47. Home in the Wild West

We ran through the list with great care. There’s enough food. Check. And there’s enough tools, fuel and spare parts as well. All the stuff we need to go bonkers. Specialized transportation was the only thing missing. My partner in crime saw me pacing up and down and shared some reassuring words. ‘She’ll be fine, mate.’ She better be, I thought. The mountains ain’t a place to fuck around. While waiting, I gazed at the sharp peaks with bated breath. I thought of my Argentinean mate for a moment. Partly thanks to him, I ended up in this remote penal camp. How nice to be in another place where character and attitude count more than a Master or LinkedIn. Only those who have what it takes make it. The big boss emphasized that during the job interview. I smiled kindly. No worries mate, bring it on. I won’t let your trust go in vain. Let me grab this special opportunity with both hands.

An expected throbbing hum echoed louder and louder through the valley. The gusts of wind extinguished my daydream like a night candle. As soon as he landed, the helicopter pilot stepped out with bravado. I took off my cap and nodded. Everyone gathered for a brief chat and some formalities. I hastily signed the paper. I, Ben Zwerver, declare that:

– I trust the pilot and technology as fear does terrible things to people

– All instructions will be obeyed since I’m not a pig-headed Muppet

– Stupidity can chop my head off, which instantly earns me the Darwin award

I took place like a kid in a candy store. I firmly clicked the belt in place – quite a reasonable thing to do in a chopper without doors. Simply put some earmuffs on and get used to a cold nose. With an explosion of power, the kerosene-guzzling behemoth gently took off. Tasmania was far below our feet in no time. An extra pair of eyes would be helpful to truly soak in the almighty wilderness. I looked straight down, straight into the wild sea of green. The icy wind and turbulence left me cold. In fact, I didn’t care about anything else. I was held hostage by goosebumps of the ultimate moment. This special place and time indulged me in ecstasy. So all I could do was raise my thumb up towards Mother Nature. Oh, I love you so much.

The aerial cowboy gave the sign at touchdown: Out, now. I unclipped my belt, carefully stepped outside and knelt in the snow. I kept an eye out in the middle of the hurricane. Just as long until the noisemaker was far gone. Peace at last, if only for a moment. A staircase to heaven doesn’t fall out of the sky after all. It requires hard work. There are so many steps that hounded vloggers, Instagrammers and similar e-folk don’t take or consider. When building hiking trails, we kneel in the mud. To serve hikers, we haul big rocks in the pouring rain. Certain luxuries and conveniences are left in the dirt. The art of endurance is beyond numbers. Plowing in rock-hard soil or absolute shit weather is no drama, no sweat. It makes the more pleasant (chopper) days taste even better. But whatever happens: keep going. Optimism and perseverance rule okay. Put some tunes on and smash it. Simply do your thing in this grey office. Then the flow follows. Just as long as the sun is about to set. That’s how it goes. Tomorrow comes another day to enjoy.

I faced an unpleasant surprise once I got to my tent: it was buried in a pile of snow. Fortunately, it resurrected from a frosty death once I shoved off the white goodness. Thus I was in time to watch a glooming red sunset. I sat and watched like a silent witness. Then I retreated to our cozy mountain hut once the wild void got too dark. There were five of us sitting on each other’s lips. Which was all good. Playing cards, cooking, chatting, reading books, listening to podcasts… and then hit the hay early. Simply follow nature’s rhythm. How sensible ay.

I reflected on our mountain lifestyle as I was tossing and turning in my sleeping bag. So: our pets are some pissing antechinus. Skipping bits isn’t an option – it’s all or nothing. There’s no hot shower or central heating. Colleagues and housemates are one. Wet (rain) clothes don’t dry properly. Except for materials and supplies, everything goes by foot. There’s no Internet. No problem, though. Engineered connectivity will never match real connections. The right path takes you further. On the right track, the murmur of the so-called civilization fades. The scaremongering and distractions, the craziness and fuss about mostly nothing. All tucked away beyond the horizon. The fact remains: everything is temporary. So after every shift, I return to the mad-run world with open arms. Going bonkers and then back on rehab, high in the clouds. This trickery repeats itself. Again, and again, and again. Work hard, play hard. Bloody great ay. Those are the colors that fall outside the spectrum. Living is fun, and then comes the excitement of a double life. Before you realize it, time flies by and you’re a little older again. All good? Time will tell.

Dare to live flexible and with an open mind; who knows what excitement comes onto your path.

> Click here for an overview if you’re eager for more stories <

47. Thuis in het Wilde Westen

Zorgvuldig liepen we alles na. Ja, er is genoeg eten. En we hebben ook genoeg gereedschap, brandstof en reserve onderdelen. Precies hetgeen wat we nodig hebben om helemaal los te gaan. Het enige wat nog ontbrak was vervoer op maat. Mijn handlanger zag me ijsberen en bood geruststellende woorden. ‘Alles komt goed maat’. Beter van wel, dacht ik. Wat aanmodderen in de bergen is vragen om problemen. Tijdens het wachten staarde ik met gestokte adem naar de scherpe pieken. Even dacht ik aan mijn Argentijnse gabber. Mede dankzij hem belandde ik in dit afgelegen strafkamp. Eindelijk weer een plek waar karakter en houding zwaarder wegen dan een Master of LinkedIn. Alleen zij die uit het juiste hout gesneden zijn redden het hier. Tijdens het kennismakingsgesprek benadrukte de grote baas dat nog. Ik lachte vriendelijk. Geen zorgen, kom maar op. Laat me je vertrouwen uitbetalen. Laat me deze bijzondere kans met beide handen aangrijpen.

Opeens klonk het verwachte geluid van galmende rotors door de vallei. De windvlagen bliezen mijn dagdroom als een nachtkaars uit. Zodra hij geland was stapte de helikopterpiloot vol bravoure uit. Ik deed mijn petje af en knikte naar hem. Iedereen kwam bijeen voor een praatje en wat formaliteiten. Vluchtig zette ik mijn krabbel. Hierbij verklaar ik, Ben Zwerver, dat:

  • Ik de (brokken)piloot en techniek vertrouw, want angst is een slechte raadgever
  • Alle instructies worden opgevolgd omdat ik geen eigenwijze prutser ben
  • Stommiteiten mijn hoofd eraf kan hakken, wat mij meteen de Darwin award oplevert

Als een kind in de snoepwinkel nam ik plaats. Ik klikte de riem stevig vast – wel zo verstandig in een helikopter zonder deur. Gehoorbescherming op en aan een frisse neus wen je maar. Met een krachtexplosie steeg het kerosine-slurpende gevaarte soepel op. In mum van tijd lag Tasmanië ver onder ons. We kwamen ogen tekort om de prachtige wildernis op te nemen. Ik keek recht omlaag, recht naar de wilde zee van groen. De ijzige wind en turbulentie lieten me koud. Sterker nog, al het andere liet me koud. Ik was gegijzeld door kippenvel van het ultieme moment. In totale extase door deze speciale plaats en tijd. Euforisch stak ik mijn duim omhoog naar Moeder Natuur. Wat hou ik toch zielsveel van je.

Zodra hij landde gaf de lucht-cowboy het teken: Eruit, nu. Ik klikte mijn riem los, stapte voorzichtig naar buiten en knielde in de sneeuw. Middenin de orkaan hield ik een oogje in het zeil. Net zolang totdat de herriemaker met de noorderzon verdween. Rust, al is het maar voor even. Want een trap naar de hemel komt niet uit de lucht vallen. Daar is noeste arbeid voor nodig. Het zijn de stappen die opgejaagde vloggers, Instagrammers en dergelijk e-volk niet nemen, stappen waarbij niet wordt stilgestaan. Om wandelpaden aan te leggen knielen we in de modder. Om wandelaars te dienen zeulen we met grote rotsen in de stromende regen. Bepaalde luxes en gemakken laten we varen. De kunst om af te zien is onbetaalbaar. Ploeteren in keiharde rotslagen of hondenweer mag er zijn. Dan smaken de betere (heli)dagen des te zoeter. Maar wat er ook gebeurt: blijven doorgaan met optimisme en volharding. Muziek op en knallen maar. Gewoon je ding doen in dit duffe, grijze kantoor. Dan raak je vanzelf in een flow. Net zolang de zon bijna onder gaat. Zo gaan die dingen, morgen weer een dag om van te genieten.

Eenmaal bij mijn tent stond ik voor een onaangename verrassing: ingeklapt door een berg sneeuw. Gelukkig herrees het van de bevriezingsdood zodra ik het witte goedje eraf schoof. Zodoende kon ik net op tijd een felrode zonsondergang bekijken. Als een stille getuige zat ik erbij en keek ernaar. Toen het onbewoonde niemandsland te donker werd, trok ik me terug in onze knusse berghut. We zaten met vijf man op elkaars lip en dat moet kunnen. Beetje kaarten, kokkerellen, ouwehoeren, boekie lezen, podcast luisteren… en daarna vroeg naar bed. Meegaan in een natuurlijk ritme. Da’s logisch.

Terwijl ik in mijn slaapzak lag te woelen nam ik het bergbestaan door. Dus: pissende buidelmuizen zijn onze huisdieren. Even ertussenuit knijpen kan niet – het is alles of niets. Een warme douche of centrale verwarming ontbreekt. Collega’s en huisgenoten zijn een. Natte (regen)kleding droogt niet fatsoenlijk. Op bouwmaterialen na gaat alles via de benenwagen. Internet ontbreekt. Dat geeft niet. Gemaakte connectiviteit kan nooit tippen aan echte verbinding. Het juiste pad brengt je verder. Op het juiste pad verdwijnt de ruis van de zogeheten beschaving. De bangmakerij en afleidingen, de gekte en drukte om veelal niets. Allemaal veilig opgeborgen achter de horizon. Feit blijft: alles is tijdelijk. Dus na elke dienst keer ik met open armen terug naar de doorgedraaide wereld. Lekker het onderste uit de kan halen en dan weer afkicken in de wolken. Dat kunstje herhaalt zich opnieuw, en opnieuw, en opnieuw. Work hard, play hard. Helemaal geweldig. Zo zijn de kleuren die buiten het spectrum vallen. Enkel leven is leuk, een dubbelleven een stuk spannender. Voor je het weet vliegt de tijd voorbij en ben je weer wat ouder. Goed bezig ouwe? De tijd zal het leren.

Durf onbevangen te leven en voor alles open te staan; wie weet wat voor spannends dan allemaal gebeurt

> Klik hier voor het totaaloverzicht als dit verhaal naar meer smaakt <

46. Going bonkers for a penny

“Thirty Dorrar or go home!” The customs officer shouted at us with a dead-straight face. I instantly got the giggles due to his hospitality. After all, saying things as they are is a feast for the mind. Yet to my surprise, I seemed to be the only one that openly laughed at this legendary quote. Everyone around me ignored the loud hotshot, and I wondered why. Is everyone too exhausted from the jet lag? Too busy with social media feed, perhaps? Maybe those tourist bums just don’t have any sense of humor? Either way, leaving wise words in the dust is a missed shot. Such slips come at a high cost. Always and everywhere. Yes, even in ‘cheap cheap’ Southeast Asia.

After spending some precious cash, I arrived in Siem Reap. I took a shower, left my stuff in the room and made my move. Four men harassed me as soon as I stepped outside. Team Cambodia made wild gestures and competitive offers from their tuk-tuks. ‘Special price for you my friend!’ ‘Where do you want to go sir?’ ‘I can get anything for you!’ That kind of copy-paste thievery left me ice-cold. The last man standing firmly stood his ground, though.

‘Peng peng!’

Hmm… No boom-boom or psss-psss. This ain’t a brothel or drugs, but then what’s this all about? He gestured a pistol as I looked at him in silence. He pulled the trigger as he smiled and got a colossal bullet out of his pocket. “Shooting range sir. Big guns. Cheap cheap. Wanna go?” Fine. Just because you ask so nicely. And because the economy and employment are sacred. So I obediently took a seat for a good cause. After a mad rollercoaster ride, we arrived at an eerie silent and deserted plain. I let the ruined dump in front of me sink in. What a shady shithole. I silently anticipated the return of the Khmer Rouge, yet no robbery happened. The shutter opened and I was kindly greeted by the entrepreneur. I almost choked once I saw the wall. Bloody hell. There was enough military kit to set up an army of mercenaries. Machine guns, shotguns, submachine guns, RPG’s: he indeed had it all. The choice remained simple nonetheless. I wanted to use a world-famous rifle with which I made thousands of virtual headshots. Besides, I was quite intrigued by the AK-47’s symbolism. Now I could get my hands on something that’s jam-packed with misery and untold stories. 

“Okay my friend. It’s loaded. Hold it. Aim and peng peng. Very easy. Any questions?” Yeah-Nah. That’s for later, I replied dryly. Then I posed like a trigger-happy Yank for a pic. After shooting a snapshot came the real deal. The temptation to casually blast from the hips was strong. To mindlessly fire it all in one quick go because we can. Or I’ll simply try hitting the bulls-eye. Out of allergy for over-the-top Hollywood nonsense, I chose the latter. I broke out in a sweat while on duty. This thing didn’t seem to be cleaned or serviced for a long time. Yet I willfully ignored the explosive risks of a used-up Kalashnikov. I went on and on like a possessed Jihadist. Just as long until the holy goal – a completely riddled mannequin – was met.

“No bullets, no problem my friend. Machinegun. Thirty Dorrar!”

Oh well, why not? We’re here now anyway. I leaned over the killing machine with a goofy grin. So, Rambo time commenced after all. I pulled the trigger and didn’t let go anymore. This absolutely smashed me to the bone for a few lousy seconds. Right. Missed pretty much everything, but who cares. I handed that miserable toy back with burning hands, ringing ears and a destroyed shoulder. If I want to blow something up with a rocket launcher? Something? A cow?! For fuck sakes man. Fuck no, I said in utter disgust. Just take me back to the city already. 

There was no shortage of entertainment or amusement in the tourist stronghold. It was all too much for my liking. Snorting culture for a bargain, making spotless selfies, going all out and having a blast. All good, one could say. Yet I walked through the nightlife with growing reluctance. I awkwardly strolled past all the begging children and teen prostitutes. Shit music, distressing poverty and a totally pissed Easyjetset were calling the shots. This was ultimately confirmed by a drunk bunch of compatriots. I overheard their drivel with vicarious shame:

“Joost. Hey Joost! BEEEEEEEP! Want another beer?!” (The incredibly harsh swearword is untranslatable: it’s the rudest and most degrading thing you can say to someone)

Sure, there are Wild Westerners in the Wild West. That’s all there is to it. This safari has been fun and games so far, but let’s get the fuck outta here. I understood the Joker among customs a lot better during my retreat. Foreign thrill-seekers, barbarians and disaster tourists wipe their asses with such petty change. For that bargain, everything is possible with no obligations or whatever. Then they can act like immortal royalties. Scratch their names into historical world heritage sites with no second thoughts. Commit sheer stupidities for the sake of a meaningless thrill. Thanks to Joost’s pals, I came to the sad realization that I’m no better. I also engage in banging, misbehaving, public drunkenness, wild pooping and other uncivilized behavior. So. Hypocrite. With that crystal clear conclusion, I will admire Angkor Wat for – guess what – thirty bucks. Then, as a purebred Millennial, I’ll move on to the next fantastic and authentic experience. I’ll take place on the front row seat for a penny. Just as Joost the Caveman most likely does. 

The best things in life are priceless, luckily there’s still plenty of entertainment for a dime.

> Click here for an overview if you’re eager for more stories <

46. Lekker knallen voor een prikkie

‘’Thirty Dorrar or go home!’’ Met een strak gezicht schreeuwde de douanier ons toe. Ik kreeg meteen de slappe lach van zijn gastvrijheid. Iets zeggen zoals het is, is immers smullen geblazen. Tot mijn verbazing leek ik de enige die openlijk moest lachen om deze legendarische kreet. Iedereen om me heen negeerde de brutale grootbek, en ik vroeg me af waarom. Is iedereen verrot van de jetlag? Te druk met social media? Misschien had het toeristische klootjesvolk gewoon geen gevoel voor humor? Niets doen met wijze woorden is hoe dan ook een gemiste kans. Zulke missers komt men duur te staan. Altijd en overal. Ja, zelfs in het goedkope Zuidoost-Azië.

Na het aftikken van wat dierbare centjes kwam ik in Siem Reap aan. Even douchen, m’n rotzooi in de kamer achterlaten en op pad. Zodra ik naar buiten liep werd ik gelijk belaagd door vier mannetjes. Team Cambodja maakte wilde gebaren en scherpe aanbiedingen vanuit hun tuk-tuks. ‘Speciale prijs voor jou mijn vriend!’ ‘Waar wil je heen meneer?’ ‘Ik kan alles voor je regelen!’ Dat soort gejatte knip-plak teksten lieten me ijskoud. Gelukkig stond de laatste man wél zijn mannetje:

‘Peng peng!’

Hmm… Geen boom-boom of psss-psss. Dit klonk niet als een bordeel of drugs, maar wat dan wel? Terwijl ik hem vragend aankeek gebaarde hij een pistool na. Lachend haalde hij de trekker over en toverde een enorme kogel uit zijn broekzak. ‘’De schietbaan meneer. Grote wapens, goedkoop. Wil je gaan?’’ Vooruit. Omdat je het zo aardig vraagt. En omdat de economie en werkgelegenheid almachtig zijn. Dus ik nam braaf plaats voor het goede doel. Na een dollemansrit kwamen we aan op een ijzig stille en verlaten vlakte. Ik liet het aftandse bouwwerk op me inwerken. Wat een schimmig niemandsland. Stilletjes hield ik rekening met de terugkeer van de Rode Khmer, maar zover kwam het gelukkig niet. Het rolluik ging open en ik werd vriendelijk begroet door de ondernemer. Toen ik de muur zag verslikte ik me bijna. Goeie genade. Er hing genoeg militair spul om een huurleger op te zetten. Mitrailleurs, hagelgeweren, machinepistolen, raketwerpers: werkelijk niets ontbrak. De keuze was simpel. Ik wou een wereldberoemd geweer gebruiken waarmee ik virtueel duizenden had omgelegd. Daarnaast ging het me om de symboliek van een AK-47. Nu kon ik iets tastbaars vasthouden wat bomvol leed en onbekende verhalen zit.  

‘’Oké mijn vriend. Het is geladen. Hou hem stevig vast. Mikken en peng peng. Een makkie. Enige vragen?’’. Welnee joh. Dat is voor later, antwoordde ik droogjes. Daarna poseerde ik als een schietgrage Yankee voor een foto. Na het schieten van een kiekje kwam het echte knalwerk. De verleiding om lukraak vanuit de heupen te schieten was sterk. Lekker alles hersenloos erdoorheen jagen omdat het kan. Óf ik probeer netjes de roos te raken. Uit allergie voor overdreven Hollywood-onzin koos ik toch voor het laatste. Tijdens mijn dienst brak het zweet me uit. Volgens mij was dit ding in geen tijden schoongemaakt of onderhouden. De explosieve gevaren van een uitgeleefde Kalashnikov hield me echter niet tegen. Als een bezeten Jihadist ging ik alsmaar door. Net zolang totdat het heilige doel – een compleet doorzeefde paspop – was bereikt.

‘’Geen kogels, geen probleem. Machinegeweer mijn vriend. Thirty Dorrar!’’

Och, waarom ook niet? We zijn er nu toch. Met een ondeugende glimlach leunde ik over de moordmachine. Ha, de Rambo tijd is alsnog aangebroken. Ik haalde de trekker over en weigerde los te laten. Voor een paar luttele seconden kreeg ik er flink van langs. Zo. Vrijwel alles gemist, maar ach. Met brandende handen, piepende oren en een verwoeste schouder gaf ik dat ellendige speelgoed terug. Of ik nog iets wil opblazen met een raketwerper? Iets? Een koe?! Nee, zeg ik met een gezicht vol walging. Breng me asjeblieft terug naar de stad.

Aan vermaak en vertier geen gebrek in het toeristenbolwerk. Het was allemaal té naar mijn smaak. Voor een prikkie cultuur snuiven, jaloersmakende selfies maken, van God losgaan en een leuke tijd hebben. Moet kunnen zou je zeggen. Toch liep ik met stijgende tegenzin door het uitgaansleven. Ongemakkelijk liep ik langs alle bedelkinderen en tienerhoertjes. Slechte muziek, schrijnende armoede en een bezopen Easyjetset maakten de dienst uit. Dat werd fijntjes bevestigd door een stel dronken landgenoten. Met plaatsvervangende schaamte ving ik hun gebral op:

‘’Joost. Hey Joost! Kankerhomo! Wil je nog een biertje?!’’

Dat er Wilde Westerlingen in het Wilde Westen zijn, tot daar aan toe. Maar deze safari is leuk geweest, wegwezen hier. Tijdens de aftocht begreep ik die bijtende grap van de douanier een stuk beter. Buitenlandse sensatiezoekers, lomperiken en ramptoeristen vegen hun reet af met dit soort kleingeld. Voor dat koopje moet niets en kan alles. Dan kunnen ze zich als onschendbare vorsten gedragen. Vluchtig hun namen in een historisch werelderfgoed krassen. Grenzeloze stommiteiten begaan omwille een betekenisloze kick. Dankzij Joost z’n maten kwam ik tot het trieste besef dat ik geen haar beter ben. Ook ik doe vrolijk mee aan geknal, misdragingen, openbaar dronkenschap, wildpoeperij en ander onbeschaafd gedrag. Dus. Hypocriet. Met die glasheldere conclusie zal ik Angkor Wat bewonderen voor – jawel – dertig dollar. Daarna ga ik als rasechte Millennial door naar de volgende fantastische en authentieke ervaring. Lekker voor een dubbeltje op de eerste rij zitten. Net zoals Joost de holbewoner dat hoogstwaarschijnlijk ook doet.

De beste dingen in het leven zijn onbetaalbaar, gelukkig is er nog zat vermaak voor een prikkie

> Klik hier voor het totaaloverzicht als dit verhaal naar meer smaakt <

45. Honesty lasts shortest

I rubbed my eyes and sighed. God almighty. Sorting out endless data sheets is an endless prayer. I tried to order the chaos with good spirits. But to no avail. This creation goes beyond me. All the lost hours and energy. All the time-consuming fiddling and plodding. So many well-meant but fruitless attempts to make something out of it. At first glance, this employment seemed like a well-filled vacancy, a promising marriage. It looked like a successful fusion of supply, demand, characters and qualities. It wasn’t to be, though. Mutual expectations were not met, and our connection went with the wind. Things didn’t work out and frustrations were piling up. Something was going on. Some abnormal ‘problem’ that I tried to point out. And then it slipped through my fingers. Self-confidence was gone. Willpower was gone. I felt the tide turn against me as I kept trying. 

Then the performance review commenced. I sat down with hesitation. We got down to business after some brief chitchat. I listened to the supervisors with a loss of speech. That I’m so quiet and withdrawn. That I don’t seem to be at ease. Blocked. Insecure. Not ‘myself.’ They sincerely asked what was going on. Err… well… Now that’s hitting the nail on the head. Dataism isn’t my religion, and I don’t possess enough autistic traits for this role. High voltage broke the circuits. Thousands of words awakened the dormant volcano, and a stream of all kinds of conflicting emotions reached the surface. Ain’t no crocodile tears. It was obviously deeper than a gold mine. We were shocked. They probably assumed the worst. They gave me a glass of water and left it. Obviously, I had too much on my mind. Nothing became clearer, just more mysterious. Get back to it later. 

That’s all said and done. The half-baked outburst really bugged me. So I opened my stiffly closed lips with a keyboard. As usual, this trusty crowbar rammed the gates open. I confessed everything without any constraint. The genie was out of the bottle, and that genie was possessed by sheer wanderlust. A world trip had re-wired the housekeeping of my brain. I felt like a stranger in my own land. Reintegrating into “real life” wasn’t easy. Swimming against the current takes a lot of strength. I floundered like an exhausted fish on land, wildly gasping for deep waters and rich seas. I experienced in person that an unconventional path isn’t an impossible dream. Far from it. It makes me thrive. Risks. Flexibility and spontaneity. Just “being” everywhere and nowhere. Being in the moment as much as possible, without a grand plan. This is the code to crack in my book. This is my DNA, my love and joy, my all. Every fiber in my body missed that lifestyle and stirred up inner turmoil. This disturbance wasn’t some nostalgia for a romanticized ideal. Nah, this went much, much further.

I clicked on send. Just like that ay. Now the word was out, well-played mate. I knew damn well that this brutally honest outburst wouldn’t be the end of it. But I felt that I had nothing to hide. I just answered a question. I simply played with open cards, without ulterior motives or a higher purpose. It’s what it is, and it’s as simple as that. I would accept any consequence. Everything was taken into account: suspicion, misunderstandings, judgments, mind-games, a cold war. My temporary contract won’t be renewed – or, perhaps, even terminated. The urgent recommendation to talk to a well-known psychiatrist. Unintelligible murmurs behind the back of bewildered Wacky. Uncomfortable silences instead of open conversations. The running out of patience. The strange tension that lingered on and the impending clash about a few pennies. All of that raced through my head as I obediently did my job. Carry on just a little bit longer. You’ll be flying out of this glass cage before you know it.

I raced through Amsterdam on my Mean Machine. Just another tourist on a wildlife safari, because why not. The fresh air helped me to get things straight. Suddenly it was as clear as day. There’s no point in this anymore. It’s okay. Resign and let go. Too bad about the ‘real’ job-hunt or the educational trajectory that doesn’t educate. The urge to control is counterproductive. Returning to old grounds because ‘it should’ doesn’t work. Forcing something that doesn’t fit the nature of the beast is asking for trouble. Better get used to this ‘problem’ since it will happen over and over again. What a laughable ordeal. Such unnecessary suffering, such mindless misery. Let the train roll on. Just turn into a different path. Time is more valuable than money. The ‘real life’ isn’t an inevitable fate and work is a sideshow. Working until death might come later. Beware or be stranded in a lifeless sit-existence. Walk around treacherous quicksand with great care. I prefer customization, a natural fit that changes with one’s interests or phase in life. What matters is what fits best and feels good. Time will tell the final conclusion.

Honesty is the best policy for yourself and others; it cannot be clear enough.

> Click here for an overview if you’re eager for more stories <

45. Eerlijkheid duurt het kortst

Ik wreef in mijn ogen en slaakte een diepe zucht. Godallemachtig. Ellenlange data sheets ordenen is een gebed zonder end. Vol goede moed probeerde ik orde in de chaos te scheppen. Helaas. Deze schepping gaat mijn pet te boven. Alle verloren uren en energie. Al het tijdrovende gepiel, al het geploeter. Zoveel goed bedoelde maar vruchteloze pogingen om er wat van te maken. Op het eerste gezicht leek dit dienstverband een goed ingevulde vacature, een veelbelovend huwelijk. Het leek op een succesvolle samensmelting van vraag, aanbod, karakters en kwaliteiten. Echter mocht het niet zo zijn. Wederzijdse verwachtingen kwamen niet uit, en onze klik verdween met de noorderzon. Het liep voor geen meter en de frustraties stapelden zich op. Er speelde iets. Iets afwijkends waar ik de zere vinger op legde. En toen gleed het uit mijn vingers. Weg zelfvertrouwen, weg wilskracht. Naar mijn gevoel werd het tij onomkeerbaar en kreeg ik de schijn tegen.

Toen brak het functioneringsgesprek aan. Aarzelend schoof ik aan. Na wat slap geouwehoer kwamen we ter zake. Met een bek vol tanden hoorde ik de leidinggevenden aan. Dat ik zo stil en teruggetrokken ben. Dat ik niet op mijn gemak lijk te zijn. Geblokkeerd. Onzeker. Niet ‘mezelf’.  Oprecht vroegen ze wat er aan de hand was. Eehh… tja. Ze slaan de spijker op zijn kop. Het dataisme is niet mijn religie, en voor deze rol heb ik onvoldoende autistische trekjes. De hoogspanning veroorzaakte kortsluiting. Duizenden woorden wekte de slapende vulkaan. Een stroom van allerlei tegenstrijdige emoties bereikte de oppervlakte. Geen krokodillentranen. Het zat overduidelijk dieper dan een goudmijn. We schrokken ervan. Waarschijnlijk gingen ze van het ergste uit. Ze gaven me een glas water en lieten het rusten. Ik had overduidelijk teveel aan mijn kop. Niets werd duidelijker, enkel mysterieuzer. Kom er later maar op terug.

