39. All alone in the world

Step by step, I walked through the dark forest. I searched diligently for skittish and mysterious night owls. They are good at playing hide and seek, but it doesn’t matter. I’ll find them anyhow. I carefully scanned the forest with my red headlamp. Eventually, I got my money’s worth since patience is a virtue. A Kiwi looked straight into the headlights. Being discovered didn’t bother him at all. He slowly walked toward me while grazing. Closer and closer, until he nearly bumped into me. He backed off once I stomped on the ground. I watched him go with a loss of speech. Don’t panic, no need to run off. With many others, he was blind and deaf to Earth’s most destructive creature. Dumb fools. You would think that all alarms would ring. Nah. No wonder so many strange birds are (becoming) extinct, I thought. That’s what they get for being weak and naive. Survival clearly is an art. So… how much fun one can have about endangered species. All good, no worries. Weird birds flock together: like attracts like.

Sunrise. I let out a sigh of relief as light overcame the darkness. Just a little longer, and this long bush-hike through a wintery no-man’s-land will be over. I roamed around on my own for most of it. Other people were miles away, either in boats or planes. There was no one to hang out with, no one to talk to. I was out there all alone. It took me a week to get fed up with it. I no longer took comfort from the discomfort as I ventured into the Lion’s den. Harsh weather, deep mud, swarms of sand flies, freezing cold winds and river crossings made up the short days. Hot showers, phone coverage, booze, electricity and other commodities were absent. Far out! This is it! I felt connected to the elements, myself and the moment. The lack of all kinds of luxuries didn’t bother me. But human contact – no matter how fleeting or superficial – that’s what I missed. Then I finally got what I craved for. The power lines, streets and homes of Oban appeared. Then I faced a fellow human being, the first one in eight days. I smelled like absolute dogshit, but that was (at least for me) no fun spoiler. The urge to talk was simply too strong. Get rid of the hide and drop the mace. Don’t snarl, spit or growl. Behave and strike up a conversation. Uh… Even some small-talk was easier said than done after days of mumbling and muttering.

“Hey mate.”

“Hey man.”

*Brief silence. I looked at him with watery eyes.

“I’m SO happy to finally see someone. I felt alone in the world during my hike around the island (Stewart Island). I didn’t see anyone for over a week.”

“No wonder at this time of year. Beautiful ay? Welcome back to civilization.”

*Laughter

”Thanks. I’m looking forward to some fish and chips!”

“Enjoy. You’ve earned it.”

*I waved goodbye to the welcoming party and walked on.

The warm welcome felt great. As did a warm shower, fresh fruit and the chats with loved ones. Apart from that, I didn’t miss the so-called civilization at all. This remote corner of New Zealand did the trick. Tranquility, bush huts, mighty landscapes and accessible nature. Vista’s without signs of the human takeover or destruction. Roaming around and keeping everything as simple as possible. Back to basic, back to the core. That’s all I needed, I thought. But the solitude exposed the true depths of my needs. Human contact is a basic need. To what extent differs from person to person, but we all need it. This is human. This is who we are. No more and no less. Apparently, I quite like people. Mostly in bursts, though, but still. The need is more profound than I used to see or dare to admit. There were many moments of being fed up with all the flaws, corruption and trivialities of humanity. I fantasized about isolation and breaking free from the system. These visions vanished as I consumed the fatty food-drop. Wandering around is fantastic. Not just through natural bush, but also through the human wilderness. Just combine the best of both worlds. Simple. It’s a realistic and fulfilling win-win. It’s a deal; I’m in.

I walked to the runway for the return flight. There I turned out to be the only passenger. Wow, this can’t be happening. I sat next to the pilot like an over-enthusiastic kid. The end of the world passed by at record speeds. It suddenly felt so close, yet so distant. I looked outside and shed a tear as I sat in the cockpit. What a place, what a time, what a journey. A journey that goes on and on, a journey that’s simply meant to be. Then I entered the built-up no-man’s-land of Invercargill. Dark streets, dreary buildings, sad looks, shit weather, an eerie silence. Let’s get the hell out of this revolting end-of-the-line kind of place. I walked to the random neighborhood where I had parked my station wagon. I crashed down onto the mattress in my makeshift camper. Oh man. Having a territory that stretches far beyond the horizon is bloody great. Sleeping everywhere and nowhere feels fantastic. With or without someone else, that is. Yeah, this vagabond is far from done yet…

Being alone in the world feels pure, connecting with yourself AND others even more so.

> Click here for an overview if you’re eager for more stories <

39. Moederziels alleen op de wereld

Stapsgewijs liep ik door het donkere bos. Zorgvuldig zocht ik naar schuwe en geheimzinnige nachtbrakers. Ze geven zich niet snel prijs, maar dat is geen probleem. Ik moest en zou ze vinden. Geduldig kamde ik het bos uit met mijn rode hoofdlamp. Uiteindelijk kreeg ik loon naar werken omdat geduld een schone zaak is. Een Kiwi keek recht de koplamp in. Ontdekt worden deerde hem niet. Al grazende liep hij langzaam naar mij toe. Steeds dichterbij, totdat hij bijna tegen me aanliep. Pas toen ik op de grond stampte week hij uit. Met een bek vol tanden stond ik erbij en keek ik ernaar. Geen paniek, ren vooral niet weg. Met vele anderen was hij blind en doof voor het meest verwoestende wezen van Aarde. Domme dwazen. Je zou zeggen dat alle alarmbellen af gaan, maar nee hoor. Geen wonder dat zoveel rare vogels uitsterven, dacht ik nog. Dat krijg je ervan als je zwak en naïef bent. Overleven is overduidelijk een kunst. Dus… hoeveel lol iemand wel niet kan hebben om een bedreigde diersoort. Verder ging alles goed hoor. Rare vogels trekken met elkaar op, soort zoekt immers soort.

Zonsopkomst. Ik haalde opgelucht adem zodra het licht de duisternis verdrong. Nog even en deze lange wandeltocht door dit winterse niemandsland is voorbij. Voor het grootste deel liep ik moederziels alleen rond. Andere mensen waren mijlenver weg, in een boot of vliegtuig. Er was niemand om mee op te trekken, niemand om tegen te praten. Ik was op mezelf aangewezen. Na een week vond ik het welletjes. In het hol van de leeuw haalde ik geen comfort meer uit het oncomfortabele. De korte dagen bestonden uit guur weer, diepe modderpoelen, zwermen zandvliegen, ijzig koude wind en rivieren om doorheen te worstelen. Elektriciteit, telefoonontvangst, douches, drank of andere gemakken ontbraken. Te gek! Dit is het helemaal. Ik voelde me verbonden met de elementen, mezelf en het moment. Het gebrek aan allerlei luxe deerde me niet. Maar menselijk contact – hoe vluchtig of oppervlakkig ook – dát miste ik. Eindelijk kreeg ik waar ik vurig naar verlangde. De stroomleidingen, straten en woningen van Oban verschenen. Vlak daarna stond ik oog in oog met een medemens: de eerste in acht dagen tijd. Ik stonk een uur in de wind, maar dat mocht (voor mij althans) de pret niet drukken. De drang om te praten was simpelweg te sterk. Berenvel uit en laat de knots vallen. Niet snuiven, spugen of grommen. Gedraag je en knoop een praatje aan. Eh… Na dagenlang binnensmonds gemompel was dat makkelijker gezegd dan gedaan.

‘’Hey mate’’

‘’Hey man’’

*Korte stilte. Met vochtige ogen keek ik hem aan.

‘’Ik ben zó blij om eindelijk iemand te zien. Tijdens het rondje om het eiland (Stewart Island) voelde ik me alleen op de wereld. Ik kwam niemand tegen.’’

‘’Dat zal vast in deze tijd van het jaar. Prachtig toch? Nou, welkom terug in de beschaving’’

*Gelach

‘’Bedankt. Fish and chips, daar heb ik nou écht trek in!’’

‘’Geniet ervan. Je hebt hem verdiend’’

* Ik zwaaide het ontvangstcomité uit en liep door met een rammelende scheurbuik.

Het warme onthaal deed me goed, het verse fruit en het contact met het thuisfront ook. Verder miste ik de zogenaamde beschaving als kiespijn. Het aanbod van deze Nieuw-Zeelandse uithoek voldeed. Rust, wandelhutten, machtige landschappen en vrij toegankelijke natuur. Uitzichten zonder tekenen van de menselijke overname of verwoesting. Lekker rondlopen en alles zo simpel mogelijk houden. Terug naar de kern dus. Meer dacht ik niet nodig te hebben. Maar de afzondering legde de dieptes van mijn behoeftes bloot. Menselijk contact is een basisbehoefte. In welke mate verschilt per persoon, maar we hebben het allemaal nodig. Dit is menselijk. Dit is wie we zijn. Niets meer en niets minder. Blijkbaar hield ik best van mensen. Weliswaar in fases, maar toch. De behoefte gaat veel verder dan ik voorheen durfde in te zien of toe te geven. Voorheen waren zat momenten dat ik de gebreken, corruptie en trivialiteit van de mensheid zat was. Ik fantaseerde over afzondering en losworsteling van het systeem. Tijdens het wegschrokken van die vette hap kwam ik daar op terug. Rondzwerven is fantastisch. Niet alleen door natuurlijke wouden, maar zeker ook door menselijke wildernissen. Combineer gewoon het beste van beide werelden. Simpel. Het is een realistische win-win die veel voldoening geeft. Ja, ik ben om. Het is een deal.

Ik liep naar de landingsbaan voor de terugreis. Daar bleek ik de enige passagier te zijn. Nou, toen brak echt mijn klomp. Als een overenthousiast kind nam ik plaats naast de piloot. In recordtempo vloog het einde van de wereld voorbij. Het voelde opeens zo dichtbij, en toch zo ver weg. Vanuit de cockpit keek ik naar buiten en liet een traan los. Wat een plek, wat een tijd, wat een reis. Een reis die alsmaar doorgaat, een reis die zo moet zijn. Eenmaal in Invercargill betrad ik een bebouwd niemandsland. Donkere straten, grauwe gebouwen, trieste blikken, hondenweer, een doodse stilte. Snel wegwezen uit deze afstotelijke eind-van-de-rit plaats. Ik liep naar de willekeurige woonwijk waar ik mijn stationwagen had geparkeerd. In mijn geïmproviseerde kampeerwagen plofte ik op het matras. Zo. Mijn territorium reikt tot ver over de horizon. Lekker overal en nergens slapen, met of zonder anderen. Heerlijk. Deze zwerver is er nog lang niet klaar mee…

Je alleen op de wereld wanen voelt puur aan, de verbinding met jezelf én anderen nog veel meer.

> Klik hier voor het totaaloverzicht als dit verhaal naar meer smaakt <

38. Guilty of thought-crimes

I met them again during my daily stroll. Carefully I went closer to the kangaroos and lay down. They briefly looked at me and then ignored me. This was the deal at our spot. I silently enjoyed the companionship, laughing kookaburras and sunshine. At first sight, harmony seemed to prevail in this meditation center. Appearances can be deceiving, though. The Australian Animal Kingdom served as my lightning rod. My monkey mind was jumping around as before. The focus and discipline of the first meditation course were no more. Even the best intentions couldn’t get me ‘into it’ anymore. I observed the given without judgment. So be it. Forcing is useless. This isn’t about performing or ‘having to.’ Still. Nothing ventured, nothing gained. The lost son returned for a rematch. Same same, but different. I wasn’t a silent participant for now. No, this helpful volunteer would speak out. He would cook and clean. He would follow a schedule and meet his obligations. Of course, there was lots of meditation between the daily chores. It’s a seemingly lovely combination in a relaxing place. How utopian. Perfect almost. Ah, perfection. It turned out to be an illusion once again. 

I stepped into the kitchen with slight sunburn. Thank God for the easy recipes and instructions. Or I would’ve entirely ruined the meals. Not the end of the world, though. We wouldn’t receive complaints anyway, even if everyone were hitting the shits. Our customers simply accept reality as it is. Or try doing so – just like us. Voluntarily participation comes with obligations. It’s the same everywhere. There are rules to obey. Heaps of them. Rules which Lyndon and I had a hard time with. He called himself ‘the least uncivilized man of this criminal land’. Enough said. Nothing was alien to him: rudeness, satire, black humor. It’s an exciting mix in a place where religious, political, social and ‘difficult’ subjects were a no-go. Simply because they would ‘disturb the harmony’. Well, let’s be cryptic then. Subtle jokes, sharpen remarks, striking facial expressions, creative expressions. No Orwellian toolbox will stop us. Many roads lead to Rome, and the thought-police wants to block them all. Fortunately, wanting something isn’t the same as getting shit done. 

It was the last day of the course. Our time was up. After the final formalities, I threw my stuff in Lyndon’s car. We drove off at a snail’s pace. Going mental without anybody hearing it was possible by now. But we respected the rules while still being on the compound. Then we drove through the gate. Okey dokey. Just spit it out.   

“Mate… Let’s get pissed, shoot some roos and shag some sheilas ay!”

We burst out in laughter. The giggles kept us going, over and over again. Help, I can’t breathe. I nearly suffocated as tears ran down my cheeks. We let out a sigh of relief once our tears dried up. What’s fresh tastes best. The free word triumphed over the oppression. We celebrated this sweet victory in a state of euphoria. The pedal hit the metal. Everything roared and burned. We went with the wind as the tires squealed. Despite all the revs and noise, we didn’t get anywhere. All that remained was a massive cloud of dust. One that comes and goes – just like us. Many before us did the same, and many after us will do so. We’re merely traveling lumps of stardust that make the best of it. There are plenty of topics in that. Our open conversation went in all directions. Wonderful. That’s how life feels lively. This is how it should be. This feels like coming home.

The best man dropped me off at a train station. Big delays. No problem. There are enough thoughts to ponder on. Many don’t know what to do with (prolonged) silence. Other people’s reactions spoke volumes as soon as I shared my meditative experiences. Disbelief. Horror. Wonder. Curiosity. ‘Being with yourself’ at this duration and intensity isn’t self-evident. It’s unusual and abnormal. This is especially apparent within big cities. Look around and see the quick fix of this discomfort. Earbuds as an emergency exit. Forced conversations with no pauses. Background music to fill a lurking void. E-opium of 200 grams to sink in. Quite sad to see. Silence is so useful. So enriching and clarifying, so purifying and helpful. Running away from it is such a shame. It’s a waste that no landfill can harbor. That’s all evident – especially in such meditation centers.

Yet, not a single word was said about the superlative. The fear of silence is profound. Deep, fist-deep. But the chronic fear of inconvenient truths or ‘wrong’ opinions goes beyond that. The urge to control is everywhere. No place is excluded. Not even the wonderland of acceptance-and-letting-go. Ugh, what a gross aftertaste. You have to eat ripe fruits before they turn sour or bitter. Having thoughts and opinions is a fact. They exist. Even if they aren’t written down or spoken out. Even if they aren’t allowed or don’t fit in the narrative of society. In the end, it doesn’t matter how much resistance or oppression they face. They have the last word sooner or later. What’s brewing or under pressure finds a way out eventually. Watch and see. Ballast disappears. Everything becomes balanced by itself. It’s no rocket science. Keep this in mind. Live and let live. Do your thing. Great. Keep it up.  

Sooner or later, the control freaks will have to face this rude awakening and simply let go. 

> Click here for an overview if you’re eager for more stories <

38. Verboden gedachtes moeten kunnen

Tijdens mijn vaste rondje kwam ik ze weer tegen. Ik sloop dichterbij de kangoeroes en ging languit liggen. Ze keken me even aan en negeerden me verder. Dit was de deal op onze plek. Stilletjes genoot ik van het gezelschap, de lachende kookaburra’s en het zonnetje. Op het eerste gezicht overheerste de harmonie op dit meditatiecentrum. Schijn kan echter bedriegen. Eigenlijk was die Australische beestenboel een bliksemafleider. Mijn apengeest sprong weer alle kanten op. Een jaar na de eerste meditatiecursus waren de focus en discipline verdwenen. Met alle goede wil van de wereld kwam ik er niet meer ‘in’. Zonder dwang of oordeel constateerde ik het gegeven. Het zij zo. Forceren is zinloos. Dit is niet presteren of iets ‘moeten’. Toch. Baat het niet dan schaadt het niet. De verloren zoon keerde terug voor een herkansing. Het was hetzelfde maar anders. Ditmaal was ik geen stille deelnemer. Nee, deze dienstbare vrijwilliger kon lekker praten. Koken en schoonmaken. Een rooster volgen en verplichtingen naleven. Tussen de dagelijkse beslommeringen wordt er natuurlijk gemediteerd. En niet zo’n beetje ook. Het leek op een fijne combinatie op een rustgevende plek. Wat utopisch. Perfect bijna. Oh, perfectie. Het bleek weer eens een illusie te zijn.

Lichtelijk verbrand stapte ik de keuken in. Godzijdank waren er overduidelijke recepten en instructies. Anders zou ik het voer compleet verknallen. Ook geen ramp trouwens. Klachten bleven sowieso uit, zelfs als iedereen de boel zou onderschijten. Onze klanten accepteren de werkelijkheid simpelweg zoals die is. Of doen een poging daartoe. Wij ook. Meedoen is vrijwillig maar niet vrijblijvend. Het is overal hetzelfde. Er zijn regels na te leven. Veel regels. Regels waar ik en Lyndon moeite mee hadden. Hij noemde zichzelf ‘de minst onbeschaafde man van het boevenland’. Lompheid, satire, keiharde humor. Niets was hem vreemd. En dat op een plek waar religieuze, politieke, maatschappelijke en ‘moeilijke’ onderwerpen een no-go waren. Ze zouden immers ‘de harmonie verstoren’. Nou, dan gaan we toch gewoon cryptisch te werk. Subtiele grapjes, droge opmerkingen, veelzeggende gezichtsuitdrukkingen, creatieve taal. Geen Orwelliaanse trukendoos houdt ons tegen. Veel wegen leiden naar Rome, al wil de gedachtenpolitie ze allemaal afzetten. Gelukkig is willen iets anders dan kunnen.

Het was de laatste dag van de cursus. Onze tijd zat erop. Na de laatste formaliteiten gooide ik mijn rotzooi in Lyndon’s auto. Met een slakkengang reden we weg. We konden al losgaan, niemand zou het horen. Toch respecteerden we de regels van het hele terrein. Net zolang tot we door de poort reden. Zo. Barst los.

‘’Mate… Lets get pissed, shoot some roos and shag some sheilas ay!’’

We barstten in lachen uit. Met de slappe lach staken we elkaar aan. Alsmaar weer. De ademnood was hoog. Terwijl tranen over mijn wangen biggelden stikte ik zowat de moord. Nadat de tranen waren opgedroogd haalden we opgelucht adem. Wat onderuit de kan komt smaakt het best. Na deze onderdrukking zegevierde het vrije woord. Vol euforie vierden we deze mierzoete overwinning. Het was gieren en brullen geblazen. De gaskraan werd opengedraaid. Met piepende banden verdwenen we met de noorderzon. Ondanks alle herrie en toeren waren geen steek opgeschoten. Wat restte was een enorme stofwolk. Een die net als ons komt en gaat. Velen voor ons deden hetzelfde, en velen na ons zullen volgen. We zijn slechts rondreizende hoopjes sterrenstof die er het beste van maken. Aan gesprekstof geen gebrek. Het golfde op en neer. Prachtig. Zo voelt het leven levendig aan. Dit is zoals het hoort. Dit voelt aan als thuiskomen.

De beste man zette af op een treinstation. Flinke vertraging. Geen probleem. Genoeg stof tot nadenken. Velen weten geen raad met (langdurige) stilte. Andermans reacties spraken boekdelen zodra ik mijn meditatie-ervaringen deelde. Ongeloof. Afgrijzen. Verwondering. Nieuwsgierigheid. Langdurig en in deze intensiteit ‘met jezelf zijn’ is niet vanzelfsprekend. Het is ongewoon en abnormaal. Met name in grote steden is dat overduidelijk. Kijk om je heen en zie de vlugge kuur van dit ongemak. Oortjes als een nooduitgang. Dwangmatige gesprekken zonder pauzes. Achtergrondmuziek als opvulling voor een op de loer liggende leegte. E-opium van 200 gram om in weg te zinken. Best spijtig om te zien. Stilte is zo nuttig. Zo verrijkend en verhelderend, zo zuiverend en helpend. Daarvan alsmaar wegrennen is eeuwig zonde. Het is een verspilling waar geen vuilnisbult tegenop kan. Vooral in zo’n meditatiecentrum is dat zo klaar als een klontje.

Toch bleef de overtreffende trap onbesproken. De angst voor stilte zit diep. Vuistdiep zelfs. Maar de chronische angst voor ongemakkelijke waarheden of ‘verkeerde’ meningen gaat nog verder. De controledrang is overal. Geen plek die eraan ontkomt. Ook het acceptatie-en-loslaten walhalla niet. Bah, wat een nare nasmaak. Rijpe vruchten dien je te eten voordat ze zuur of bitter worden. Gedachten, visies en meningen hebben is een feit. Ze bestaan. Ook als ze niet zijn uitgeschreven of uitgesproken. Ook als ze niet mogen of passen in het maatschappelijke spel. Het maakt niet uit hoeveel weerstand of onderdrukking ze ondergaan. Vroeg of laat hebben zij het laatste woord. Wat broeit of onder druk staat vind uiteindelijk een uitweg. Bekijk en aanschouw. Ballast verdwijnt. Alles raakt vanzelf uitgebalanceerd. Het is geen hogere wiskunde. Hou dit in je achterhoofd. Leef en laat leven. Doe verder je ding. Lekker bezig, ga zo door.

Vroeg of laat moeten de controlefreaks loslaten, anders komen ze thuis van een koude kermis.

> Klik hier voor het totaaloverzicht als dit verhaal naar meer smaakt <

37. Talking a lot without saying anything

Blablablablabla… Bureaucracy… Blablabla… Creating work… Blablabla… Fighting symptoms… Blablabla… Wishful thinking… Blablabla… Political correctness… Blablabla… I overheard some parts of the distant meeting. Everyone sounded more dull and hollow as it went on. I really tried my best to participate, yet I was already a goner for some time. I restrained the yawning as I stared outside. Suddenly the outside world transformed into a captivating daydream. I silently sucked me in. All my attention was at this almighty journey through the multiverse. All sense of place and time faded. Everything passed by in lightning speed: landmasses, climate phases, life forms, galaxies, technological progress, hundreds of generations. The rich diversity and eternal change were crystal clear. What a natural masterpiece, what a delight. I couldn’t get enough of the great mystery of the Cosmos. More. I want more! Lucy, please, give me more universal truths.

“…. So, Ben, what do you think about this plan?”

Dead silence. Err… Oh… The question brought me back into the dreary meeting room. Bloody hell. My sober trip was in ruins. And my professional appearance would be next if I made the wrong move. Come on, act. Missing most of the predictable script was no reason to panic. Simply leave it to the autopilot. Without a trace of doubt, I picked up a few clues. Instantly I pulled out jargon, expertise and real-life examples from the top hat. My colleagues watched the magic and nodded in approval. After a few follow-up questions, my neighbor started his little show. I sat there and looked at it with a smile on my face. Ha. If only they could see what I just saw. Then this tear-jerking nonsense would be a lot more interesting. I restrained another yawn. Resting my head on the table was tempting. I gave it a miss in the end. Hang on. Just a little while longer and the legs could be stretched. From one cubicle to another that is, but still, better something than nothing. Payday had just begun, and I was already shattered. 

Four meetings later and lunch break was about to commence. I looked forward to getting some fresh air, walk around and eat a sandwich. Too bad it wasn’t supposed to be like this. The higher ranks gave me an emergency case to chew on. Please supply the beta-male. Now. The grateful task to justify that’s wrong – as usual – was left to me. I did so with a sense of duty, then I went straight to the next consultation. I sat down with a growling stomach. Chronic meeting fatigue struck hard halfway through the ride. Mouths moved relentlessly, yet I only heard a loud ringing in my ears. My head could no longer cope with the enormous flow of non-information. Translating waffling, wordy, evasive and other meaningless language wasn’t possible anymore. No coffee, sugary bite or stimulant could resolve it. All hope vanished. What remained were agonizingly slow torture and a sense of guilt. Listen carefully and think, you get paid to do so. Provide an idea, product, solution, contribution. Something. Do something with precious time. Well, I could only think of wild fantasies and memories. Shooting a massive load, basically. That would be the only way to endure this boring chatter. Wanking while making money can do. Surely I’m not the first to do so, I thought. Still, I stayed put for good will. Be obedient and face the boredom. Don’t numb mental pain and don’t walk away from it.

I had half an hour on my own after all the empty words. Finally some time for an important project. Unfortunately, I ran into a wall of bureaucracy. I called a colleague with frustration. He sighed at the other side of the hotline. I turned out to be the fifth person (in four years) to lay an egg over this. He pointed out that my predecessors faced the same problems. So I hung up. After these encouraging words, I walked to another department. Oh, a new face. Hopefully he has some good advice. He asked if my position was permanent or temporary. “Everything is temporary”, I answered. He walked off without saying anything. His colleagues looked at me in silence as I watched him go. Well… whatever. I walked back to my desk for lack of better. Then a notorious client called me. He insisted on his desired outcome. I listened to the chronically dissatisfied control-freak as I fought the fatigue. This me-me-me franchise called me names. That didn’t hinder me from speaking to him in a civilized manner. After that I clocked out and shut the door.

I jumped on my folding bike and raced away. My head was packed with senseless side-affairs. It was hijacked and squeezed out by meaningless nonsense that doesn’t make you any wiser. No matter how hard I pedaled, the flat battery didn’t charge. I crashed down on my bed once I got home. As directed livestock, I had devoured the marked plain. I was allowed to take a break. Then I would move on to the next farm. I looked outside once again. The green grass on the other side left me indifferent. What I longed for was pure wilderness. I no longer felt like dragging a burden as a water bearer. A tame existence offers no inspiration, growth, creativity or satisfaction. It provides absolutely nothing essential. The end of the familiar road was nearing, and I already left it all behind in my mind. I imagined waving goodbye to those tamed office animals with a dropped mask of normality. Speaking is silver, silence is golden. Just do what needs to be done. Open the taps and tip out the filled buckets. Awaken the fire and stop the mindless regurgitation of what’s already digested. 

Talking a lot without saying anything is a popular sport that I give a miss, just for the sake of sanity.

> Click here for an overview if you’re eager for more stories <

37. Veel praten zonder iets te zeggen

Blablabla… Bureaucratie… Blablabla… Werkcreatie… Blablabla… Symptoombestrijding… Blablabla… Wensdenken… Blablabla… Politieke correctheid… Blablabla… Bij vlagen ving ik nog wat op van de afstandelijke vergadering. Langzaamaan klonk iedereen steeds doffer en holler. Ik probeerde oprecht bij de les te zijn, maar dat lukte allang niet meer. Met ingehouden gegaap staarde naar buiten. Opeens transformeerde de buitenwereld in een betoverende dagdroom. Stilletjes werd ik erin gezogen. Deze almachtige rondreis door het multiversum had al mijn aandacht. Elk gevoel van plaats en tijd vervaagde. Landmassa’s, klimaatfases, levensvormen, sterrenstelsels, honderden generaties, de technologische vooruitgang: het bestaan schoot in recordtempo voorbij. De eeuwige verandering en de rijke diversiteit waren kraakhelder. Wat een natuurlijk meesterwerk, wat een genot. Ik kreeg geen genoeg van het grote mysterie van de Kosmos. Meer. Ik wil meer! Lucy, geef me asjeblieft meer universele waarheden.

‘’…. dus Ben, hoe kijk jij tegen dit plan aan?’’

Dodelijke stilte. Eh… Oh… De vraag bracht me terug in de grauwe vergaderkamer. Godver. Mijn nuchtere trip lag aan duigen. En als ik niet oppaste zou mijn professionele schijn volgen. Kom op, actie. Het voorspelbare script grotendeels missen was geen enkele reden tot paniek. Laat dit maar aan de automatische piloot over. Zonder spoortje twijfel haakte ik in op de weinige aanknopingspunten. Spontaan toverde ik jargon, vakkennis en praktijkvoorbeelden uit de hoge hoed. Mijn collega’s hoorden de magie aan en knikten instemmend. Na een paar vervolgvragen moest mijn buurman zijn zegje doen. Ik zat erbij en keek ernaar met een glimlach. Ha. Kon ik hen maar laten zien wat ik zojuist zag. Dan zou dit tranentrekkende geouwehoer een heel stuk boeiender zijn. Wederom hield ik een gaap binnenboord. Ook had ik de neiging om mijn hoofd op tafel te rusten. Ik liet het na. Hou vol. Nog even en dan kon ik de benen strekken. Weliswaar van het ene naar het andere hok, maar beter iets dan niets. De loondag was nog maar net begonnen, en ik was al helemaal kapot.

Vier vergaderingen later brak de lunchpauze aan. Lekker een frisse neus halen, een rondje lopen en een bammetje eten. Jammer genoeg mocht het niet zo zijn. Vanuit hogerop kreeg ik een spoedgevalletje voor mijn kiezen. Het Bétamannetje moest voorzien worden. En wel nu. Aan mij de dankbare taak om – zoals wel vaker – een kromme toezegging recht zien te praten. Plichtmatig waste ik het varkentje, daarna ging ik gelijk door naar het volgende overleg. Met een knorrende maag nam ik plaats. Halverwege de rit sloeg de chronische vergadervermoeidheid keihard toe. Ik zag de monden op en neer gaan, maar hoorde alleen maar een harde piep. Mijn hoofd kon de enorme stroom non-informatie niet meer aan. Wollige, langdradige, ontwijkende en andere nietszeggende taal vertalen lukte niet meer. Geen koffie, zoete hap of pepmiddel kon dit verhelpen. Alle hoop verdween. Wat overbleef was een tergend trage martelgang en een schuldgevoel. Luister en denk nou mee, daar krijg je voor betaald. Lever een idee, product, oplossing, bijdrage. Iets. Doe iets met kostbare tijd. Ik kon alleen nog maar aan wilde fantasieën en herinneringen denken. Een flinke zaadlozing dus. Alleen daarmee lijkt deze slaapverwekkende praatsessie te verdragen. Rukkend geld verdienen moet kunnen. Ik zal vast niet de eerste zijn, dacht ik nog. Vanuit goede wil bleef ik toch zitten. Wees braaf en onderga de verveling. Verdoof geen mentale pijn en loop er niet van weg.

Na alle loze woorden had ik een half uurtje voor mezelf. Eindelijk tijd voor een belangrijk project. Helaas liep ik tegen een bureaucratische muur aan. Enigszins gefrustreerd belde ik een collega. Gezucht aan de andere kant van de hulplijn. Blijkbaar was ik de vijfde persoon (in vier jaar tijd) die hier een ei over ging leggen. Hij wees mij er fijntjes op dat mijn voorgangers tegen hetzelfde probleem aanliepen. Ik hing op. Na deze bemoedigende woorden liep Ik naar een andere afdeling. Ah, een nieuw gezicht. Hopelijk heeft hij wat goede raad. Hij vroeg of ik een vast of tijdelijk contract had. ‘’Alles is tijdelijk’’, antwoorde ik. Hij liep weg zonder iets te zeggen. Terwijl ik hem nastaarde keken zijn collega’s mij zwijgend aan. Oké… Het zal wel. Uit gebrek aan beter liep ik terug naar mijn bureau. Een notoire klant belde me op. Hij bleef aandringen op zijn gewenste uitkomst. Al knikkebollend hoorde ik de chronisch ontevreden controlefreak aan. De ik-ik-ik bv maakte me uit voor onfrisse dingen. Dat weerhield mij er niet van om hem beschaafd te woord te staan. Daarna klokte ik uit en trok de deur achter me dicht.

Ik sprong op de vouwfiets en schoot uit de startblokken. Mijn kop zat helemaal bomvol met doelloze randzaken. Het was gekaapt en uitgeknepen door irrelevante nonsens waar je niets wijzer van wordt. Hoe hard ik ook trapte, de leeg getrokken accu laadde niet meer op. Thuis plofte ik uitgeteld neer op bed. Als gedirigeerd vee had ik de afgebakende vlakte kaalgevreten. Ik mocht even uitbuiken en daarna door naar de volgende boerderij. Wederom keek ik naar buiten. Het groene gras aan de overkant liet me koud. Waar ik naar smachtte was de pure wildernis. Ik had geen zin meer om als waterdrager een last voort te slepen. Een mak bestaan biedt geen inspiratie, groei, creativiteit of voldoening. Het levert echt niets wezenlijks. Het einde van de bekende weg naderde, en in mijn hoofd nam ik al afscheid van dit alles. Denkbeeldig zwaaide ik de tamme kantoordieren uit met een afgevallen masker der normaliteit. Spreken is zilver, zwijgen is goud. Doe gewoon wat gedaan moet worden. Draai de kraan open en kiep de overvolle emmers leeg. Wakker het vuur aan en kap met de hersenloze herkauwing van wat al verteerd is.

Veel praten maar weinig zeggen is een volkssport die ik graag oversla, wel zo gezond.

> Klik hier voor het totaaloverzicht als dit verhaal naar meer smaakt <