05. The working poor

Ratatatatata! My jackhammer wreaked havoc under manic laughter. I happily chopped around with great caution for whirling concrete. Especially my back was quite pleased with this brute mechanical force. Initially, I had to do this chore with a pickaxe. The struggling, complaining and cursing only stopped after they gave me a jackhammer. Yeah, that construction site really was (not) in the industrial time. You’d say everything would be modern, thoughtful and somewhat civilized in the 21st century. Well, not really. That view was completely shattered. The inefficient work fitted in perfectly with the employment-agency in question. All the equipment and timesheets were to be picked up and dropped off daily at HQ. Repetitive instructions were another daily requirement, hearing the drivel time after time didn’t change that fact. Even receiving a salary on a bank account was too much to ask for. Instead, we received cheques (to be cashed at a specific bank). Cheques! What a hassle. Not having a car made everything more complicated. Walk, paperwork, wait, take the bus, walk, paperwork, wait, instructions, walk, etc. So much time was lost before the workday even started. In fact, it was more of a work-for-work day than a workday since the (full-time) salary wasn’t sufficient to support myself. Blimey.

I finally arrived at ‘my’ hostel after a long workday. Eating, showering, messaging friends, socialize a bit and go to bed early. That was the plan if it weren’t for my meal to disappear out of the fridge. Moody, I walked towards the nearest supermarket. The absurdity of my situation hit hard along the hike. Going to another country without a plan to see what happens used to work for me. Interesting people and opportunities came along my path back then. This experience convinced me that I could repeat this trick anywhere at any time. However, shit hits the fan once trust turns into a blind trust. The over-confidence blinded me from the risks of such endeavors. For several rounds, I bet on red while the ball landed on black. In Canada I couldn’t get around it anymore: this was a flat-out nosedive. Slowly I got bankrupt and disillusioned. This was just another stop of a trip that didn’t go well. I couldn’t find my feet despite my experience, character and positive state of mind. This was a dead end. I ended up on (or near) the so-called ‘bottom of society’. Out there, the ‘reward’ mainly consisted of ‘starvation-wages’, very weird characters, a busted spine and an anonymous struggle that never seemed to end. Clearly, there are more promising places to linger around. Still, I saw a lot of added value in this period. It was a time in which a lot fell into place, a period that instigated something positive. All the experiences created some sort of value that cannot be expressed in data, statistics or money. It’s about remaining truthful to yourself, wherever and whenever, regardless of the situation or circumstances. It’s about letting go, self-respect, imperturbability, balance, focus, perseverance, dedication, adaptability. It is about something deep inside, something that is not for sale or to borrow, something that cannot be learned in a course, profession or seminar. It is something that gives a lot of self-confidence.

Something snapped in my head once I reached the supermarket. I obeyed the name of the game: I paid taxes, had the right visa and didn’t cause any trouble. With honest intentions, I genuinely tried my best to make something out of this. But everything was such an unrewarding hassle, such a fetish for contracts and so-called certainties. There’s nothing wrong with a bit of struggle, yet carrying on stoically wouldn’t have any added value anymore. The most important lessons were learned at this point. Rules, expectations, formats, laws: it’s all a big joke. A – Big – Joke. That’s why I picked my nose, got hold on a booger and shot it away. I burped with full force while repeating that uncivilized act. Then I strolled through the supermarket while farting out loud multiple times. Bystanders sneakily stared at me; at my posture, worn-out flip-flops, hole-covered t-shirt and half torn shorts. Now I didn’t just look like a swine; I behaved like one. Fantastic! I rather am an honest prick than a made-up saint. Bring on the burning eyes of quick judgments, simple opinions and rigid boxes. I’ll take it airy since it’s not worth taking seriously.

My uncivilized version still had the upper hand once I reached the cashier’s office. The timing of answering the typical North-American ‘hiiii, how are youuuuu?’ couldn’t be better. Of course, I knew that this question is just a polite form of interaction. But the Dutchman within me decided to consciously ignore this cultural difference. Let me be very direct with a brutally honest answer. I’m doing fine because I’m going to swap this pointless laborers’ existence for more madness, unpredictability and debauchery. I’m doing fine because tomorrow I’m going to sleep in while I’m expected at work. I even wanted to add that I was sick of this whole act of pretending, that I got fed up with it all. Even with restrained speech, she and the bystanders who heard me were as silent as the dead. How awkward. Once again I was stared at, yet I couldn’t care less. Just don’t ask me questions if the answer doesn’t interest you anyway. What’s the use of phony attitude and forced kindness if you’re an underpaid workhorse in the end? One that has multiple jobs while working longer weeks for less holidays. After paying the groceries, I bought a ticket to Colombia on the app of Skyscanner. Ok, done. Until departure, I will work under the table and enjoy the summer. Gratefulness descended on me, knowing that I am going to leave this senseless rat-race – even if it’s just temporarily. Running my legs off without getting anywhere, I’ll resume that later. Working-class heroes, give me a break.

Working hard and making an honest living: you’d say it always pays off, but what you expect isn’t always what you get.

> Click here for an overview if you’re eager for more stories <

05. De werkende armoedzaaier

Ratatatatatata! Onder manisch gelach richtte mijn drilhamer een enorme ravage aan. Met enige oplettendheid voor rondvliegend beton stond ik lekker te hakken. Vooral mijn rug was erg blij met de brute kracht der mechanica. In eerste instantie kreeg ik een pikhouweel voor de klus. Het geploeter, geklaag en gevloek hield pas op nadat ik (met veel pijn en moeite) een drilhamer kreeg. Ja, die bouwplaats was echt bij de geïndustrialiseerde tijd maar niet heus. Je zou zeggen dat alles modern, doordacht en enigszins beschaafd verloopt in de 21e eeuw. Nou, niet dus. Dat beeld lag compleet in puin. Overigens paste de inefficiënte werkzaamheden perfect bij het uitzendbureau in kwestie. Zowel de urendeclaraties als de werkuitrusting moesten we dagelijks ophalen en afleveren in het hoofdkantoor. Ook de verplichte instructie was dagelijkse kost terwijl je zo’n riedeltje na twee keer wel weet. Zelfs salaris op je rekening ontvangen was teveel gevraagd. In plaats daarvan kregen we cheques (te verzilveren voor contant geld bij een specifieke bank). Cheques! Wat een omslachtig gedoe. Dat ik geen auto had hielp ook niet mee. Lopen, papierwerk, wachten, bus nemen, lopen, papierwerk, wachten, instructies, lopen, etc. Op deze manier verloor ik zeeën van tijd voordat de werkdag überhaupt begon. In feite was het meer een werken-voor-het-werk dag dan een werkdag, temeer omdat het voltijd salaris ontoereikend was om mezelf te onderhouden. Lekker dan.

Na een lange werkdag kwam ik eindelijk in ‘mijn’ hostel aan. Bikken, douchen, vrienden appen, beetje socializen en vroeg naar bed. Dat was het plan, ware het niet dat mijn maaltje uit de koelkast was verdwenen. Chagrijnig liep ik naar de dichtstbijzijnde supermarkt. Terwijl ik onderweg alles op een rijtje zette overviel de absurditeit van mijn situatie me. Zonder plan naar een land gaan en zien waar het schip strand pakte voorheen goed uit. Destijds kwamen boeiende mensen en kansen vanzelf op mijn pad. Die ervaring gaf me de overtuiging dat je dit kunstje altijd en overal kan herhalen. Maar zodra vertrouwen omslaat in blind vertrouwen is er stront aan de knikker. Het verblindde me van de risico’s. In meerdere rondes zette ik in op rood terwijl het balletje op zwart viel. In Canada ging ik lelijk op mijn bek, Ik kon er niet meer omheen. Langzaamaan raakte ik bankroet en gedesillusioneerd. Dit was slechts een nieuwe halte van een stroef verlopende zwerftocht. Ondanks mijn karakter, ervaring en positieve gemoedstand kon ik mijn draai maar niet vinden. Het was een dood spoor, ik was op (of vlakbij) de zogeheten ‘bodem van de samenleving’ beland. De ‘beloning’ bestond voornamelijk uit hongerloontjes, hele vage figuren, een overbelaste rug en een anonieme worsteling zonder schijnbaar einde. Niet echt wat je een veelbelovende plek kan noemen. Toch zag ik veel toegevoegde waarde van deze periode. Het was een tijd waarin veel op zijn plaats viel, een periode die ook iets positiefs teweeg bracht. De ervaringen schepten een vorm van waarde die niet in data, statistieken of geld is uit te drukken. Het gaat om waardig aan jezelf blijven, waar en wanneer dan ook, ongeacht de situatie of omstandigheden. Het gaat om loslaten, zelfrespect, onverstoorbaarheid, balans, focus, volharding, toewijding, aanpassingsvermogen. Het gaat om iets wat diep van binnen zit, iets wat niet te koop of te leen is, iets wat niet te leren valt in een opleiding, beroep of wat dan ook. Het is iets wat heel veel zelfvertrouwen geeft.

In de supermarkt knapte er iets in mijn hoofd. Geheel volgens de regeltjes had ik een werkvisum, betaalde ik belasting, maakte ik geen stampij. Ik probeerde er oprecht wat van te maken en ‘het spel’ netjes te spelen. Maar alles was zo’n onderbetaald gedoe en ondergewaardeerd geregel. Er heerste zo’n fetisj voor contracten, vastigheid en zogenaamde zekerheden. Niets mis met een beetje strijd en worsteling, echter had stoïcijns doorgaan geen enkele toegevoerde waarde meer op dit punt. De belangrijkste lessen zijn geleerd. Het legale, de regeltjes, de normen en verwachtingen: allemaal een grote grap. Een – Grote – Grap. Daarom graaide ik diep in mijn neus, draaide een bullebak en piekte hem weg. Terwijl ik dat dunnetjes overdeed liet ik een schandalig harde boer. Ruftend slenterde ik door de supermarkt. Omstanders staarden met een schuin oog naar me; naar mijn houding, versleten teenslippers, shirt vol gaten en deels afgescheurde korte broek. Nu zag ik er niet alleen uit als een zwijn: ik gedroeg me ernaar. Goed zo. Ik ben liever een eerlijke boer dan een gemaakte schijnheilige. Kom maar op met de brandende ogen van snelle oordelen, simpele meningen en de starre hokjes. Ik ging er lekker luchtig mee om, het is het serieus nemen toch niet waard.

Bij de caissière had mijn onbeschaafde versie nog de overhand. Precies op dat moment moest ik op het typisch Noord-Amerikaanse ‘Hiiiiiii, how are youuuuu?’ beantwoorden. Natuurlijk wist ik dondergoed dat de vraag slechts een beleefde, indirecte omgangsvorm was. Maar de Nederlander in mij besloot om het cultuurverschil bewust te negeren. Laat ik eens heel direct zijn met een goudeerlijk antwoord. Het gaat prima, want ik ga dit doelloze arbeidersbestaan inruilen voor meer losbondigheid, gekte en onvoorspelbaarheid. Het gaat prima, want morgen ga ik uitslapen terwijl ik hoor te werken. Eigenlijk wou ik eraan toevoegen dat ik dit gemaakte gedoe helemaal zat was. Zelfs met mijn ingeslikte woorden zweeg ze als het graf, evenals de omstanders die het ook hoorden. Dat was best gênant. Wederom werd ik aangestaard, al kon het me geen hol schelen op dat moment. Stel me geen vragen als het antwoord je toch niet boeit, doe niet alsof. Wat heb je aan al die ongemeende interesse en geforceerde vriendelijkheid als je onderaan de streep toch maar een onderbetaald werkpaard bent. Lang leve minimale vakantiedagen, (te) lange werkweken en het (moeten) hebben van meerdere banen! Nadat ik had afgerekend kocht ik een ticket naar Colombia op de app van Skyscanner. Klaar. Tot die vlucht ga ik zwart werken en van de zomer genieten. Dankbaarheid overviel me, wetende dat ik deze zinloze rattenval ga verlaten. Al is het maar tijdelijk. Kan ik later weer doorgaan met eindeloos hollen zonder een stap verder te komen. Working class heroes…. Ha, Asjeblieft zeg.

Hard werken en eerlijk de kost verdienen: je zou zeggen dat het altijd loont, maar schijn bedriegt.

> Klik hier voor het totaaloverzicht als dit verhaal naar meer smaakt <

04. Know what you get yourself into

“Do your homework”. The forest ranger gave his advice with his best intentions. He clearly couldn’t resist it, and I couldn’t blame him to be fair. For me, it seemed a fantastic idea to walk alone through a huge nature reserve without any hiking experience. In the midst of winter, that is. His gaze spoke volumes after he listened to my plan. Oh, here’s another (foreign) young man who gets himself in trouble by overestimation or poor preparation. Here’s another jackass that’s going to underestimate the unpredictable conditions of New Zealand’s mountains. Yeah, I fitted perfectly into a notorious at-risk category. That’s why he urged me to get a PLB (a GPS emergency beacon). I bought one with the remainder of common sense I still had. After all, life is worth more than a few hundred bucks.

There was a lot of fallout in the days before my departure, accompanied by a southern cold front from Antarctica. It’s far from ideal conditions, but hey. Too bad. My patience ran out after I waited for days (in vain) for better weather conditions. This seems doable. No more overthinking or waiting for the non-existing perfect moment. Wandering through a bit of nature, how hard can it be? Well, let’s find out. The heat was on from the start. Half-frozen swamps, slippery rocks, wild flowing rivers and a thick blanket of snow above the tree line. All this natural beauty was mine, there was no one in this godforsaken area. Beautiful, it couldn’t be better. I got away with my inexperience for two days. But the harsh confrontation with a merciless truth came on the third day. I clearly wasn’t ready yet for these kinds of antics.

I had to cross a not too wide yet strong flowing river. Carefully I observed, taking my time to look for the best route. After a while, I thought I saw it. With Dutch courage I went for it (and without any prior experience in river-crossings). Of course, I did this without walking sticks since I saw them as unnecessary luxury items for old folks. Excruciatingly slow I struggled towards the other side. It was so close, yet so far. The cold chilled me to the bone. Pain makes it tempting to rush through the literally ice-cold water. But one uncontrolled movement would flush me and my stuff away, which would have huge consequences. The current came till my hips. I struggled with my balance; I nearly lost my grip several times. Finally, I reached the other side, in utter concentration and full of adrenaline. Relieved and somewhat intimidated, I walked on. The route went over a snowy mountain ridge by the end of the afternoon. Without the assistance of the snow-covered cairns, I got lost. And to top it off: an icy southern wind went through all my layers of clothing, it almost got dusky, everything looked a-like in the white landscape and I didn’t carry a tent with me. Madness and panic struck. I cursed and yelled my head off. Enormous amounts of stress triggered a spontaneous panic-shit – which really exists, apparently. My mind regained clarity after a refreshing in-the-wild poop-session. Count to ten and keep thinking, for god sake. I took another good look at the map and my surroundings. Round two was mine: I suddenly saw a new starting point in the distance. I rushed down the mountain, back below the tree line, back to a path with more clarity and clues.

Finally, I arrived at a solid-frozen mountain hut. At last, I was sheltered from that damn southern wind. Rarely was I so happy with a shelter that was barely warmer inside from the outside. Completely numbed I lay huddled in my sleeping bag, recalling the forest ranger’s words. He would return my homework in utter disapproval. It’s a comforting thought to carry a PLB, but it’s meant as a last resort in the case of life-threatening situations or force majeure cases. My amateurish shenanigans clearly didn’t fall within these categories. In fact, these were simply ill-considered stupidities without the required experience, skills and equipment. Furthermore, I hoped there will be someone by the end of this backcountry track to get a lift from. The mountain hut’s logbook provided little hope; I was the first visitor in over two months. Well, duh, who the hell does something like this? Risks and fire baptisms, I don’t turn my back to them. But this foolish enterprise clearly went too far, what the hell am I doing. I was acting like a ‘top banker’ of an over-sized and overly influential system-bank. Even if indifference, an enormous ego or overconfident recklessness were to get me, the taxpayer would still come to the rescue. I would be flown back to a safe haven, free of own charge. Good, then I can get back on track. Those built-in certainties and safety nets of society are quite handy. You can make good use of them, especially if you’re known with the loopholes and weak links of the system. Non-committal, getting picked up for a penny, demanding aid while others might need it more. Not experiencing the direct consequences of your own stupidities, that’s not how it should be. You’re not winning any popularity contests by such actions. No wonder the Kiwi’s try to put a stop to this by legislation, protocols and fines. Does it have any effect? Go ask them. But I’ve learned my lesson. From now on, I’ll think twice before I undertake another endeavor.

Like so many others, I became wise through pain and struggle while I could’ve done it differently.

> Click here for an overview if you’re eager for more stories <

04. Weet waar je aan begint

‘Doe je huiswerk’. Vol goede bedoelingen gaf de boswachter zijn advies. Hij kon het blijkbaar niet laten en geef hem eens ongelijk. Zonder wandelervaring leek het mij een fantastisch idee om moederziels alleen door een enorm natuurgebied te wandelen. In hartje winter, welteverstaan. Nadat hij mijn plan had aangehoord sprak zijn blik boekdelen. Oh, heb je weer zo’n (buitenlandse) jongeman die zichzelf door zelfoverschatting of een slechte voorbereiding in de nesten gaat werken. Heb je weer zo’n lulhannes die de grillige omstandigheden in de Nieuw-Zeelandse bergen gaat onderschatten. Ja, ik viel precies onder een beruchte risicogroep. Mede daarom drukte hij me op het hart om een PLB (een GPS noodbaken) aan te schaffen. Met het beetje verstand wat ik nog had deed ik dat. Het leven is immers meer waard dan een paar honderd dollar.

In de periode voor mijn vertrek viel ontzettend veel neerslag, gevolgd door een koufront vanuit Antarctica. Niet bepaald wat je ideale omstandigheden kan noemen, maar ach. Jammer dan. Na dagenlang (tevergeefs) wachten op betere weersomstandigheden was mijn geduld opgeraakt. Dit lijkt enigszins te doen. Niet meer het eeuwige overdenken of wachten op het perfecte moment dat toch nooit komt. Gaan met die banaan. Een beetje door wat natuur banjeren, hoe moeilijk kan het zijn? Nou, daar kwam ik nog wel achter. Vanaf het begin was het al menens. Halfbevroren moerassen, spekgladde rotsen, wild stromende rivieren en een dik pak sneeuw boven de bomengrens. Al dit natuurschoon had ik voor mezelf, er was niemand in dit godverlaten gebied. Prachtig, kan niet beter. Twee dagen lang kwam ik weg met mijn onervarenheid. Maar op de derde dag kwam de keiharde confrontatie met een genadeloze waarheid: ik was nog niet klaar voor dit soort fratsen.

Ik moest een rivier oversteken die weliswaar niet breed was, maar wel sterk stroomde. Langdurig en aandachtig observeerde ik, zoekend naar de beste route. Na een tijdje dacht ik hem te zien. Vol goede moed (en zonder enige ervaring in het oversteken van rivieren) ging ik ervoor. Natuurlijk deed ik dat zonder wandelstokken, want dat vond ik overbodige ouwe lullen dingen. Tergend traag ploeterde ik richting de overkant. Het was zo dichtbij, maar zo ver weg. De kou ging door merg en been. Door de pijn was het verleidelijk om door het letterlijke ijskoude water te rauzen. Maar een ongecontroleerde beweging en dan zou ik met spul en al worden weggespoeld, met alle gevolgen van dien. Aangezien de stroming tot mijn heupen kwam worstelde ik met mijn balans, meermalen verloor ik bijna mijn grip. Vol adrenaline en in opperste concentratie bereikte ik de overkant. Opgelucht en enigszins geïntimideerd liep ik door. Aan het einde van de middag liep de route over een besneeuwde bergrug. Mede omdat de stapels rotsen ter oriëntatie waren ondergesneeuwd raakte ik verdwaald. Om het feest compleet te maken sneed een ijzige zuiderwind door al mijn kleding, werd het bijna schemerig, leek alles op elkaar in het spierwitte landschap en had ik geen tent bij me. De paniek sloeg toe. Vanuit pure gekte vloekte en tierde ik de longen uit mijn lijf. Door de enorme stress moest ik spontaan schijten. Het hielp echt. Na die verfrissende wildpoepsessie was het allemaal weer helder in mijn hoofd. Tel tot tien en denk verdomme een beetje na. Ik keek nog eens goed op de kaart en om me heen. Na wat zoeken vond ik eindelijk een aanknopingspunt. Als de brandweer snelde ik de berg af, terug naar de bomengrens, terug naar een pad met meer duidelijkheid en aanwijzingen.

Uiteindelijk kwam ik aan bij een stijf bevroren berghut. Eindelijk was ik beschut tegen die verrekte zuiderwind. Zelden was ik zo blij met onderdak dat binnen bijna net zo koud was als buiten. Compleet verkleumd lag ik ineengedoken in mijn slaapzak, denkend aan de boswachter. Vol afkeuring zou hij mijn huiswerk teruggeven. Leuk dat ik zo’n noodbaken op zak heb, maar dat is bedoeld als allerlaatste redmiddel voor levensbedreigende noodsituaties of overmachtssituaties. Mijn amateuristische gehannes viel hier overduidelijk niet onder. Sterker nog, zonder de benodigde ervaring en uitrusting waren dit gewoon ondoordachte stommiteiten. En dan moet ik aan het einde van de rit nog maar hopen dat ik een lift kan scoren, als er überhaupt iemand is. Het logboek van de berghut gaf weinig hoop, ik was de eerste bezoeker in ruim twee maanden tijd. Logisch, welke oen doet zoiets nou. Risico’s en vuurdopen, ik draai er mijn hand niet voor om. Maar deze dwaze onderneming ging overduidelijk te ver, wat ben ik nou aan het doen. Ik gedroeg me als een ‘topbankier’ van een veel te grote en invloedrijke systeembank. Ook al zou ik kopje onder gaan door onverschilligheid, een enorm ego of overmoedige roekeloosheid, de belastingbetaler komt me toch wel redden. Kosteloos zou ik weer naar veilige haven worden gevlogen. Mooi, dan kan ik weer op de oude voet verdergaan. Handig joh, die ingebouwde zekerheden en vangnetten van de samenleving. Kan je toch mooi gebruik van maken, helemaal als je de mazen en zwakke schakels van het systeem weet. Vrijblijvend en voor een prikkie opgepikt worden, hulp afdwingen terwijl anderen het wellicht harder nodig hebben en geen directe gevolgen ervaren van je stommiteiten. Nee, dat is niet helemaal de bedoeling. Daar maak je jezelf niet populair mee. Geen wonder dat de Kiwi’s hier een stokje voor proberen te steken met bepaalde wetgeving, boetes en protocollen. Of het effect heeft? Dat moet je aan hen vragen. Maar ik heb mijn lesje wel geleerd. Voortaan denk ik wel beter na voordat ik iets ga ondernemen.

Zoals zovelen werd ik door schade en schande wijs terwijl dat ook anders kan.

> Klik hier voor het totaaloverzicht als dit verhaal naar meer smaakt <

03. It’s just a game

Headshot! Ultrakill! Monsterkill! I stacked up the digital corpses under the disguise of my alias, resulting in a superb kill/death ratio and multiple rage-quits among my competitors. This made me the temporary ruler of de_dust and de_dust2. It took quite some hours of practicing to end up at this meaningless position. Finding the required time wasn’t a problem at all. Well, actually, I should have been at high-school. But I simply bypassed that obligation since skipping classes (with overly bad excuses and fake signatures) became my expertise. It provided the opportunity to jump in front of the PC for an extensive gaming session, starting with ‘some rounds’ of Counter-Strike. I skipped breakfast and lunch since I lacked any appetite. Someone can get ‘sucked into it’ so intensely. Seas of time that passes by unnoticed. The mind that gets completely silent. Physical and mental needs that got completely numbed. There’s no going around it anymore. Online gaming was the activity that brought me into a deep state of intoxication.

In all my weakness, I experienced the true power of the mind. Partly fueled by my ‘everything or nothing’ mentality, (online) gaming became my main pastime. Strategy games, simulation games, first-person shooters or a mix of genres: I devoured it all. It was something that required some of my tactics, (spatial) insights and creativity. I couldn’t just play with others on servers; they were also a chat-room in which I could express my true thoughts. Wandering around, fulfilling specific roles, operating vehicles, cooperating and experimenting were all part of these online games. With today’s knowledge, it turned out to be a harbinger of what was yet to come. In all my youthfulness, I was so ignorant of my undiscovered motives, unfulfilled desires and unused talents. Deep inside, my oppressed ‘self’ was looking forward to unpredictability, taking risks, having adventures and making discoveries. But I was powerless to make it happen as a closed-off teenager. I didn’t know what to do with myself. All my inner conflicts and insecurities frustrated me to no end, as did the life-phase I was in. I hated being a scholar. Teenage years of fooling around, I didn’t feel like it at all. That’s why I constantly skipped classes (to play video-games). And this is how an innocent hobby gradually turned into a compulsive vent, driven by a dormant dissatisfaction of which I was so unaware of.

Dinner commenced after quite some screen-time, a meal which I’d rather skipped due to its awkwardness. I mainly owed that to myself since I increasingly closed myself off from the outside world. The main reason was that I didn’t felt understood, which intensified feelings of misunderstanding, alienation and loneliness. As usual, I remained dead silence while eating. After I finished the meal, I disappeared like a mysterious ghost. I went back to my room, my safe space, the only place that I longed for. It was the entrance of a rich fantasy world without traditions, expectations, borders or cultural limitations. I had all sorts of daydreams while wandering through the immeasurable dimensions of the internet. One day, this exotic bird will spread its wings to fly around. Digital explorations would be swapped for extensive journeys through far-away places. Deep ties will be forged with folks from all nationalities and walks of life. Simulated adventures on a screen would evolve into real ones that I’ll experience in all their intensity.  

Game Over. My fantasies ended abruptly when I stared at my desktop. It was already night time. The emptiness, the silence, something didn’t feel right anymore. I looked up the statistics of my Steam account and witnessed a disturbing amount of gameplay. It was valuable time that I didn’t spend on proper relations or skills. With great uneasiness, I wondered if this wasn’t some form of escapism, addiction, a vicious circle or something like that. I thought about the diminished social network, my deteriorating mood, the hobbies that gradually disappeared out of my life. Hastily I searched for ‘gaming addiction’, ‘compulsive gaming’ and ‘excessive gaming’, which wasn’t widely investigated or recognized at the time. I discarded the confronting stream of thoughts after browsing through some websites. The crack in the door was slammed shut in utter denial. Don’t exaggerate. So many teenage boys game a lot, so what.

The door opened a crack again. I compared my self-imposed luxury problem with the disadvantaged situation of others. Structurally suppressed people, people in extreme poverty, people with incurable diseases or those who are prosecuted for having certain political views or sexual preferences. Millions of people crave for any (small) opportunity and take them with full appreciation when they come by. Me? Incapably I squander all sorts of possibilities that those folks can only dream of. I’m such a weakling. Or perhaps I’m just a forerunner of the herd, I thought all of the sudden. Perhaps I taste a sample of what’s to come. Who knows if this becomes a society in which the mass overvalues a digital fake world. One in which mindless entertainment (at the expense of others), abundant non-information, indifferent passivity, one-sided imagery and impulsive decision making becomes the norm. One in which whole tribes mostly communicate by fleeting chat massages while being glued to their screens. One in which attention disappears as quickly as a block of ice in the Sahara. Being lived by self-limiting habits, constant rush and misleading realities, what a shallow scenario. Maybe it will be like this one day, who knows. But what the hell do I know as a nerdy teenager. I closed my eyes with this self-loathing conclusion. It was time for a brief sleep; after all, I was very busy with absolutely nothing.

Perhaps it’s time for games and adventures in the real world; surely they will be beneficial to me.

> Click here for an overview if you’re eager for more stories <

03. Het is maar een spelletje

Headshot! Ultrakill! Monsterkill! Onder mijn alias reeg ik de digitale lijken aaneen. Met een  uitmuntende kill/death ratio zorgde ik voor menig woede-uitbarsting onder mijn concurrenten. Zodoende werd ik de tijdelijke heerser van zowel de_dust als de_dust2. Het kostte heel wat uurtjes om in deze betekenisloze positie te komen, en dat was geen enkel probleem. Eigenlijk had ik op school moeten zitten. Maar ik maakte er een ware sport van om daar (met een overduidelijke kutsmoes en nephandtekening) onderuit te komen. Daardoor kon ik mooi achter mijn pc kruipen voor een langdurige gamesessie, te beginnen met wat potjes Counter-Strike. Ontbijt had ik overgeslagen, evenals lunch. Trek had ik toch niet. Iemand kan zo bizar intens in een activiteit opgaan. Zeeën van tijd die ongemerkt voorbij gaat. Het innerlijk dat helemaal stil wordt. Lichamelijke of geestelijke behoeften die compleet verdoofd raken. Ik kon er niet meer omheen. Voor mij was online gaming de activiteit die me in een diepgaande roes bracht.

In alle slapheid ervoer ik de ware kracht van de geest. Mede door mijn ‘alles of niets’ mentaliteit werd (online) gamen mijn voornaamste tijdverdrijf. Strategiegames, simulatiegames, first-persoon shooters of een mix van genres: ik verslond ze allemaal. Het was iets waarin ik een stukje tactiek, (ruimtelijk) inzicht en creativiteit in kwijt kon. Op servers kon ik niet alleen samenspelen met anderen; ze waren tevens een chatroom waarin ik mijn ware gedachten kon uiten. In (online) games kon ik specifieke rollen vervullen, door open werelden rondzwerven, voertuigen besturen, samenwerken, experimenteren. Met de kennis van nu bleek het een voorbode van wat nog zou komen. In alle jeugdigheid was ik zo onwetend over mijn onontdekte drijfveren, onvervulde verlangens en ongebruikte talenten. Diep van binnen keek mijn onderdrukte ‘zelf’ uit naar risico’s nemen, avontuurlijke fratsen uithalen, ontdekkingen doen, onvoorspelbaarheid. Maar als gesloten tiener was ik onmachtig om het waar te maken. Ik wist niet wat ik met mezelf aan moest. Dat ik een vat vol innerlijk conflict en onzekerheid was frustreerde me enorm, evenals de levensfase waarin ik zat. Tegen wil en dank was ik nog een scholier. Tienerlijk gekloot van zowel mezelf als anderen, ik had er totaal geen zin in. Daarom spijbelde ik erop los (om te gamen). Gaandeweg veranderde een onschuldige hobby in een dwangmatige uitlaatklep, gedreven door een sluimerende onvrede waar ik onbewust van was.

Na de nodige uurtjes schermtijd brak het avondeten aan, veelal een maaltijd die ik liever oversloeg. Het was veelal ongemakkelijk en dat had ik voornamelijk aan mezelf te danken. Omdat ik (naar mijn idee) toch niet werd begrepen keerde ik steeds meer in mezelf, wat het (gevoel van) onbegrip, vervreemding en eenzaamheid alleen maar versterkte. Zoals zo vaak zweeg ik als een graf. In stilte schrokte ik alles naar binnen, om daarna weer als een mysterieus spook te verdwijnen. Ik verdween naar mijn kamer, mijn veilige ruimte, de enige plek waar ik nog behoefte aan had. Het was een entree in een grenzeloze fantasiewereld zonder tradities, verwachtingen of culturele belemmeringen. Al dwalend door het onmetelijke internet had ik allerlei wilde dagdromen. Op een dag zou deze aparte vogel zijn vleugels uitslaan om rond te vliegen. Digitale verkenningstochten worden dan ingeruild met langdurige reizen naar allerlei verre uithoeken. Diepe banden worden gesmeed met mensen van allerlei nationaliteiten en achtergronden. Nagebootste avonturen op een scherm veranderen naar avonturen die ik in levende lijve zou ervaren.

Game-over. Al die fantasieën eindigden abrupt toen ik naar mijn bureaublad staarde. Het was al diep in de nacht. De leegte, de stilte, iets voelde niet goed meer. Ik bekeek de statistieken van mijn Steam account en zag een schrikbarend aantal uren onder ogen. Het was kostbare tijd die ik niet in wezenlijke relaties of vaardigheden had gestoken. Heel voorzichtig begon ik me af te vragen of dit geen vluchtgedrag, vicieuze cirkel, verslaving of wat dan ook is. Ik dacht na over het geslonken sociale netwerk, mijn alsmaar verslechterde gemoedstand, de hobby’s die langzaamaan uit mijn leven waren verdwenen. Vluchtig zocht ik naar ‘gameverslaving’ ‘dwangmatig gamen’ en ‘overmatig gamen’, iets wat destijds nog amper erkend of onderzocht was. Na wat geklik op een paar websites wuifde ik mijn confronterende stroom aan gedachten weer weg. In alle ontkenning smeet ik de voorzichtige deuropening weer dicht. Overdrijf niet zo. Er zijn zoveel tienerjongens die veel gamen, nou en.

De deur ging weer op een kier. Ik vergeleek mijn zelfopgelegde luxeprobleem met de kansarme situatie van anderen. Stelselmatige onderdrukte mensen, mensen in extreme armoede, mensen met ongeneesbare ziektes of zij die worden vervolgd omdat ze een bepaalde seksuele geaardheid of politieke opvatting hebben. Vele miljoenen mensen smachten naar elk kansje, grijpen ze dankbaar aan. En ik? Onmachtig verkwansel ik allerlei mogelijkheden waarvan zij alleen maar kunnen dromen. Wat ben ik toch een zwakjanus. Of misschien ben ik wel een voorloper van de kudde, bedacht ik me opeens. Misschien ervaar ik slechts een voorproefje van wat nog komen gaat. Wellicht wordt dit een maatschappij waarin het gros teveel waarde hecht aan een digitale nepwereld. Een waarin hersenloos (leed)vermaak, overvloedige non-informatie, onverschillige passiviteit, eenzijdige beeldvorming en impulsieve keuzes de dienst gaan uitmaken. Een waarin hele volksstammen wild scrollend rondslenteren en vooral via vluchtige chatberichtjes communiceren. Een waarin aandacht net zo snel verdwijnt als een blok ijs in de Sahara. Haastig geleefd worden door zelf-beperkend gewoontegedrag en misleidende realiteiten, wat een oppervlakkig scenario. Wie weet komt het op een dag allemaal uit. Maar wat weet ik nou als nerdige tiener zijnde. Met die zelfhatelijke conclusie sloot ik zowel letterlijk als figuurlijk mijn ogen. Het was tijd voor een veel te korte nachtrust, ik had het namelijk heel druk met niets.

Misschien wordt het maar eens tijd voor spelletjes en avonturen in de echte wereld, dat zal me ongetwijfeld goed doen.

> Klik hier voor het totaaloverzicht als dit verhaal naar meer smaakt <