46. Going bonkers for a penny

“Thirty Dorrar or go home!” The customs officer shouted at us with a dead-straight face. I instantly got the giggles due to his hospitality. After all, saying things as they are is a feast for the mind. Yet to my surprise, I seemed to be the only one that openly laughed at this legendary quote. Everyone around me ignored the loud hotshot, and I wondered why. Is everyone too exhausted from the jet lag? Too busy with social media feed, perhaps? Maybe those tourist bums just don’t have any sense of humor? Either way, leaving wise words in the dust is a missed shot. Such slips come at a high cost. Always and everywhere. Yes, even in ‘cheap cheap’ Southeast Asia.

After spending some precious cash, I arrived in Siem Reap. I took a shower, left my stuff in the room and made my move. Four men harassed me as soon as I stepped outside. Team Cambodia made wild gestures and competitive offers from their tuk-tuks. ‘Special price for you my friend!’ ‘Where do you want to go sir?’ ‘I can get anything for you!’ That kind of copy-paste thievery left me ice-cold. The last man standing firmly stood his ground, though.

‘Peng peng!’

Hmm… No boom-boom or psss-psss. This ain’t a brothel or drugs, but then what’s this all about? He gestured a pistol as I looked at him in silence. He pulled the trigger as he smiled and got a colossal bullet out of his pocket. “Shooting range sir. Big guns. Cheap cheap. Wanna go?” Fine. Just because you ask so nicely. And because the economy and employment are sacred. So I obediently took a seat for a good cause. After a mad rollercoaster ride, we arrived at an eerie silent and deserted plain. I let the ruined dump in front of me sink in. What a shady shithole. I silently anticipated the return of the Khmer Rouge, yet no robbery happened. The shutter opened and I was kindly greeted by the entrepreneur. I almost choked once I saw the wall. Bloody hell. There was enough military kit to set up an army of mercenaries. Machine guns, shotguns, submachine guns, RPG’s: he indeed had it all. The choice remained simple nonetheless. I wanted to use a world-famous rifle with which I made thousands of virtual headshots. Besides, I was quite intrigued by the AK-47’s symbolism. Now I could get my hands on something that’s jam-packed with misery and untold stories. 

“Okay my friend. It’s loaded. Hold it. Aim and peng peng. Very easy. Any questions?” Yeah-Nah. That’s for later, I replied dryly. Then I posed like a trigger-happy Yank for a pic. After shooting a snapshot came the real deal. The temptation to casually blast from the hips was strong. To mindlessly fire it all in one quick go because we can. Or I’ll simply try hitting the bulls-eye. Out of allergy for over-the-top Hollywood nonsense, I chose the latter. I broke out in a sweat while on duty. This thing didn’t seem to be cleaned or serviced for a long time. Yet I willfully ignored the explosive risks of a used-up Kalashnikov. I went on and on like a possessed Jihadist. Just as long until the holy goal – a completely riddled mannequin – was met.

“No bullets, no problem my friend. Machinegun. Thirty Dorrar!”

Oh well, why not? We’re here now anyway. I leaned over the killing machine with a goofy grin. So, Rambo time commenced after all. I pulled the trigger and didn’t let go anymore. This absolutely smashed me to the bone for a few lousy seconds. Right. Missed pretty much everything, but who cares. I handed that miserable toy back with burning hands, ringing ears and a destroyed shoulder. If I want to blow something up with a rocket launcher? Something? A cow?! For fuck sakes man. Fuck no, I said in utter disgust. Just take me back to the city already. 

There was no shortage of entertainment or amusement in the tourist stronghold. It was all too much for my liking. Snorting culture for a bargain, making spotless selfies, going all out and having a blast. All good, one could say. Yet I walked through the nightlife with growing reluctance. I awkwardly strolled past all the begging children and teen prostitutes. Shit music, distressing poverty and a totally pissed Easyjetset were calling the shots. This was ultimately confirmed by a drunk bunch of compatriots. I overheard their drivel with vicarious shame:

“Joost. Hey Joost! BEEEEEEEP! Want another beer?!” (The incredibly harsh swearword is untranslatable: it’s the rudest and most degrading thing you can say to someone)

Sure, there are Wild Westerners in the Wild West. That’s all there is to it. This safari has been fun and games so far, but let’s get the fuck outta here. I understood the Joker among customs a lot better during my retreat. Foreign thrill-seekers, barbarians and disaster tourists wipe their asses with such petty change. For that bargain, everything is possible with no obligations or whatever. Then they can act like immortal royalties. Scratch their names into historical world heritage sites with no second thoughts. Commit sheer stupidities for the sake of a meaningless thrill. Thanks to Joost’s pals, I came to the sad realization that I’m no better. I also engage in banging, misbehaving, public drunkenness, wild pooping and other uncivilized behavior. So. Hypocrite. With that crystal clear conclusion, I will admire Angkor Wat for – guess what – thirty bucks. Then, as a purebred Millennial, I’ll move on to the next fantastic and authentic experience. I’ll take place on the front row seat for a penny. Just as Joost the Caveman most likely does. 

The best things in life are priceless, luckily there’s still plenty of entertainment for a dime.

> Click here for an overview if you’re eager for more stories <

46. Lekker knallen voor een prikkie

‘’Thirty Dorrar or go home!’’ Met een strak gezicht schreeuwde de douanier ons toe. Ik kreeg meteen de slappe lach van zijn gastvrijheid. Iets zeggen zoals het is, is immers smullen geblazen. Tot mijn verbazing leek ik de enige die openlijk moest lachen om deze legendarische kreet. Iedereen om me heen negeerde de brutale grootbek, en ik vroeg me af waarom. Is iedereen verrot van de jetlag? Te druk met social media? Misschien had het toeristische klootjesvolk gewoon geen gevoel voor humor? Niets doen met wijze woorden is hoe dan ook een gemiste kans. Zulke missers komt men duur te staan. Altijd en overal. Ja, zelfs in het goedkope Zuidoost-Azië.

Na het aftikken van wat dierbare centjes kwam ik in Siem Reap aan. Even douchen, m’n rotzooi in de kamer achterlaten en op pad. Zodra ik naar buiten liep werd ik gelijk belaagd door vier mannetjes. Team Cambodja maakte wilde gebaren en scherpe aanbiedingen vanuit hun tuk-tuks. ‘Speciale prijs voor jou mijn vriend!’ ‘Waar wil je heen meneer?’ ‘Ik kan alles voor je regelen!’ Dat soort gejatte knip-plak teksten lieten me ijskoud. Gelukkig stond de laatste man wél zijn mannetje:

‘Peng peng!’

Hmm… Geen boom-boom of psss-psss. Dit klonk niet als een bordeel of drugs, maar wat dan wel? Terwijl ik hem vragend aankeek gebaarde hij een pistool na. Lachend haalde hij de trekker over en toverde een enorme kogel uit zijn broekzak. ‘’De schietbaan meneer. Grote wapens, goedkoop. Wil je gaan?’’ Vooruit. Omdat je het zo aardig vraagt. En omdat de economie en werkgelegenheid almachtig zijn. Dus ik nam braaf plaats voor het goede doel. Na een dollemansrit kwamen we aan op een ijzig stille en verlaten vlakte. Ik liet het aftandse bouwwerk op me inwerken. Wat een schimmig niemandsland. Stilletjes hield ik rekening met de terugkeer van de Rode Khmer, maar zover kwam het gelukkig niet. Het rolluik ging open en ik werd vriendelijk begroet door de ondernemer. Toen ik de muur zag verslikte ik me bijna. Goeie genade. Er hing genoeg militair spul om een huurleger op te zetten. Mitrailleurs, hagelgeweren, machinepistolen, raketwerpers: werkelijk niets ontbrak. De keuze was simpel. Ik wou een wereldberoemd geweer gebruiken waarmee ik virtueel duizenden had omgelegd. Daarnaast ging het me om de symboliek van een AK-47. Nu kon ik iets tastbaars vasthouden wat bomvol leed en onbekende verhalen zit.  

‘’Oké mijn vriend. Het is geladen. Hou hem stevig vast. Mikken en peng peng. Een makkie. Enige vragen?’’. Welnee joh. Dat is voor later, antwoordde ik droogjes. Daarna poseerde ik als een schietgrage Yankee voor een foto. Na het schieten van een kiekje kwam het echte knalwerk. De verleiding om lukraak vanuit de heupen te schieten was sterk. Lekker alles hersenloos erdoorheen jagen omdat het kan. Óf ik probeer netjes de roos te raken. Uit allergie voor overdreven Hollywood-onzin koos ik toch voor het laatste. Tijdens mijn dienst brak het zweet me uit. Volgens mij was dit ding in geen tijden schoongemaakt of onderhouden. De explosieve gevaren van een uitgeleefde Kalashnikov hield me echter niet tegen. Als een bezeten Jihadist ging ik alsmaar door. Net zolang totdat het heilige doel – een compleet doorzeefde paspop – was bereikt.

‘’Geen kogels, geen probleem. Machinegeweer mijn vriend. Thirty Dorrar!’’

Och, waarom ook niet? We zijn er nu toch. Met een ondeugende glimlach leunde ik over de moordmachine. Ha, de Rambo tijd is alsnog aangebroken. Ik haalde de trekker over en weigerde los te laten. Voor een paar luttele seconden kreeg ik er flink van langs. Zo. Vrijwel alles gemist, maar ach. Met brandende handen, piepende oren en een verwoeste schouder gaf ik dat ellendige speelgoed terug. Of ik nog iets wil opblazen met een raketwerper? Iets? Een koe?! Nee, zeg ik met een gezicht vol walging. Breng me asjeblieft terug naar de stad.

Aan vermaak en vertier geen gebrek in het toeristenbolwerk. Het was allemaal té naar mijn smaak. Voor een prikkie cultuur snuiven, jaloersmakende selfies maken, van God losgaan en een leuke tijd hebben. Moet kunnen zou je zeggen. Toch liep ik met stijgende tegenzin door het uitgaansleven. Ongemakkelijk liep ik langs alle bedelkinderen en tienerhoertjes. Slechte muziek, schrijnende armoede en een bezopen Easyjetset maakten de dienst uit. Dat werd fijntjes bevestigd door een stel dronken landgenoten. Met plaatsvervangende schaamte ving ik hun gebral op:

‘’Joost. Hey Joost! Kankerhomo! Wil je nog een biertje?!’’

Dat er Wilde Westerlingen in het Wilde Westen zijn, tot daar aan toe. Maar deze safari is leuk geweest, wegwezen hier. Tijdens de aftocht begreep ik die bijtende grap van de douanier een stuk beter. Buitenlandse sensatiezoekers, lomperiken en ramptoeristen vegen hun reet af met dit soort kleingeld. Voor dat koopje moet niets en kan alles. Dan kunnen ze zich als onschendbare vorsten gedragen. Vluchtig hun namen in een historisch werelderfgoed krassen. Grenzeloze stommiteiten begaan omwille een betekenisloze kick. Dankzij Joost z’n maten kwam ik tot het trieste besef dat ik geen haar beter ben. Ook ik doe vrolijk mee aan geknal, misdragingen, openbaar dronkenschap, wildpoeperij en ander onbeschaafd gedrag. Dus. Hypocriet. Met die glasheldere conclusie zal ik Angkor Wat bewonderen voor – jawel – dertig dollar. Daarna ga ik als rasechte Millennial door naar de volgende fantastische en authentieke ervaring. Lekker voor een dubbeltje op de eerste rij zitten. Net zoals Joost de holbewoner dat hoogstwaarschijnlijk ook doet.

De beste dingen in het leven zijn onbetaalbaar, gelukkig is er nog zat vermaak voor een prikkie

> Klik hier voor het totaaloverzicht als dit verhaal naar meer smaakt <

45. Honesty lasts shortest

I rubbed my eyes and sighed. God almighty. Sorting out endless data sheets is an endless prayer. I tried to order the chaos with good spirits. But to no avail. This creation goes beyond me. All the lost hours and energy. All the time-consuming fiddling and plodding. So many well-meant but fruitless attempts to make something out of it. At first glance, this employment seemed like a well-filled vacancy, a promising marriage. It looked like a successful fusion of supply, demand, characters and qualities. It wasn’t to be, though. Mutual expectations were not met, and our connection went with the wind. Things didn’t work out and frustrations were piling up. Something was going on. Some abnormal ‘problem’ that I tried to point out. And then it slipped through my fingers. Self-confidence was gone. Willpower was gone. I felt the tide turn against me as I kept trying. 

Then the performance review commenced. I sat down with hesitation. We got down to business after some brief chitchat. I listened to the supervisors with a loss of speech. That I’m so quiet and withdrawn. That I don’t seem to be at ease. Blocked. Insecure. Not ‘myself.’ They sincerely asked what was going on. Err… well… Now that’s hitting the nail on the head. Dataism isn’t my religion, and I don’t possess enough autistic traits for this role. High voltage broke the circuits. Thousands of words awakened the dormant volcano, and a stream of all kinds of conflicting emotions reached the surface. Ain’t no crocodile tears. It was obviously deeper than a gold mine. We were shocked. They probably assumed the worst. They gave me a glass of water and left it. Obviously, I had too much on my mind. Nothing became clearer, just more mysterious. Get back to it later. 

That’s all said and done. The half-baked outburst really bugged me. So I opened my stiffly closed lips with a keyboard. As usual, this trusty crowbar rammed the gates open. I confessed everything without any constraint. The genie was out of the bottle, and that genie was possessed by sheer wanderlust. A world trip had re-wired the housekeeping of my brain. I felt like a stranger in my own land. Reintegrating into “real life” wasn’t easy. Swimming against the current takes a lot of strength. I floundered like an exhausted fish on land, wildly gasping for deep waters and rich seas. I experienced in person that an unconventional path isn’t an impossible dream. Far from it. It makes me thrive. Risks. Flexibility and spontaneity. Just “being” everywhere and nowhere. Being in the moment as much as possible, without a grand plan. This is the code to crack in my book. This is my DNA, my love and joy, my all. Every fiber in my body missed that lifestyle and stirred up inner turmoil. This disturbance wasn’t some nostalgia for a romanticized ideal. Nah, this went much, much further.

I clicked on send. Just like that ay. Now the word was out, well-played mate. I knew damn well that this brutally honest outburst wouldn’t be the end of it. But I felt that I had nothing to hide. I just answered a question. I simply played with open cards, without ulterior motives or a higher purpose. It’s what it is, and it’s as simple as that. I would accept any consequence. Everything was taken into account: suspicion, misunderstandings, judgments, mind-games, a cold war. My temporary contract won’t be renewed – or, perhaps, even terminated. The urgent recommendation to talk to a well-known psychiatrist. Unintelligible murmurs behind the back of bewildered Wacky. Uncomfortable silences instead of open conversations. The running out of patience. The strange tension that lingered on and the impending clash about a few pennies. All of that raced through my head as I obediently did my job. Carry on just a little bit longer. You’ll be flying out of this glass cage before you know it.

I raced through Amsterdam on my Mean Machine. Just another tourist on a wildlife safari, because why not. The fresh air helped me to get things straight. Suddenly it was as clear as day. There’s no point in this anymore. It’s okay. Resign and let go. Too bad about the ‘real’ job-hunt or the educational trajectory that doesn’t educate. The urge to control is counterproductive. Returning to old grounds because ‘it should’ doesn’t work. Forcing something that doesn’t fit the nature of the beast is asking for trouble. Better get used to this ‘problem’ since it will happen over and over again. What a laughable ordeal. Such unnecessary suffering, such mindless misery. Let the train roll on. Just turn into a different path. Time is more valuable than money. The ‘real life’ isn’t an inevitable fate and work is a sideshow. Working until death might come later. Beware or be stranded in a lifeless sit-existence. Walk around treacherous quicksand with great care. I prefer customization, a natural fit that changes with one’s interests or phase in life. What matters is what fits best and feels good. Time will tell the final conclusion.

Honesty is the best policy for yourself and others; it cannot be clear enough.

> Click here for an overview if you’re eager for more stories <

45. Eerlijkheid duurt het kortst

Ik wreef in mijn ogen en slaakte een diepe zucht. Godallemachtig. Ellenlange data sheets ordenen is een gebed zonder end. Vol goede moed probeerde ik orde in de chaos te scheppen. Helaas. Deze schepping gaat mijn pet te boven. Alle verloren uren en energie. Al het tijdrovende gepiel, al het geploeter. Zoveel goed bedoelde maar vruchteloze pogingen om er wat van te maken. Op het eerste gezicht leek dit dienstverband een goed ingevulde vacature, een veelbelovend huwelijk. Het leek op een succesvolle samensmelting van vraag, aanbod, karakters en kwaliteiten. Echter mocht het niet zo zijn. Wederzijdse verwachtingen kwamen niet uit, en onze klik verdween met de noorderzon. Het liep voor geen meter en de frustraties stapelden zich op. Er speelde iets. Iets afwijkends waar ik de zere vinger op legde. En toen gleed het uit mijn vingers. Weg zelfvertrouwen, weg wilskracht. Naar mijn gevoel werd het tij onomkeerbaar en kreeg ik de schijn tegen.

Toen brak het functioneringsgesprek aan. Aarzelend schoof ik aan. Na wat slap geouwehoer kwamen we ter zake. Met een bek vol tanden hoorde ik de leidinggevenden aan. Dat ik zo stil en teruggetrokken ben. Dat ik niet op mijn gemak lijk te zijn. Geblokkeerd. Onzeker. Niet ‘mezelf’.  Oprecht vroegen ze wat er aan de hand was. Eehh… tja. Ze slaan de spijker op zijn kop. Het dataisme is niet mijn religie, en voor deze rol heb ik onvoldoende autistische trekjes. De hoogspanning veroorzaakte kortsluiting. Duizenden woorden wekte de slapende vulkaan. Een stroom van allerlei tegenstrijdige emoties bereikte de oppervlakte. Geen krokodillentranen. Het zat overduidelijk dieper dan een goudmijn. We schrokken ervan. Waarschijnlijk gingen ze van het ergste uit. Ze gaven me een glas water en lieten het rusten. Ik had overduidelijk teveel aan mijn kop. Niets werd duidelijker, enkel mysterieuzer. Kom er later maar op terug.

Zo gezegd, zo gedaan. Natuurlijk zat die halfbakken uitbarsting me niet lekker. Daarom brak ik mijn stijf gesloten lippen open met een toetsenbord. Zoals wel vaker ramde dit vertrouwde breekijzer de poorten open. Zonder enige remming biechtte ik alles op. De geest was uit de fles, en die geest was bezeten door het zwerversbestaan. Een wereldreis schopte de huishouding van mijn hersenpan overhoop. Ik voelde me een vreemdeling op eigen bodem. Re-integreren in ‘het echte leven’ viel niet mee. Tegen de stroom in zwemmen kost een hoop kracht. Als een uitgeputte vis spartelde ik op het droge. Wild happend naar diepe wateren en rijke zeeën. Ik ervoer in levende lijve dat een onconventioneel levenspad geen onhaalbare droom is. Integendeel. Ik bloei er helemaal van op. Risico’s nemen. Flexibiliteit en spontaniteit. Gewoon overal en nergens ‘zijn’. Zoveel mogelijk in het moment zijn, zonder uitgestippeld plan. Dit is mijn code om te kraken. Dit is mijn DNA, mijn hebben en houden, mijn lust en leven. Elke vezel in mijn lijf miste die manier van leven en wakkerde een innerlijke onrust aan. Die storing was geen omgekeerde heimwee naar een geromantiseerd ideaal. Nee, dit ging overduidelijk véél verder dan dat.

Ik klikte op verzenden. Zo, hèhè. Het hoge woord was eruit. Lekker bezig man. Ik wist dondersgoed dat deze goudeerlijke uitspatting een staartje zou krijgen. Maar naar mijn idee had ik niets te verbergen. Ik beantwoordde gewoon een vraag. Ik speelde gewoon open kaart zonder bijbedoelingen of hoger doel. Het is wat het is, zo simpel is het. Eventuele gevolgen nam ik voor lief. Ik hield rekening met alles: achterdocht, onbegrip, oordelen, spelletjes, een koude oorlog. Mijn aflopende contract dat niet verlengd zal worden – of misschien zelfs ontbonden. De dringende aanbeveling om met een bekende psychiater te praten. Onverstaanbaar geroesemoes over maffe wappies. Ongemakkelijke stiltes in plaats van open gesprekken. Het oprakende geduld. De vreemde spanning die bleef hangen en de naderende strijd om een paar grijpstuivers. Dat schoot allemaal door mijn hoofd terwijl ik braaf mijn werk deed. Nog even doorbijten. Voor je het weet vlieg je uit deze glazen kooi.

Met mijn Mean Machine racete ik door de grachtengordel. Lekker op wildsafari als een echte toerist, want waarom ook niet. Door de frisse lucht kon ik alles op een rijtje zetten. Opeens was het zo klaar als een klontje. Dit heeft geen zin meer. Het is goed zo. Neem ontslag en laat het los. Jammer dan van de zoektocht naar een ‘echte baan’, of het afgelegde onderwijstraject wat niet onderwijst. Controledrang werkt averechts. Terugkomen naar bekende gronden omdat ‘het hoort’ zet geen zoden aan de dijk. Iets forceren dat niet bij de aard van het beestje past is vragen om problemen. Wen maar aan dit ‘probleem’: het zal keer op keer terugkomen. Wat een lachwekkende lijdensweg. Zo onnodig en stompzinnig. Laat de trein doordenderen. Sla gewoon een andere weg in. Tijd is waardevoller dan geld. Het ‘echte leven’ is geen onvermijdelijk lot. Werk is bijzaak. Werken tot aan de dood komt misschien later wel. Pas op of strand in een klinisch zitbestaan. Loop met een grote boog om het verraderlijke drijfzand heen. Ik heb liever passend maatwerk, een natuurlijke pasvorm die mee verandert met iemands interesses of levensfases. Wat telt is wat nu het beste past en goed voelt. Eindconclusie? De tijd zal het leren.

Eerlijkheid duurt het langst voor jezelf én anderen; het kan allemaal niet duidelijk genoeg zijn

> Klik hier voor het totaaloverzicht als dit verhaal naar meer smaakt <

44. Sample of the real deal

I kept walking in circles behind the closed curtains. I tried my utmost best to contain my nerves. But to no avail. I kept pacing on despite a flawless preparation. That’s how nervous I was. For weeks, we had practiced for this supreme moment. No scenario was spared, no improvisation remained unspoken. All sorts of cards were pulled for an unforgettable ending. What a fuss. Really, I couldn’t get my head around it. I couldn’t care less about this overdone puppet show. I didn’t feel like it at all. Oh well, whatever. Don’t be a maverick or troublemaker. Above all, don’t create commotion and hard questions. Just do it. Do it for the sake of it. It will all be over before you know it, and then life resumes. It will go on and on. Increasingly faster and faster, until, one day, you’ll think back to those so-called good old days.

Suddenly we heard a familiar voice. The host announced the spectacle with contagious enthusiasm. Some uplifting music was played and the curtains opened. Finally, the long waiting was over at last. The leading group stormed onto the stage with bravado. Just look at them, being in their element and soaking it in. They made it look so enviably simple. I watched in total awe. I wondered whether others appear so self-confident or whether I doubt myself too much. One classmate after another went for it in the meantime. The group of stragglers became increasingly apparent. There they stood,  the late bloomers, misfits, quirky characters, or introverts. Deeply rooted to the spot. They are the ones who avoid spotlights like the plague and keep their cards close to their chest. It’s them who wish the ground would open up and swallow them up instead of being part of a mad exhibition.

Then it was my turn. I staggered onto the stage with a bounding pulse. That was partly because of a suit that didn’t suit me. And a tie that squeezed all the oxygen out of me. The shoes were too shiny, the suit clinically clean, the fitting inhumanly tight. How uncomfortable and unnatural. I did what was expected of me in a daze. Impressing the audience by rolling out my jam-packed credit card holder was part of the deal. Letting out some clever-sounding lines topped it off. So, the circus monkey has done his thing. I was nothing more than a cashed-up snob. Someone I wasn’t, aren’t or don’t want to be. Of all people… Bloody hell. This big-peoples-business is all fun and games. But instinctively, they didn’t make sense at all. So many complicated rules, confusing exceptions, needless laws and unclear trump cards. Countless targets and tactics to follow. All the cards of chance and plastic stuff you have to deal with. Nah, I didn’t understand a damn thing of it all. And frankly, I couldn’t care less. Get lost and leave me alone.

We sang for the Motherland during the grand finale. Come on, one for all and all for one. This is what all the hard work was for; it all comes down to here and now. We effortlessly plopped out the final product like a well-oiled machine. Our acted job roles became secondary. The hierarchy vanished. Differences in possession or status were no longer a thing. Everyone was equal for a brief moment. Everyone mattered and participated. Even the usually divided crowd joined us in unity. Loving and hopeful eyes stared at us. We saw the looks of approval and pride. The looks from those close to us or whom we (used to) look up to. That – and much more – was at stake. After all, we were today’s youth who – hopefully – end up doing everything better. The new generation who remain critical and interested, the ambitious who never shy away from a challenge. It’s them who turn a well-thought vision of the future into a new reality. After all, this is the 21st century. Diversity is the magic word. Appearing to be successful generates (digital) bonus points and failure is forbidden.

And then we were done. After a big round of applause, the master called us forward. One by one, he treated us to encouraging words and papers. The musical, elementary/primary school and carefree innocence were a goner. Nothing would be the same again. At this point, no one seemed to have slipped into a doghouse or the lonely anonymity. No one was in obvious dire straits or lost in damnation. Not yet. Everything still looked promising. All will make the right choices and prosper. Everyone will live long and happily. Living lives with pure passion. Authenticity. Sincerity. And…

Keep dreaming. The awakening of such fairytales is as brutal as the truth: not everyone is going to ‘make it.’ Some will get addicted, commit suicide or become outcasts. Others will end up in crime, debt, miserable relationships or the streets. And then you have those who are constantly having or causing troubles. Those who only take and never give, those who are alien to fulfillment. That still slipped my young mind by then. How fortunate. Enjoy that childlike innocence while it lasts. Because one day, the musical chairs will stop, and then the folks will sink or swim till death. In this game, some will ‘succeed’ and others will fall by the wayside. Some will tread water for life while others doze off on the silver-spooned table. Everyone for themselves, only connected, sensible meaninglessness, #YOLO, or whatever. I don’t know. Fill in reality your way. Just remember:

No need to rush into big-peoples decay – getting in touch with it is simply a matter of time

> Click here for an overview if you’re eager for more stories <

44. Voorproefje van het echte werk

Achter de gesloten gordijnen liep ik alsmaar rondjes. Uit man en macht probeerde ik mijn gierende zenuwen de baas te zijn. Helaas. Ondanks een vlekkeloze voorbereiding bleef ik ijsberen, zo strontnerveus was ik. Wekenlang hadden we geoefend voor hét moment. Geen scenario bleef bespaard, geen improvisatie onbesproken. Werkelijk van alles kwam uit de kast voor een spetterend eindoptreden. Wat een gedoe. Ik kon er met mijn kop niet bij. Echt, deze opgeblazen poppenkast voor de bühne kon me gestolen worden. Ik had er totaal geen zin in. Maargoed, het zal wel. Wees geen dwarsligger of onruststoker. Zorg vooral niet voor moeilijke blikken of vragen. Doe het nou maar. Doe het om het te doen. Voor je het weet is het allemaal voorbij, en gaat het leven door. Alsmaar door en door. Steeds sneller en sneller, totdat je vanzelf terugdenkt aan die zogenaamd goede oude tijden.

Opeens klonk een bekende stem. Vol aanstekelijk enthousiasme kondigde de gastheer het spektakelstuk aan. Daarna werd onder opzwepende muziek de gordijnen geopend. Eindelijk, het lange wachten is voorbij. Vol bravoure stormde de kopgroep het podium op. Kijk ze eens genieten. Zó in hun element. Ze lieten het zo jaloersmakend simpel lijken. Met verwondering keek ik ernaar.  Ik vroeg me af of anderen nou zo zelfverzekerd overkomen, of dat ik teveel aan mezelf twijfel. Ondertussen ging de ene na de andere klasgenoot ervoor. Het groepje achterblijvers werd steeds duidelijker. Daar stonden ze dan, aan de grond genageld. De laatbloeiers, buitenbeentjes, eigenzinnige figuren of introvertjes die schijnwerpers mijden als de pest. Het zijn zij die niet snel het achterste van hun tong laten zien. Zij die liever door de grond zakken dan plichtmatig onderdeel zijn van een doldwaze tentoonstelling

Toen brak mijn beurt aan. Met een kloppend hart in mijn keel slenterde ik het podium op. Deels omdat het maatpak voor geen meter zat. En een strop die alle zuurstof uit mijn luchtpijp kneep. De schoenen waren te glimmend, het pak klinisch schoon, de maat onmenselijk strak. Wat ongemakkelijk en onnatuurlijk. In een roes deed ik wat van mij werd verwacht. Ik probeerde de toeschouwers te imponeren door mijn overvolle creditcardhouder uit te rollen. Om het af te maken gooide ik een paar slim klinkende zinnen eruit. Zo. Het circusaapje heeft zijn ding gedaan. Meer dan een poenerige snob was ik niet. Uitgerekend iemand wat ik niet was, ben of wil zijn. Mooie boel. Die grotemensenspelletjes zijn allemaal leuk en aardig hoor. Maar gevoelsmatig sneed het geen hout. Ingewikkelde regels, verwarrende uitzonderingen, onnodige wetten en onduidelijke troefkaarten. Zoveel tactieken en doelen. Alle kanskaarten en plastic dingetjes waar je wat mee moet. Nee, ik snapte er helemaal geen ene reet van. En eerlijk gezegd kon me dat ook niets schelen. Ga weg en laat me met rust.

Tijdens het slotstuk zongen we de longen uit ons lijf. Kom op, een voor allen en allen voor een. Hier was alle noeste arbeid voor, nu komt het erop aan. Als een geoliede machine floepte we moeiteloos het eindproduct eruit. Onze nagespeelde arbeidsrollen werden bijzaak. De hiërarchie verdween. Verschillen in bezit of statuur deden er niet meer toe. Voor even was iedereen gelijkwaardig. Iedereen deed en telde mee. Zelfs het normaal gesproken verdeelde publiek deed eensgezind mee. Hoopvolle en liefdevolle blikken staarden ons aan. Goedkeurende blikken, trotse blikken. Blikken van degenen die voor ons belangrijk waren of waar we tegenop keken. Dát – en nog veel meer – stond op het spel. Wij waren immers de jeugd van tegenwoordig die later – hopelijk – alles beter zal doen. De nieuwe generatie die kritisch en geïnteresseerd blijft, de ambitieuzen die geen uitdaging uit de weg gaan. Zij die een uitgedachte toekomstvisie de nieuwe werkelijkheid maken. Dit is immers de 21e eeuw. Diversiteit is het toverwoord. Geslaagd overkomen zorgt voor (digitale) bonuspunten en falen is verboden.

En toen waren we er klaar mee. Na een daverend applaus riep de meester ons naar voren. Een voor een trakteerde hij ons op bemoedigende woorden en papieren. De musical, groep acht en de onbezorgde onschuld waren over en voorbij. Niets zou meer hetzelfde zijn. Toen leek niemand al afgegleden in een verdomhoekje of de eenzame anonimiteit. Niemand zat in overduidelijk zwaar weer of in een hoek waar de klappen vallen. Alles zag er nog veelbelovend uit. Iedereen gaat goede keuzes maken en voorspoed kennen. Allen zullen lang en gelukkig leven. Leven vol passie. Authenticiteit. Oprechtheid. En…

Droom verder. De ontwaking van kinderlijke sprookjes is net zo hard als de waarheid: niet iedereen gaat ‘het’ maken. Sommigen zullen verslaafd raken, zelfmoord plegen of verstoten worden. Anderen belanden in de criminaliteit, schulden, in ellendige relaties of op straat. En dan heb je nog diegenen die al-tijd gezeik en problemen hebben of veroorzaken. Diegenen die alleen maar nemen en nooit geven, diegenen die geen voldoening kennen. In alle jeugdigheid ontging mij dat nog. Blij toe. Nog even van die kinderlijke onschuld genieten zolang het duurt. Want op een dag stopt de stoelendans, en dan is het pompen of verzuipen tot aan de dood. In dit spel zullen sommigen ‘slagen’ en anderen buiten de boot vallen. Sommigen zullen levenslang watertrappelen terwijl anderen lekker uitslapen in een rijkelijk gespreid bedje. Ieder voor zich, alleen verbonden, zinnige zinloosheid, #YOLO, of zoiets. Weet ik veel. Vul de realiteit op jouw manier in. Maar vergeet niet:

Heb vooral geen haast met de grotemensenafstomping, je komt er vanzelf mee in aanraking

> Klik hier voor het totaaloverzicht als dit verhaal naar meer smaakt <