22. Winner of the jackpot

We were amidst the lush forests, mountains and waterfalls of the South Island. There wasn’t much to do in a remote and godforsaken part of it. It made us more reliant on each other. We had to make something of it, and so we did. No worries. Due to the lack of distracting sideshows, we really connected to each other. During a hike, we chatted for hours on end about all sorts of stuff. The conversation wandered off to finances at some point. Ah, money. Of course. She asked a rehearsed yet interesting question: “What would you do if you win the jackpot?” I replied that I’ve already won it. It slipped out of my mind without giving it a second thought. The conversation stalled briefly. I got goosebumps. Realizing that I genuinely thought that way moved me. This was no philosophical drivel, no wishful thinking or a pep talk. I hadn’t learned someone’s (famous) striking quote by heart. It was my words, based on my gradually formed conviction. Experience speaks. That’s why I said it so convincingly.

Adult life is quite a puzzle of numerous pieces. I puzzled along with patience and perseverance. Slowly but surely, a (highly personal) image emerged. For me, this was a specific way of life, namely a sequence of temporary jobs, adventurous antics, random encounters, spontaneity and diversity. Everything was right. Most dreams are delusions, but the foremost dream came true. It felt like a grand prize in the trophy cabinet. Other trophies are financial leeway, good health, some close relationships and having everything lined up mentally. Actually, they are such ‘self-evident’ matters that we hardly think about them in daily life. If at all. Real appreciation often comes after major life-events – permanent disability, a lasting illness, the death of a loved one, rejection by your surroundings. ‘Waiting’ for that isn’t necessary, just as the eternal hope of winning the jackpot is. We mainly view it as pure luck: a winning lottery ticket or a golden combination in a slot machine. All the accompanying flashes, bleeps and lost heads complete this vision. The possibilities of large sums of money undoubtedly feel liberating. It’s logical and understandable. Still, I look at the jackpot without blinding ecstasy. I’m keeping an eye on the place where real gains can be made. It’s a place that’s much more profitable than a night shop or casino, a place that’s much more dynamic than any property can be. That place is between the ears, that place is truly yours. 

Like many, I won prizes as well. I can’t remember whether it was the jackpot of a bingo night, or a consolation prize from the State Lottery. Apparently, it didn’t really get through to me – too youthful, distracted, picky, demanding or whatever. Awareness seeped in during the mid-twenties, including the corresponding gratitude and appreciation. Cloud formations, singing birds and similar everyday things became gifts. It intensified a process of minimization. The frequent changes of traveling also contributed to this. I realized that I need much less than the demanding performance-society subconsciously showed me. My view of the jackpot changed. I regard it as a package of far-reaching (self) awareness, true acceptance, seeing things as they really are, balanced living, dealing with contradictions constructively and (a healthy degree of) emotional detachment. Thus I win without scratch cards or slot machines. Life’s a great game of chance. There’s a lot to win anyway in a transition time, which is packed with exciting challenges, opportunities and changes. Improved adaptability or imagination, for starters. Or a multitude of possibilities. They are there for the taking as soon as you recognize them. There’s still so much to do and learn, there’s so much to improve. Using your creativity and thinking capacity constructively is also a jackpot. Wherever and whenever.

In all fairness, a bag of money seems pretty cool to me. I certainly won’t refuse it if it somehow comes along my path. But it doesn’t have to. It’s not a higher goal or something I can’t live without. Of course, modern life is a lot more practical with some cash in the pocket. They say money doesn’t buy happiness, but I’m glad to have money. Because who pays, decides. Whether we like it or not, money is a key factor in all our considerations and decisions. Money steers, distributes, connects, disrupts. As a socially accepted means of exchange, it attempts to represent and control truly everything. The limited means of measurement becomes too influential and overshoots the mark. That while the whole construct sticks like a sandcastle. Trust is what keeps the system running. Money is a belief beyond biblical proportions. A faith so deeply rooted that it’s not even seen as such. A belief so far-reaching that a functional society without money is barely imaginable. Any blind faith has dire consequences, and this is no exception on the rule. What once was a logical invention has become an insatiable plague that devours everything. A parasite that drives its host to contradictory and self-destructive actions. Ever-growing debts, inequalities and uncertainties cause so much tension. The conflicts are all so apparent yet so intangible at the same time. I look in awe at the advancement that’s based on beliefs. On systems conceived by people. What doesn’t ‘really’ exist creates reality. That’s our true strength. We can create so much more than a dishonest pyramid-scheme. It’s truly unbelievable. To a certain extend, I’m forced to participate. Beyond that point, I don’t want to have anything to do with it — just a waste of my time and energy. Currency symbols obscure the broader field of vision. They stir up greed, discontent, constant comparison and other impurities. I don’t think that’s worth it. I rather put my attention on a solid base with some margin for choices. That’s all. Then I have enough. And enough is a true value to me. 

The most human things aren’t for sale, a financial score doesn’t change that at all.

> Click here for an overview if you’re eager for more stories <

22. Winnaar van de hoofdprijs

We zaten midden de weelderige bossen, bergen en watervallen van het Zuidereiland. In een afgelegen en godverlaten uithoek daarvan viel bar weinig te doen. Zodoende waren we extra op elkaar aangewezen. We moesten er wat moois van maken, en zo geschiedde. Door het gebrek aan afleidende randzaken maakten we echt contact met elkaar. Tijdens een wandeling kletsten we urenlang bij over van alles en nog wat. Op een gegeven moment dwaalde het gesprek af richting geldzaken. Ah, geld. Natuurlijk. Ze stelde een uitgekauwde maar interessante vraag: ‘’Wat zou je doen als je de loterij wint?’’ Ik antwoorde dat ik hem al heb gewonnen. Zonder na te denken floepte het eruit. Het gesprek viel even stil. Ik kreeg kippenvel. De realisatie dat ik er oprecht zo over dacht beroerde me. Dit was geen filosofisch geleuter, geen wensdenken of peptalk. Ik had niet een krachtig citaat van (een beroemd) iemand uit mijn hoofd geleerd. Het waren mijn woorden, gebaseerd op mijn overtuiging die zich gaandeweg heeft gevormd. De ervaring spreekt. Juist daarom kwam het zo overtuigend uit mijn strot.

Het volwassen leven is best een gepuzzel met vele stukjes. Vol geduld en volharding puzzelde ik wat af. Spelenderwijs viel langzaam maar zeker het (hoogstpersoonlijke) totaalplaatje ineen. Voor mij was dat een specifieke levenswijze, namelijk een aaneenschakeling van tijdelijke banen, avontuurlijke fratsen, willekeurige ontmoetingen, spontaniteit en diversiteit. Alles klopte. De meeste dromen zijn bedrog, maar de voornaamste droom kwam uit. Het voelde als een hoofdprijs. Andere trofeeën in de prijzenkast zijn financiële bewegingsruimte, een goede gezondheid, een aantal hechte relaties en mentaal alles op een rijtje hebben. Eigenlijk zijn het allemaal ‘vanzelfsprekendheden’ waar we in het dagelijks leven amper bij stilstaan. Of helemaal niet. Vaak komt de echte waardering pas na ingrijpende gebeurtenissen – blijvende invaliditeit, een slepende ziekte, het overlijden van een dierbare, verstoting door je omgeving. Daarop ‘wachten’ hoeft niet, evenals het eeuwige hopen om de jackpot te winnen. Daarbij denken we vooral aan puur geluk: een winnend lot of een gouden combinatie in een gokmachine. Alle bijbehorende flitsen, bliepjes en op hol geslagen hoofden maken de beeldvorming af. De mogelijkheden van grote geldbedragen voelt ongetwijfeld bevrijdend aan. Het is logisch en begrijpelijk. En toch bekijk ik de hoofdprijs zonder verblindende extase. Ik hou mijn oog op de plek waar échte winst valt te behalen. Het is een plek die veel winstgevender is dan een avondwinkel of casino, een plek die veel dynamischer is dan welk pand dan ook. Die plek is echt van jou, die plek zit tussen de oren.

Zoals velen viel ik ook met mijn neus in de prijzen. Ik kan me niet herinneren of het de hoofdprijs van een bingoavond was, of een troostprijs van de Staatsloterij. Blijkbaar drong het niet echt tot me door – te jeugdig, afgeleid, kieskeurig, veeleisend of wat dan ook. Halverwege de twintiger jaren kwam het besef binnensijpelen. De bijbehorende dankbaarheid en waardering kwamen eruit. Wolkenformaties, zingende vogels en dergelijke alledaagse zaken werden cadeautjes. Het versterkte een proces van minimalisatie. De vele veranderingen van het reizen droegen daar ook aan bij. Ik merkte dat ik veel minder nodig heb dan de veeleisende prestatiemaatschappij me onbewust meegaf. Mijn blik op de jackpot veranderde. Ik zie het als een pakket van vergaand (zelf)bewustzijn, ware acceptatie, zaken zien zoals ze werkelijk zijn, gebalanceerd leven, constructief omgaan met tegenstrijdigheden en (een gezonde mate van) emotionele onthechting. Zodoende won ik zonder krasloten of gokmachines. Het leven is een groot kansspel. In een transitietijd vol boeiende uitdagingen, kansen en veranderingen valt sowieso veel te winnen. Een verrijkt aanpassings- of verbeeldingsvermogen, bijvoorbeeld. Of een zee aan mogelijkheden. Zodra je ze herkend liggen ze voor het oprapen. Er valt nog zoveel te leren en te doen, er is nog zoveel te verbeteren. Je creativiteit en denkcapaciteiten constructief inzetten is ook een hoofdprijs. Waar en wanneer dan ook.

In alle eerlijkheid lijkt een zak geld me best geinig hoor. Ik zal zeker geen nee zeggen als het op mijn pad komt. Maar van mij hoeft het niet per se. Het is niet een hoger doel of iets waarmee ik niet zonder kan. Natuurlijk is het moderne leven een stuk praktischer met wat poen op zak. Ze zeggen dat geld niet gelukkig maakt, maar gelukkig heb ik geld. Want wie betaalt, die bepaalt. Of we het wel of niet leuk vinden, geld is een zeer belangrijke factor in al onze overwegingen en beslissingen. Geld stuurt, verdeelt, verbindt, ontwricht. Als maatschappelijk geaccepteerd ruilmiddel probeert het werkelijk álles te vertegenwoordigen, álles te controleren. Daarmee wordt het beperkte meetmiddel té invloedrijk en schiet het zijn doel voorbij. Dat terwijl de hele constructie als een zandkasteel in elkaar steekt. Vertrouwen is wat het systeem laat draaien. Geld is een geloof die Bijbelse proporties ver overstijgt. Een geloof zó diepgeworteld dat het niet als dusdanig wordt gezien. Een geloof zó vergaand dat een functionele samenleving zonder geld amper voor te stellen is. Elk blind geloof heeft verstrekkende gevolgen, en dit is geen uitzondering op de regel. Wat ooit een logische uitvinding was is uitgegroeid tot een onverzadigbare plaag die alles kaalvreet. Een parasiet die zijn gastheer drijft tot tegenstrijdige en zelfdestructieve acties. Alsmaar groeiende schuldenlasten, ongelijkheden en onzekerheden veroorzaken zoveel spanningen. De conflicten zijn allemaal zo overduidelijk en tegelijkertijd zo onvatbaar. Vol ontzag kijk ik naar de vooruitgang die aan overtuigingen hangt. Aan door mensen bedachte systemen. Wat niet ‘echt’ bestaat maakt de werkelijkheid. Dat is onze ware kracht. Wij kunnen zoveel creëren, zoveel meer dan een oneerlijk piramidespel. Het is werkelijk waar ongelofelijk. Tot een bepaalde hoogte doe ik noodgedwongen mee, verder wil ik er helemaal niets mee te maken hebben. Zonde van mijn tijd en energie. Valutatekens vertroebelen het grotere blikveld. Ze wakkeren hebberigheid, ongenoegen, eeuwige vergelijking en andere onzuiverheden aan. Dat vind ik het niet waard. Ik steek liever mijn aandacht in een stevige basis met wat keuzeruimte. Dat is alles. Dan heb ik gewoon genoeg. En genoeg is mij een waardevol genoegen.

De meest menselijke dingen in het leven zijn niet te koop en daar verandert een financiële klapper geen ene moer aan.

> Klik hier voor het totaaloverzicht als dit verhaal naar meer smaakt <

21. Just (don’t) pretend

Diligently I scanned the landscape for clues. The beauty of a colorful valley and various cloud formations disrupted my concentration. Holy smokes. For a moment, I was the silent admirer who processed everything he witnessed. What a pleasant necessity. Carefully I made some shots with my BrainCam, then I changed the focus on something important. Splendid views are a sideshow as a hang-glider pilot. What really matters is indirectly perceivable. Study the (weather) conditions and know what you’re getting into. I did this in tranquility, just until a dozen fellow hang glider pilots accompanied me on the launching pad. After some consideration, we decided that the time had come. We will fly. But before doing so, I had a brief chat with someone of the old gang. Because of his friendly attitude and relaxed character, it was an easy person to chat with. He served as my informal support with his vast experience. We clicked and were often on the same wavelength. That’s why I decided to treat him with an open yet personal question. I was curious about his reaction. Spontaneously I asked him about his secret with a lighthearted tone. The usual smile disappeared, his face turned straight. “Pretending,” he said dryly. There you go. The best man had spoken: straightforward and to-the-point. Perfect. We cast a glance while smiling, then we silently walked off towards our wings.

The simple depth of his answer speaks volumes. Such a question can be interpreted in many ways. Many close themselves off or take a defensive stance. He didn’t flinch though. With a firm tug, the fishing float vanished into the deep. It was quite a bite, this fish didn’t let itself get reeled in without a fight. Once it was over, I let the catch sink in under my wing. Ha, what a joker. He didn’t take it all too seriously with such (self) mockery. Yet he knew what he was doing. His ‘secret’ seemed to be the result of a particular outlook, personality, way of thinking and life experiences. Promptly I became the co-owner of a crystal clear and comprehensive summary. Suddenly it all made perfect sense. Yes. Yes! It transcended the personal. This widespread attitude is the way to go through life. Pretending to know it all and have everything under control. Pretending we’re invincible and always doing great. Pretending to know what we’re doing in life, caring about something or having the truth on our side. Whole tribes keep up a facade in words and actions. Check out the social media profiles, listen to the predictable cliche answers on standard questions, look at the poker faces. Many are so adept in not showing any vulnerability or insecurity, resulting in distinct poverty of expression. Influencers and trendwatchers agree with each other: the high demand for #PreTrending won’t change anytime soon. No worries, #PreTrending fits within legislation and social frameworks. Well seen and quickly dealt with. Global sales of bargains that cost a fortune on the long run are ongoing. Be on time before it’s sold out!

It was my turn to hit the skies. My life literally hung on a huge kite, so I ran like a cheetah. My head was far above the ground, the fear of losing face was irrelevant. Act well or endure a downfall. This was no time to go over the edge, to abandon a sailing ship that’s floating above a great depth. This dance with Mother Nature is very delicate. Carefully I danced with her. Slavishly I followed her steps; she sets the pace. I got blown away at a certain point. The vision of ice-cold beer caused me to dive down. Once on the valley floor, I quickly packed up the whole lot. Now came the time for some shenanigans. Hang gliders fit perfectly on roof racks, but you might as well lie down on them yourself. My mate and I were full of good ideas. Tune into bad Eurodance and go bananas! Captain Jack and the Vengaboys topped off the silly act. We had such fun as fully grown men. “Come on, behave already!” Well, no. By engaging in this kind of nonsense, we neglected our main civic duty: to wear the straitjacket of ‘adulthood’. It really doesn’t fit us. We’re not decent citizens that are playing cards with business cards. Dead-serious faces in strangling suits deter us. Rehearsed riddles or mental games caused us to be on guard. Sandcastles and hot-airs give us the creeps. The more cans of homeless-beer we opened, the more apparent it all became.

We were sunburned, tipsy and frank during sunset. We came to a casual conclusion while laughing. Pretending is more than just someone’s ‘secret’; it’s a widely applicable slogan. Situations abundant. An important message is shown while withdrawing money from the ATM. ‘We all pretend that some numbers and symbols represent real value.’ It’s on one tombstone after the other in cemeteries: ‘I pretended all my life, except on the deathbed’. Before cheating, take off the wedding ring and say to the other person: ‘I pretend to be a saint towards the outside world’. A management summary of a multinational corporation is also suitable. “Our stakeholders pretend to take the societal impact of our tax-free billion-dollar profits seriously.” Commercials for political parties don’t fall out of line either: ‘We talk endlessly, but eventually we pretend that your vote is the deciding factor’. You can go on like this for a while. In all situations, use a large font, a loud tone or both. Do that anytime and anywhere for the sake of clarity. Just pretend to be all nice and normal. Modify language and images with creativity, possibilities aplenty. Just realize that pretending comes at the expense of honesty, openness and crucial answers. Know that #PreTrending has its side-effects. Dear God, be with those who have fallen.

Pretending works fine if you want to ‘make it’ into the collective arms race; it’s of little use besides that

> Click here for an overview if you’re eager for more stories <

21. Doe toch lekker (niet) alsof

Aandachtig speurde ik naar aanwijzingen in het landschap. De pracht van een kleurrijke vallei en vele wolkenformaties bracht me uit mijn concentratie. Mijn hemel. Even was ik de stille genieter die alles wat hij zag tot zich nam. Wat een plezierige noodzaak. Zorgvuldig schoot ik een prachtplaatje met mijn BrainCam, daarna richtte ik de focus op iets belangrijkers. Als deltist (bestuurder van een deltavleugel, red.) zijn mooie uitzichten slechts bijzaak. Waar het echt om gaat is het indirect waarneembare. Bestudeer de (weers)omstandigheden en weet waar je aan begint. Dat deed ik in alle rust, totdat een tiental mede-deltisten mij op de vlonder vergezelden. Na wikken en wegen oordeelden we dat de tijd was aangebroken. Vliegen zullen we. Voordat het zover was had ik een kort onderonsje met iemand van de oude garde. Door zijn gemoedelijke houding en amicale omgang was het een makkelijke gesprekspartner. Met al zijn ervaring diende hij als mijn informele praatpaal. We klikten en zaten vaak op dezelfde golflengte. Daarom besloot ik hem op een open maar persoonlijke vraag te trakteren. Ik was benieuwd naar zijn reactie. Spontaan vroeg ik op een luchtige toon naar zijn geheim. De gebruikelijke lach verdween, zijn gezicht trok strak. ‘’Doen alsof’’, zei hij droogjes. Zo dan. De beste man heeft gesproken: kort maar krachtig en recht voor zijn raap. Heerlijk. Glimlachend wisselden we een blik uit, daarna liepen we zwijgend naar onze vleugels.

De eenvoudige diepgang van zijn antwoord spreekt boekdelen. Zo’n vraag kan op tig manieren geïnterpreteerd worden. Velen slaan dicht of stellen zich defensief op. Hij gaf echter geen krimp. Met een ferme ruk verdween de dobber de diepte in. Ik had flink beet, deze vis liet zich niet zonder slag of stoot binnenhalen. Onder mijn vleugel liet ik de vangst even bezinken. Ha, wat een grappenmaker. Met de nodige (zelf)spot nam hij het allemaal niet zo serieus. Tegelijkertijd wist hij precies waar hij mee bezig was. Zijn ‘geheim’ leek het resultaat van een bepaalde blik, persoonlijkheid, manier van denken en levenservaring. Prompt werd ik deelgenoot van een kraakheldere en allesomvattende samenvatting. Opeens werd het volstrekt logisch. Ja. Ja! Het overstijgt het persoonlijke. Deze wijdverspreide houding is dé manier om in het leven te staan. Doen alsof we het allemaal zo goed weten en alles onder controle hebben. Doen alsof we onoverwinnelijk zijn en altijd alles goed gaat. Doen alsof we weten waar we mee bezig zijn, ergens om geven en altijd ‘de waarheid’ in pacht hebben. Hele volksstammen houden zowel in woord als daad continue de schijn op. Loop de social media profielen erop na, beluister de voorspelbare clichéantwoorden op de standaardvragen, zie de pokergezichten. Velen zijn bedreven om vooral géén kwetsbaarheid of onzekerheid te tonen, resulterend in een kenmerkende uitdrukkingsarmoede. Influencers en trendwatchers zijn het met elkaar eens: de hoge vraag naar #DoenAlsof veranderd voorlopig niet. Geen zorgen, #DoenAlsof valt binnen de wetgeving en sociaal-maatschappelijke kaders. Slim bekeken en goed gehandeld dus. De wereldwijde verkoop met goedkope duurkoop is in volle gang. Wees er snel bij want op is op!

Het was mijn beurt om het luchtruim te verkennen. Mijn leven hing letterlijk aan een enorme vlieger, dus Ik rende de longen uit mijn lijf. Hoewel mijn kop ver boven het maaiveld lag, was de angst voor gezichtsverlies irrelevant. Doe het goed of ga ten onder. Dit was geen tijd om buiten de (zeil)boot te vallen, uit een veilige boei die boven de grote diepte dreef. Het is een dansje met moeder natuur wat nauw luistert. Zorgvuldig danste ik met haar. Slaafs volgde ik haar passen, zij bepaalt het tempo. Op een gegeven moment was ik wel uitgewaaid. Door het visioen van ijskoud bier dook ik hard naar beneden. Eenmaal in het dal pakte ik het zooitje snel in. Zo, en nu is het de hoogste tijd voor ongein. Deltavleugels passen prima op dakdragers, maar je kan je er net zo goed zelf op liggen. Ik en mijn medegabber zaten vol goede ideeën. Foute Eurodance op en gaan met die banaan! Captain Jack en de Vengaboys maakten de debiele actie helemaal af. Als volgroeide kerels hadden we de grootste lol. ‘Nee, dat kan écht niet!’ Nou, wel dus. Met dit soort fratsen lieten we onze voornaamste burgerplicht na: het dragen van het keurslijf der ‘volwassenheid’. Het zit ons voor geen meter. We zijn geen brave burgers die met visitekaartjes kwartetten. Dodelijk serieuze gezichten in verstikkende maatpakken schrikken ons af. Ingestudeerde riedeltjes of gemaakte spelletjes zorgen voor jeukende handen. Van blaaskaken en poppenkasten krijgen we de kriebels. Hoe meer blikken daklozenbier we opentrokken, hoe duidelijker dit alles werd.

Tijdens de zonsondergang waren we verbrand, aangeschoten en openhartig. Onder het nodige gelach kwamen we tot een luchtige conclusie. Doen alsof is meer dan iemands ‘geheim’; het is een breed toepasbare slagzin. Situaties te over. Tijdens het pinnen komt een belangrijke melding in beeld. ‘Wij doen allemaal alsof getallen en symbolen echte waarde vertegenwoordigen.’ Op begraafplaatsen staat het op de ene na de andere grafsteen: ‘Op het sterfbed na deed ik heel mijn leven alsof’. Voor het vreemdgaan doe je de trouwring af om tegen diegene te zeggen: ‘Tegenover de buitenwereld doe ik alsof ik de goedheiligman ben’. Een management samenvatting van een multinational is eveneens geschikt. ‘Met onze belastingvrije miljardenwinsten doen de stakeholders alsof ze hun impact op de samenleving serieus nemen’. Spotjes voor politieke partijen misstaan ook niet: ‘Wij praten oneindig veel maar doen uiteindelijk ook maar vaak alsof uw stem de doorslag geeft’. Zo kan je nog wel even doorgaan. Gebruik in alle situaties koeienletters, een luide toon of beide. Doe dat omwille de duidelijkheid altijd en overal. Doe toch lekker normaal, doe toch lekker alsof. Knutsel creatief met taal en beeld, mogelijkheden te over. Weet wel dat doen alsof ten koste gaat van eerlijkheid, openheid van zaken en essentiële antwoorden. Weet dat #DoenAlsof een keerzijde heeft. God zij met hen die gevallen zijn.

Doen alsof werkt prima als je het ‘ver’ wilt schoppen in de collectieve wapenwedloop, verder heb je er bar weinig aan.

> Klik hier voor het totaaloverzicht als dit verhaal naar meer smaakt <

20. Don’t question sustainable job creation

Tick-tick-tick-tick-tick. I scrolled through the job ads like a madman. Blindly I typed one job application after another. An anticipated phone-call interrupted my productive flow, I picked up in great anticipation. It sounded dead serious on the other side of the line. The tone was set. Kindly I tried to make the conversation more relaxed, yet it was of no use. A bombardment of accusations caught me by surprise. What was supposed to be a professional conversation completely derailed. Somewhat overwhelmed I heard it in dead silence, which was a golden move. The deafening silence totally killed the ‘conversation’. So I simply hung up. Well, I couldn’t get rid of them so easily. The phone rang again after five minutes. Although the number was different, the origin of the call was a no-brainer. This time I received a blood-boiling rant from the boss. Ah, now there’s the big fish. I put the call on speakerphone while making sandwiches. Most of the phone-call passed by since multitasking isn’t my cup of tea. The foremost thing I picked up was that ‘I didn’t know how the world works’. I hung up and laughed out loud. LOL! What a farce.

I had a second guess while jamming a sandwich into my hollow wisdom teeth. What surprised me was the intensity of that ‘conversation’. Apart from that, the (overly tensed) reaction didn’t come out of the blue. The bickering was about an earlier meeting. Back then I expressed myself bluntly due to incredible green-washing that I had to endure. Forcefully they addressed how much they care about sustainability. Targets, behavior, even whole business models were all very sustainable. Truly everything on which a sustainability sticker can be put was covered. A clearly rehearsed tune was played with a duty that lacked any conviction. The challenge of our time – the necessary transition towards a balanced system – was once again tackled way too simplistic. Negligible measurements that don’t make a real difference were named. The demand for energy and resources remains unchallenged. It all remains the same on a fundamental level, including the deep-rooted belief that technology will solve everything. This while the (technological) dependence on finite resources remains the final conclusion, even within most ‘new’ ways of thinking. We cannot solve our problems with the same thinking we used when we created them. Einstein’s words are as relevant as ever.

I sighed deeply. Sure, we’ve got to start somewhere. I get that. But at least let’s do it properly. I shared my observations in an agitated fashion. All those wonderful targets were nicely met. All the plastic cups, large luxury cars, bulging bins, corporate hoarding, energy-guzzling devices and switched on lights (on a clear day) proved it. An uncomfortable silence fell upon us after I retracted my index finger. My act blew all decibels out of the meeting room. Being (too) critical doesn’t win the popularity contest, as it turned out once again. Not to mention when you expose hypocrisy or cognitive dissonance. I tried to fix the harm with a joke, but the damage was done. My unfiltered brutality made a fool out of them. They had faces like thunder, and I braced myself for a fierce storm of words. But the conversation went on as if nothing had happened. I played their game with hold-in amazement. In the end, we agreed that I would write an appealing introduction for their clients.

All is said and done. And since I knew which parties were involved, I also approached them directly. The consultation with this secondment agency was after all non-binding. Nothing as sustainable as being on or close to the source, I thought. That’s why I didn’t see any problem with my (non-compliant) course of action. That did it though. It was the straw that broke the camel’s back. Only after the phone-terror did I realize what the outrage was really all about. I indirectly mocked them by bypassing them. In fact, I questioned their right of existence, their added value to society. They lost their minds because of that. A (lack of) conviction triggered them, and the same applies to me. The fact that I happily worked for secondment or employment agencies doesn’t make me any less sceptical. There are plenty of situations in which they are practical, in which they have an added value for something or someone. These constructions are commonplace for a reason. I’ll be the last person to deny that as a substitute professional. At the same time, I have come across several cases – like this one – in which it’s just a useless layer. One that makes the labor market only more laborious. You’ll end up having more interests, longer lines, increased paperwork, greater money flows, more pressure to keep more people content. I didn’t see a positive outcome in the end. Jam a price label through someone’s ear and shove that cow over the monopoly board. Nah, never mind.

I carried on the job hunt with a sense of duty. You’ll have to do something as an unemployed bum. But whatever comes onto my path, please don’t let it be a bullshit job. Let it be something useful or meaningful, something that adds real progress to the world. Something that’s truly efficient and self-correcting, something that’s more consistent than the almighty invisible hand. It’s crafting the same showpiece wherever it goes. Job creation is its universal code word. Making or maintaining problems keeps the economy running. Everything is fair game to stay busy for the sake of staying busy. Even if it’s being physically present, even if it’s something that sounds decent to occupy the traditional working week with. Only then you’re doing great. After all, messing with traditions or economic religions is a no-go. Looking differently at what’s value, creation, contribution or (dis)honest work? Leave it. That’s something for rebellious, ungrateful, unworldly, greedy, idealistic and above all lazy dreamers. Back to work we go. And if you don’t have a job, then finding or creating one is your job. No job, no life.

I better find a ‘real’ job anytime soon since my right to exist expires without having a paid daycare.

> Click here for an overview if you’re eager for more stories <

20. Betwijfel duurzame werkcreatie niet

Tikker de tikker de tik. Als een bezetene struinde ik vacatures af. Blind typte ik de ene na de andere sollicitatiebrief. Een verwacht belletje onderbrak mijn productieve roes, in opperbeste stemming nam ik op. Het klonk meteen ernstig aan de andere kant van de lijn. De toon was gezet. Vriendelijk probeerde ik wat meer luchtigheid in het gesprek te pompen, maar het mocht niet baten. Ik kreeg een bombardement van verwijten voor mijn kiezen. Wat een zakelijk gesprek moest zijn ontspoorde compleet. Enigszins overdonderd hoorde ik het zwijgend aan, wat een gouden zet was. Door de stilte bloedde het gesprek helemaal dood. Uit gebrek aan beter hing ik maar op. Nou, zo makkelijk kwam ik er niet vanaf. Vijf minuten later ging de telefoon weer over. Ondanks een ander telefoonnummer liet de afkomst zich raden. Ditmaal werd ik bedolven onder het kwade bloed van de directeur. De grote vis hapte erop los. Ik zette het gesprek op de luidspreker om broodjes te smeren. Aangezien multitasking niet mijn ding is ging het meeste aan mij voorbij. Het voornaamste wat ik opving was ‘dat ik niet wist hoe de wereld werkt’. Ik hing op en barstte in lachen uit. Wat een farce.

Terwijl ik een broodje in mijn holle verstandskies propte, stak ik mijn hand in eigen boezem. Wat me verraste was de intensiteit van het ‘gesprek’. Verder kwam die (overspannen) reactie niet compleet uit de lucht vallen. De bekvechterij had betrekking op een eerdere afspraak. Toen had ik me ontactvol uitgelaten nadat ik ongeloofwaardige greenwashing om mijn oren kreeg geslingerd. Plichtmatig werd stilgestaan over hoeveel belang ze aan duurzaamheid hechten. Doelstellingen, gedragingen, zelfs de algehele bedrijfsvoering was hartstikke duurzaam. Werkelijk alles waar een duurzaamheidsstikker op geplakt kán worden passeerde de revue. Zonder overtuigingskracht werd een overduidelijk ingestudeerd riedeltje afgespeeld. Wederom werd dé uitdaging van onze tijd – de noodzakelijke transitie naar een gebalanceerd systeem – veel te simplistisch afgedaan. Het zijn lullige ingrepen die geen zoden aan de dijk zetten. Tevens blijft de vraag naar energie en grondstoffen ongemoeid. Op fundamenteel niveau blijft alles als vanouds, inclusief het hardnekkige geloof dat technologie alles gaat oplossen. Dat terwijl de (technologische) afhankelijkheid van oprakende grondstoffen ook in de meeste ‘nieuwe’ denkrichtingen gehandhaafd blijft. We kunnen een probleem niet oplossen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt. Einsteins woorden zijn relevanter dan ooit.

Ik slaakte een diepe zucht. Goed, we moeten ergens beginnen. Dat snap ik. Maar als we dan toch pleisters gaan plakken, laten we het dan wel goed doen. Geïrriteerd wees ik hen op mijn observaties. Al die mooie doelstellingen werden toch maar mooi verwezenlijkt. Alle plastic bekertjes, enorme bedrijfswagens, uitpuilende papierbakken, verzamelzucht, energie slurpende apparaten en verlichting (op een kraakheldere dag) bewezen het. Zodra ik mijn wijsvinger introk viel een ongemakkelijke stilte over ons. Mijn actie blies alle decibellen uit de vergaderkamer. Met (te) kritisch zijn win je niet de populariteitsprijs, bleek maar weer. Om over het blootstellen van hypocrisie of cognitieve dissonantie nog maar te zwijgen. Met een grapje probeerde ik de aangerichte schade nog te repareren, maar het leed was al geschied. Door mijn ongefilterde brutaliteit stonden ze behoorlijk voor lul. Hun gezichten stonden op onweer, en ik zette me schrap voor een pittige woordenwisseling. In plaats daarvan ging het gesprek op de oude voet verder, alsof er niets was gebeurd. Met ingehouden verbazing speelde ik het spelletje mee. Uiteindelijk spraken we af dat ik een aansprekende introductie zou schrijven voor diens opdrachtgevers.

Zo gezegd, zo gedaan. En aangezien ik wist om welke partijen het ging benaderde ik hen ook direct. Het gesprek met dit detacheringsbureau was toch vrijblijvend. Niets zo duurzaam als (dicht) op de bron zitten, dacht ik nog. Daarom zag ik geen probleem in mijn (‘niet-marktconforme’) handelen. Juist deze actie was de druppel die de emmer deed overlopen. Pas na de telefoonterreur besefte ik waar de verontwaardiging echt om ging. Door hen te omzeilen dreef ik indirect de spot met ze. Feitelijk trok ik hun bestaansrecht of toegevoegde waarde aan de maatschappij in twijfel. Dat ze zich zo lieten kennen was daarop gebaseerd. Hetzelfde geldt voor mijn handelingen vanuit een (gebrek aan) overtuiging. Dat ik meermalen met plezier voor detacherings- of uitzendbureaus heb gewerkt maakt me niet minder sceptisch. Er zijn zat situaties waarin ze een praktische meerwaarde hebben voor iets of iemand; deze constructies zijn niet voor niets schering en inslag. Als invalprofessional ben ik wel de laatste die dat zal ontkennen. Tegelijkertijd ben ik ook meerdere gevallen tegengekomen – zoals deze – waarin het een compleet overbodige laag is. Een die de arbeidsmarkt alleen maar omslachtiger maakt: meer belangen, langere lijntjes, toegenomen papierwerk, grotere geldstromen, meer druk om meer mensen om tevreden te houden. Onderaan de streep zag ik er geen positieve eindbalans in. Prik een prijslabel door iemands oor en schuif het vee over het monopolybord. Weet je, laat maar gaan.

Vol plichtsbesef ging ik door met de banenjacht. Je moet toch wat als werkloze zijnde. Maar wat het ook wordt, laat het asjeblieft geen onzinbaan zijn. Laat het iets nuttigs of zinvols zijn, iets wat échte vooruitgang aan de wereld brengt. Iets wat werkelijk efficiënt en zelfcorrigerend is, iets wat minder steken laat vallen dan de almachtige onzichtbare hand. Die knutselt overal hetzelfde paradepaartje in elkaar. Het universele toverwoord is werkcreatie. Problemen maken of in stand houden houdt de economie draaiende. Werkelijk alles wordt uit de kast getrokken om bezig te blijven om het bezig blijven. Al is het maar ergens aanwezig zijn, al is het maar een fatsoenlijk klinkende tijdsbesteding om de traditionele werkweek mee te vullen. Alleen dán je lekker bezig. Want aan tradities of economische religies hannesen kan écht niet. Waarde, creëren, bijdragen, een wederdienst of (on)eerlijke arbeid een andere invulling geven? Doe het vooral niet. Dat is voer voor opstandige, ondankbare, wereldvreemde, hebberige, idealistische en bovenal luie dromers. Hup, en weer terug aan het werk. En als je geen baan hebt, dan is er een vinden of creëren je baan. Geen baan, geen leven.

Beter vind ik snel een ‘echte’ baan want zonder betaalde dagopvang vervalt mijn bestaansrecht.

> Klik hier voor het totaaloverzicht als dit verhaal naar meer smaakt <