41. Cocktail of wet hormones

“Let’s go out tonight!” Err… Sure. Why not. Turning down an invitation from two hot chicks? Nah, can’t do. So I threw my crushed beer cans away and raced to the bathroom. Quick, take a shower before this socially accepted madness commences. Do your fellow man a favor and be fresh. Be fresh of body and mind for as long as it lasts. Slightly civilized behavior is enough; human odors will come eventually. I put on a well-worn T-shirt and sprayed some deodorant. Then I used some mouth was to flush that beer smell out. Good. This mannered citizen is good to go – bring on a dose of wacky mischiefs. The only thing missing was some female beauty. I waited for the ladies with a monk’s patience. Waiting and waiting forever and ever. Patience pays off, though. They were all set and ready in a mere hour. Fine, let’s go mad then. Let’s get into the place to be, into the go-go zone where it all happens: downtown Nelson (New Zealand).

I went to the lion’s den with no expectations – just surprise me. The vibe of the streets was proper. Groups of drunk Kiwis were swaggering back and forth. Drinking is a popular hobby in Down Under. A bit too popular, perhaps. Sometimes they’re hard to understand when sober, let alone after some drinks.  There was nothing to do but to smile and wave. Dear heavens. That’s going to be something once we’re inside a noisy pub. Those two will be jumped on, I thought. Especially when the beefed-up rugby players unleash their distinctive slang. We’ve got to be cautious with such an exotic breed. Oh, too late. They – I slavishly followed – joined the queue for a bar. Eight out of ten had a beard in this queue. Alright, close the lines. I knew what time it was. This is obviously going to be a steamy sausage fest. Oh – my – God. Jesus… Please be with me in this insane slaughterhouse!

The prayers were to no avail. Within minutes, a male crammed himself between us. His eyes were fixated on my compatriot. The girl got bombarded by shelling of smooth talk. She exchanged a brief glance with me, which said it all. Hah, good luck. She’s already overwhelmed, and the evening is still long. I threw myself into the line of fire as a life-safer. ‘Have you ever been to Europe?’ ‘Oh, there and there I’ve been too, cool huh?’ ‘What do you think of so-and-so and this-and-that?’ Frowned eyebrows, brief responses and averted posture. His disapproval is understandable. Suddenly I felt guilty. Be honest: no one is eager for random bullshit or jealous cock-blockers. Don’t ask for the sake of asking, and especially don’t be an annoying interrupter. Leave them, they’ll be fine. Like everyone else, they have to deal with it. They have to deal with the dormant desperation that makes the eyes dull and the antics more desperate. Deal with the endless void of not-fucking and not-loving. Deal with (someone else’s) shame, with the agony of a prolonged dry spell. No one wants these things to happen. Not to themselves or anyone else. You want to pat that person on the back as soon as the realization kicks in. Wrap your arm around them. Encourage them and treat them to an ice-cold pint.

The crowd was absolutely pissed by midnight. The first dude dropped out already, but that wasn’t the end of it. Far from it. By now, it was a matter of rolling the dice. Five others are trying their luck as well – simply do your best. This sea of hormones will nurture all. Not. Sigh. I knew my place, I knew enough. A bald dwarf with a tattered outfit is way down the pecking order. The only thing left to do was to acknowledge my defeat and retreat silently. So I withdrew with my tail between my legs. From my Safe Space, I watched the action of the battlefield. I witnessed all the foaming mouths, hungry glances and (un)successful calls to (eventually) mate. Like David Attenborough, I narrated the trampling, stalking, growling and tug-of-war of wildly mounting stallions. Priceless entertainment for a buck. Saving yourself a ticket to the zoo provides some more drinks. Well done. You don’t have to go to the zoo to watch the planet of the apes. You can do the same in any random bar, it’s really not that different.

The music stopped and bright lights flicked on. It’s over alright. I finished my chat with a random drunkard. This time, the girls followed my lead. