. Ze boden me oprechte interesse, gastvrijheid, connectie. De inhoud van het internationale uitwisselingsproject was slechts een bijzaak. Het ging mij vooral om de bijbehorende dynamiek tussen verschillende culturen en persoonlijkheden. Het dagelijks leven heeft iets universeels, essentieels, gemeenschappelijks. Ik deelde mijn gedachtenspinsels met de groep. Zoals zo vaak kwamen ze niet vloeiend uit mijn mond. Desalniettemin knikten ze instemmend. De bevestigde herkenning stelde me gerust. Juist in het overvloedige (non)-informatietijdperk is het zo belangrijk om verder te kijken dan je neus lang is. Het is een medicijn tegen de waan, de steunpilaar voor het doordachte, een stimulans voor de vooruitgang. Pluk de niet voorgekauwde vruchten, haal profijt uit de voedingsstoffen. Of wees gewoon haatdragend en oordelend. Ieder zo zijn keuzes toch. Dat is het leven.  

Geef me de diversiteit van het leven, daarmee ontwapen ik de (ir)rationele angsten die mij proberen te domineren.

> Klik hier voor het totaaloverzicht als dit verhaal naar meer smaakt <

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: