02. Good for the economy

He had a ‘nice gig’ for me. Ah, I’ve heard that before. Usually, it was a removal with an inhumane amount of walking stairs, busting your back over ‘special transport’ or some other cumbersome fuss. That’s why getting up early delights me. Bring on your shitty gig, I thought. I’d mentally prepared myself on a long day of physical discomforts. Prospects improved dramatically once my supervisor explained the gig in more detail. I could use my joys and sorrows for an eviction company for a change. What a lovely prospect to act as a blunt prick and go mental. Enthusiastically I threw a crowbar in the truck, it might come in handy. With great anticipation I drove to the crime scene.

The vibe was great when I arrived. Well, at least among the employees. I was used to be welcomed with biscuits, coffee and a friendly chat as a mover. Reception gets a long colder once you mainly deal with deadbeats, squatters, drug dealers and the like. Needless to say, you often get into interesting scenes when you work for an eviction company. The man of the house had called in some acquaintances in this occasion. Not that it mattered: the accompanying police were far from impressed. We could get to work once they were all forced out of the house. So, let’s get started. Everything had to get completely FUBAR. Great, there’s no need to tell me twice. I grabbed the crowbar and walked back into the house. Carefully I scanned the surroundings for an easiest and juiciest prey available. Ah, a jam-packed bookcase. You’re mine! First I tipped it off, and then I completely trashed it beyond recognition. I also pulled out a curtain in all my enthusiasm. All the deafening noise didn’t pass unnoticed by the chief on duty. Suddenly he stood behind me to start barking. Apparently, I had to do a professional job instead of chopping around foolishly. With an overly happy Joker-face, I suggested tipping the (still untouched) wardrobe over the balcony. A private joke gave me the giggles, which fuelled his annoyance even more. His face was on fire when he walked off. He undoubtedly wondered what kind of vague figure stood in front of him.

It wasn’t long before my laughter gave way to disbelief. That I made some money off this insane demolition is all great and good and stuff, but what the hell are we doing? New electronics, specialized furniture, means of transportation, stuff that undoubtedly had sentimental value for someone. Everything ended up in the demolition truck without anyone batting an eye, regardless of the financial/practical value. A state of disbelieve overpowered me while it all happened in front of my eyes. I raised thoughts and questions that no one wanted to hear. The chief was far too busy to talk about the meaning and nonsense of this work, besides I’d already blown it with him anyway. His colleagues were barely more talkative, though they said enough to form a picture. Surprise surprise: money and legislation were the main reasons for this way of working. Bringing everything to a warehouse or thrift store requires more man-hours, transport, administration and other types of costs. Not for the first time, I witnessed the hard clash between the monetary system and the ecological world up close. The same applies to its constant recurring outcome. Money, as usual, is where the shoe pinches. Without too much fuss, sacrifice or impractical hassle, sustainability is beautiful and necessary, and so on. As long as it’s convenient and affordable and noble and desirable etc. Simply apply fitting statistics in a one-sided story, then something that sounds convincing or trustworthy is created. Matter dealt with and done for, as they call it. Now let’s carry on business as usual.

It bothered me that truly everything got demolished. I was playing with the thought of taking some stuff home, but I would be fired for theft if I did. Leaving all the goodies on the street was out of the question either. To make a long story short: everything had to be destroyed due to financial-legal constructions and fixated thought-patterns. Okay, fine. I decided to ‘just’ do my job. I went home with mixed feelings after all the furniture had been completely trashed. There I watched a documentary about the far-reaching consequences of climate change, overpopulation, depleted resources and destroyed ecosystems. I took a therapeutic (and overly lengthy) shower in a somewhat depressed state, thinking about what I can do with this alarming information. Maybe I shouldn’t have participated in the destruction of functional stuff? Then I wouldn’t have a job anymore, but that’s fine, someone else could take my place as a loyal worker. At least I would have plenty of time to address this insane self-destruction. Conviction and perseverance would fuel my persistence for quite some years. All sorts of idealistic and activist thoughts popped up. And that was all that happened. Obediently I set my alarm clock at half-past six. I’m pretty sure there are other ways to achieve change. It’s hard to get groceries without money, and besides, this paid workout is far too much fun to walk away from. So, yeah, see ya. Let the next generations do something about these kinds of problems. We’re way too busy for that nowadays.

Everything will be alright as long as it’s good for the economy, that’s what life is all about

> Click here for an overview if you’re eager for more stories <

02. Goed voor de economie

Hij had een ‘leuk klusje’ voor me. Ah, dat heb ik vaker gehoord. Meestal was dat een verhuizing met onmenselijk veel traplopen, je rug breken over ‘speciaal transport’ of ander omslachtig gedoe. Daarvoor sta ik graag vroeg op. Kom maar op met je rotklus, dacht ik nog. Mentaal had ik me op een lange dag vol fysieke ongemakken ingesteld. De wereld zag er gelijk een stuk zonniger uit toen mijn leidinggevende het klusje toelichtte. Voor de verandering mocht ik mijn lief en leed voor een ontruimingsbedrijf inzetten. Wat een heerlijk vooruitzicht om als een lompe boerenpummel los te mogen gaan. Enthousiast gooide ik een koevoet in de laadbak, die komt vast van pas. Met de nodige voorpret reed ik naar de plek des onheils.

Eenmaal aangekomen zat de sfeer er goed in. Althans, onder de medewerkers. Als verhuizer werd ik vaak opgewacht met koek, koffie en een vriendelijk praatje. Voor ontruimers is de ontvangst minder hartelijk aangezien ze vooral met wanbetalers, krakers, drugdealers en dergelijke figuren in aanraking komen. Het levert interessante taferelen op. In dit geval had de man des huizes wat bekenden opgetrommeld, wat overigens geen indruk maakte op de meegereisde politie. Nadat ze allemaal uit huis waren gezet konden we aan de slag. En met aan de slag bedoel ik dat in de meest letterlijke zin van het woord: alles moest naar de Filestijnen. Nou, dat laat ik me geen twee keer zeggen hoor. Ik pakte de koevoet uit de bedrijfswagen en liep terug naar binnen. Als een roofdier zocht ik naar de makkelijkste prooi met wat spek op de botten. Ah, een volle boekenkast. Hoogste tijd om dat varkentje te wassen. Nadat ik dat ding had leeggekiept sloeg ik het he-le-maal aan diggelen. In al mijn enthousiasme trok ik ook een gordijn met rails en al uit zijn voegen. Ik maakte een enorm kabaal en dat bleef niet onopgemerkt bij de opzichter. Opeens stond hij achter me. Hij beet me toe dat ik vakkundig werk moest leveren in plaats van als een dwaas in de rondte hakken. Met een veel te blije kop stelde ik voor om de (nog onaangeraakte) vitrinekast over het balkon te kiepen. Tot zijn grote irritatie schoot ik door een binnenpretje in de slappe lach. Met een gezicht op onweer liep hij weer weg. Wat is dit voor vaag figuur, zal die vent ongetwijfeld hebben gedacht.

Het duurde niet lang voordat het lachen ook mij verging. Dat ik wat verdien aan deze doldwaze sloopsessie is allemaal leuk en aardig, maar waar zijn we nou eigenlijk mee bezig? Nieuwe elektronica, meubels van speciaalzaken, vervoersmiddelen, spullen die ongetwijfeld sentimentele waarde hadden voor iemand. Zonder blikken en blozen verdween alles in de perswagen, ongeacht de financiële/praktische waarde. Vol ongeloof stond ik erbij en keek ik ernaar. Ik begon na te denken en vragen te stellen, vragen waar niemand op zat te wachten. De opzichter had het veel te druk om over de zin en onzin van dit werk te praten, bovendien had ik het toch al verbruid bij hem. Zijn collega’s waren niet veel spraakzamer, al zeiden ze genoeg voor wat beeldvorming. Geld en wetgeving waren de voornaamste redenen van deze aanpak – wat een verrassing. Alles naar een warenhuis of kringloopwinkel brengen vereist meer manuren, transport, administratie en andere soorten kosten. Niet voor het eerst maakte ik de keiharde botsing tussen het monetaire systeem en de ecologische wereld van dichtbij mee. En diens alsmaar terugkerende uitkomst. Geld, zoals zo vaak wringt daar de schoen. Zonder teveel poespas, opofferingen of onpraktisch gedoe is duurzaamheid heel mooi en nodig en nobel en wenselijk enzovoorts. Ach ja. Zolang het maar uitkomt en betaalbaar is, toch? Gewoon passende statistieken toepassen voor eenzijdige invalshoeken, dan krijg je vanzelf een enigszins geloofwaardig verhaal. Kwestie behandelt en afgedaan, zoals dat zo mooi heet. En nu weer terug naar de orde van de dag.

Het zat me dwars dat werkelijk alles werd gesloopt. Ik speelde nog met de gedachte om zelf wat mee te nemen, maar dan word ik wegens diefstal ontslagen. De spullen op straat zetten ‘kon niet’. Lang verhaal kort: door allerlei financieel-wettelijke constructies en vastgeroeste denkpatronen moest alles kapot. Daarom besloot ik om ‘gewoon’ mijn werk te doen. Nadat de hele inboedel de vernieling in was geholpen reed ik met gemengde gevoelens naar huis. Eenmaal aangekomen bekeek ik nog een documentaire over de verstrekkende gevolgen van klimaatverandering, overbevolking, oprakende grondstoffen en verwoeste ecosystemen. Enigszins gedeprimeerd dook ik onder een therapeutische en (ironisch genoeg) veel te lange douchesessie. Ik dacht na over wat ik kon doen met deze zeer alarmerende informatie. Wellicht had ik niet mee moeten doen aan de verwoesting van functionele spullen? Dan maar geen baan, kan iemand anders lekker de trouwe arbeider uithangen. Heb ik mooi de tijd om deze krankzinnige zelfvernietiging aan te kaarten. Vol overtuiging en volharding zou ik dat jarenlang volhouden. Allemaal idealistische en activistische gedachten schoten door mijn hoofd. En daar bleef het bij. Braaf zette ik mijn wekker op half zes. Er zijn vast andere manieren om echte verandering te realiseren. Zonder geld is het lastig boodschappen doen, bovendien is deze betaalde sportschool een veel te leuke uitlaatklep. Dááááág, laat de volgende generaties maar iets doen aan dit soort problemen. Daar hebben we het tegenwoordig veel te druk voor joh.

Zolang het goed is voor de economie komt alles goed, dat is waar het leven om draait.

> Klik hier voor het totaaloverzicht als dit verhaal naar meer smaakt <

01. Long live the dreamtime

Pissed as hell I danced in the packed pub with my fellow wanderers. The music was plain wrong, I got surrounded by old farts and the dollars vaporized in no time, yet I couldn’t care less. At least we were inside, warm and comfortable on this bleak night. Rarely did a warm meal taste so filling, were the drinks so tasteful and the togetherness so welcoming. We were all content with the moment. For us, this was the unofficial ending of an unforgettable journey, one which we all finished on our own terms. Suddenly it was all over once we arrived in Albany. I faced that uneasy fact with mixed emotions and a great sense of achievement. A sense of pride prevailed, we pulled it off. We managed to hike 1000 kilometers through Australia. We closed this special period in style with worn wrights, blisters, pains and burned fat reserves. The hangover will probably be mad after losing 10kg and abstaining from alcohol, but who cares. It was pure joy. Not just the pub and new life experience, but also the warm shower, nearby supermarket and comfortable mattress. It all felt like a well-deserved reward

I was drunk. Not just because of the booze, but mainly of the overwhelming satisfaction and happiness. This hike had touched me deeply for various reasons. Moments of intense goosebumps, persisting pain, tranquilizing awe, fierce rage and vast wonder alternated each other. It was a time of isolation, joy, connection, enrichment and suffering. A time lived according to the natural rhythm of daylight, weather conditions and daily routine that comes with it. This contagious simplification of life descended on me like gravity. Civilization was beyond the horizon. I was thrown back on the essence in remote areas. The distractions or limiting influences of society were gone. It was confronting, lovely, clarifying. Continuous seclusion on your own grows something which can’t blossom in ‘the normal life’. Experiencing first hand that you can deal with demanding situations, physical problems and mental confrontations make you stronger and stronger: both physically as mentally. Nothing will test you anymore. You can take on the world with deeply rooted self-confidence.

For weeks I hiked the Bibbulmun track fully geared. Animal sounds and pristine landscapes helped to indulge me in a never-ending hikers’ high. The splendor and horror of this spectacular continent unleashed itself in all its intensity. This experience helped me to develop a tremendous respect towards Aboriginals and Australian nature. Man, the bush could be so pure and unbearable, beautiful and as hard as a rock, wonderful and tiresome. It often demanded all my energy and awareness. There have been moments in which I wondered why I did this, moments in which I considered to quit. Especially fierce storms and blistering heat could trigger these considerations. Some stretches were a true plague of flies and mosquitos within stinky swamps; others were an overgrown snake pit teeming with razor-sharp vegetation. The at-times monotonous landscape went by on an agonizingly slow pace, hoards of biting ticks caused an infection which turned hiking into torture, and of course there were still the memorable wildlife encounters. There have been multiple occasions in which I was literally one step away from deadly snakes – welcome to Straya. One well-hidden Dugite got me by total surprise and nearly bit me. Muscular kangaroos that didn’t back off for anyone or anything. A bug that bit me and caused my face to swell. I even managed to piss off an emu by accidentally scaring its chicks. No wonder that I felt relieved when encountering ‘just’ a huntsman spider after such shenanigans.

At some stretches, I didn’t encounter anyone for days. Those I did encounter were often remarkable characters, especially the so-called ‘end-to-enders’. As with other unusual activities, the circumstances (automatically) create a bond that is impossible to comprehend for outsiders. An additional dimension of this experience is that we’re living in a time in which true contact with yourself, others and the natural world isn’t self-evident, isn’t stimulated by culture in general. In current times, essential things like (self)reflection, intuitive decision-making or deep contact are easily overshadowed by the busy, packed, confusion events of daily routine. Although everyone had their reasons to do this hike, these topics were mentioned time after time. Sickened by the increasingly rushed, hardened, money-driven and shallow society, they retreat. They take some time to return to the purity of the essence, to go back to what’s truly important for them. They don’t walk away from life; they walk straight through it.

I recognize this all too well. These are the aspects that form the fundamental base of my actions, besides the desire to do something unusual or ‘adventurous’. Even if such endeavors are temporary by default, they leave a permanent mark. They leave something fundamental, something real. It feeds the burning desire to live life’s sheer diversity first hand. Or, in other words, it’s the will to feel alive, including the physical or psychological pain, impracticalities and risks that come with it. That’s why I do these kind of things. I want to live – truly live. It’s that willpower, dedication and conviction that provide the fuel for me to keep on going and going. I even declined the offer of two pretty women for a lift and a place to stay. That’s how important this new chapter was for me. A chapter dictated by total focus, animation and experience. The aboriginals were right, although it has little to do with dreaming in my opinion. They call it the dream time. I call it the real life. One that’s full of awe, purity and glory.

It’s more about the journey itself than the final destination, but arriving somewhere feels nice too.

> Click here for an overview if you’re eager for more stories <

01. Lang leve de droomtijd

Beschonken stond ik met mijn medewandelaars te dansen in de afgeladen kroeg. De muziek was fout, ik werd omringd door oude kaas en de dollars vlogen mijn zakken uit, maar het kon me allemaal geen barst schelen. We waren tenminste binnen, lekker warm en comfortabel op deze gure avond. Zelden smaakte een warme maaltijd zo vullend, waren drankjes zo smakelijk en was het samenzijn zo fijn. We waren helemaal voldaan met het moment. Voor ons was dit de onofficiële afsluiter van een onvergetelijke tocht. Een welke we zelfstandig op ons eigen tempo hebben afgelegd. Bij aankomst in Albany was het in een klap voorbij. En met wisselende emoties voelde dat onwennige gegeven vooral als een grote prestatie aan. De trots overheerste. We hadden het geflikt om 1000 kilometer door Australië te wandelen. Fit en met versleten gewrichten, blaren, pijntjes en verbrande vetreserves zorgden we voor een stijlvolle afsluiting van deze bijzondere periode. Tien verdampte kilo’s en alcoholische onthouding zorgen ongetwijfeld voor een flinke kater, al is dat voor latere zorg. Ik genoot. Niet alleen van deze kroeg en de nieuwe levenservaring, maar ook van een fatsoenlijk matras, warme douche en nabijgelegen supermarkt. Het was allemaal een welverdiende beloning, deze kers op de taart.

Dronken was ik. Niet alleen van de drank, maar vooral door het overweldigende gevoel van voldoening en geluk. Om een veelvoud aan redenen had deze wandeling me diepgaand beroerd. Momenten van intens kippenvel, aanhoudende pijn, verdovend ontzag, felle razernij en enorme bewondering hadden elkaar afgewisseld. Het waren tijden van afzondering, genieten, verbinding, verrijking, afzien. Een welke geleefd werd volgens een natuurlijk ritme van daglicht, weersomstandigheden en een bijbehorende dagindeling. Als zwaartekracht daalde deze zeer aanstekelijke versimpeling van het leven op me neer. Ik was even helemaal weg uit de beschaving. In afgelegen gebieden wordt je teruggeworpen op de essentie. De afleidingen of belemmerende invloeden van de maatschappij waren er niet meer. Het was confronterend, heerlijk, verhelderend. Continue afgezonderd en op jezelf aangewezen zijn kweekt iets wat niet in ‘het normale leven’ kan opbloeien. Al ervarende dat je veeleisende situaties, fysieke ongemakken en mentale confrontaties de baas bent wordt je alsmaar sterker: zowel fysiek als mentaal. Zelfverzekerd kan je de hele wereld aan, niets brengt je meer van je stuk.

Wekenlang liep ik bepakt en bezakt de Bibbulmuntrack af. Mede door de ongerepte landschappen en dierengeluiden zat ik in een onophoudelijke wandelroes. Op deze manier kwam de pracht en kracht van dit spectaculaire continent nadrukkelijk naar voren. Wat heb ik ontzettend veel respect gekregen voor de Aboriginals en de Australische natuur. Oh, wat kon deze toch intensief en onuitstaanbaar zijn, wonderschoon en bikkelhard, wonderlijk en vermoeiend. Veelal eist het al je energie en oplettendheid op. Natuurlijk zijn er momenten geweest waarin ik me afvroeg waarom ik dit doe, momenten waarin ik overwoog om ermee te kappen. Vooral gedurende felle stormen of snikhete dagen kwamen die gedachten wel eens op. Sommige stukken waren een ware muggen- of vliegenplaag in een stinkend moeras, andere een overgroeide slangenkuil vol messcherpe vegetatie. Het bij vlagen eentonige landschap ging tergend traag voorbij, teken die me gretig beten en een zwelling veroorzaakten maakten lopen tot een martelgang, en dan waren er nog de memorabele ontmoetingen met wilde dieren. De keren dat ik zeer giftige slangen niet zag met letterlijk een stap tussen ons. Een goed verstopte Dugite die me compleet verraste en bijna had gebeten. Gespierde kangoeroes die nergens voor terugdeinsden. Een insectenbeet die mijn gezicht strak trok. Ik heb het zelfs voor elkaar gekregen om een emoe pissig te maken toen ik per ongeluk diens kuikens liet schrikken. Na dat soort fratsen begon ik opgelucht te raken als ik ‘slechts’ een grote spin (Huntsman) tegenkwam.

Er zijn periodes geweest waarin ik dagenlang niemand tegenkwam. Degene die ik tegenkwam waren vaak eigenaardige karakters, en dan met name de zogenaamde ‘end-to-enders’. Zoals met andere ongebruikelijke activiteiten scheppen de omstandigheden vanzelf een band die buitenstaanders nooit kunnen begrijpen. Een extra dimensie van deze ervaring is dat we in een tijd leven waarin werkelijk contact met jezelf, anderen en de natuurlijke wereld niet vanzelfsprekend is. Tegenwoordig raken essentiële zaken zoals (zelf)reflectie, intuïtieve besluitvorming en diepgaand contact snel ondergesneeuwd door de drukke, overvolle, verwarrende waan van de dag. Hoewel iedereen zijn persoonlijke drijfveren heeft om deze wandeling te doen, werden deze aspecten vaak benoemd tijdens het samenzijn. Helemaal ziek van een alsmaar gehaaste, hardere, door geld gedreven en oppervlakkiger wordende maatschappij trekken deze mensen zich terug. Ze nemen de tijd om terug te keren naar de puurheid van de essentie, terug naar wat echt belangrijk is voor hen. Ze lopen niet weg van het leven; ze lopen er dwars doorheen.

Ik herken het maar al te goed. Naast de behoefte om iets ‘avontuurlijks’ of aparts te doen vormen dit soort aspecten een fundament van mijn acties. Ook al zijn zulke ondernemingen van tijdelijke aard, ze laten iets blijvends achter. Iets fundamenteels, iets wezenlijks. Het voedt het brandende verlangen om het leven in al haar diversiteit te ervaren. Of, in andere woorden, het is de wil om je levend te voelen, inclusief de bijbehorende mentale of fysieke pijn, praktische ongemakken, uitdagingen of risico’s. Daarom haal ik dit soort acties uit. Ik wil leven, echt leven. Het is die wilskracht, toewijding en overtuiging welke de brandstof vormen om door te blijven gaan. Ter illustratie: een paar dagen voor het einde kreeg ik een lift en onderdak aangeboden van twee leuke dames. Ik sloeg het aanbod af, zo belangrijk vond ik dit nieuwe hoofdstuk. Een hoofdstuk gedicteerd door totale focus, bezieling en beleving. De Aboriginals hebben gelijk, al heeft het in mijn optiek weinig met dromen te maken. Zij noemen het de droomtijd. Ik noem dit het echte leven. Een vol puurheid, glorie en verwondering.

Het gaat meer om de reis dan de eindbestemming, al is ergens aankomen wel zo fijn.

> Klik hier voor het totaaloverzicht als dit verhaal naar meer smaakt <