Zo gezegd, zo gedaan. Natuurlijk zat die halfbakken uitbarsting me niet lekker. Daarom brak ik mijn stijf gesloten lippen open met een toetsenbord. Zoals wel vaker ramde dit vertrouwde breekijzer de poorten open. Zonder enige remming biechtte ik alles op. De geest was uit de fles, en die geest was bezeten door het zwerversbestaan. Een wereldreis schopte de huishouding van mijn hersenpan overhoop. Ik voelde me een vreemdeling op eigen bodem. Re-integreren in ‘het echte leven’ viel niet mee. Tegen de stroom in zwemmen kost een hoop kracht. Als een uitgeputte vis spartelde ik op het droge. Wild happend naar diepe wateren en rijke zeeën. Ik ervoer in levende lijve dat een onconventioneel levenspad geen onhaalbare droom is. Integendeel. Ik bloei er helemaal van op. Risico’s nemen. Flexibiliteit en spontaniteit. Gewoon overal en nergens ‘zijn’. Zoveel mogelijk in het moment zijn, zonder uitgestippeld plan. Dit is mijn code om te kraken. Dit is mijn DNA, mijn hebben en houden, mijn lust en leven. Elke vezel in mijn lijf miste die manier van leven en wakkerde een innerlijke onrust aan. Die storing was geen omgekeerde heimwee naar een geromantiseerd ideaal. Nee, dit ging overduidelijk véél verder dan dat.

Ik klikte op verzenden. Zo, hèhè. Het hoge woord was eruit. Lekker bezig man. Ik wist dondersgoed dat deze goudeerlijke uitspatting een staartje zou krijgen. Maar naar mijn idee had ik niets te verbergen. Ik beantwoordde gewoon een vraag. Ik speelde gewoon open kaart zonder bijbedoelingen of hoger doel. Het is wat het is, zo simpel is het. Eventuele gevolgen nam ik voor lief. Ik hield rekening met alles: achterdocht, onbegrip, oordelen, spelletjes, een koude oorlog. Mijn aflopende contract dat niet verlengd zal worden – of misschien zelfs ontbonden. De dringende aanbeveling om met een bekende psychiater te praten. Onverstaanbaar geroesemoes over maffe wappies. Ongemakkelijke stiltes in plaats van open gesprekken. Het oprakende geduld. De vreemde spanning die bleef hangen en de naderende strijd om een paar grijpstuivers. Dat schoot allemaal door mijn hoofd terwijl ik braaf mijn werk deed. Nog even doorbijten. Voor je het weet vlieg je uit deze glazen kooi.

Met mijn Mean Machine racete ik door de grachtengordel. Lekker op wildsafari als een echte toerist, want waarom ook niet. Door de frisse lucht kon ik alles op een rijtje zetten. Opeens was het zo klaar als een klontje. Dit heeft geen zin meer. Het is goed zo. Neem ontslag en laat het los. Jammer dan van de zoektocht naar een ‘echte baan’, of het afgelegde onderwijstraject wat niet onderwijst. Controledrang werkt averechts. Terugkomen naar bekende gronden omdat ‘het hoort’ zet geen zoden aan de dijk. Iets forceren dat niet bij de aard van het beestje past is vragen om problemen. Wen maar aan dit ‘probleem’: het zal keer op keer terugkomen. Wat een lachwekkende lijdensweg. Zo onnodig en stompzinnig. Laat de trein doordenderen. Sla gewoon een andere weg in. Tijd is waardevoller dan geld. Het ‘echte leven’ is geen onvermijdelijk lot. Werk is bijzaak. Werken tot aan de dood komt misschien later wel. Pas op of strand in een klinisch zitbestaan. Loop met een grote boog om het verraderlijke drijfzand heen. Ik heb liever passend maatwerk, een natuurlijke pasvorm die mee verandert met iemands interesses of levensfases. Wat telt is wat nu het beste past en goed voelt. Eindconclusie? De tijd zal het leren.

Eerlijkheid duurt het langst voor jezelf én anderen; het kan allemaal niet duidelijk genoeg zijn

> Klik hier voor het totaaloverzicht als dit verhaal naar meer smaakt <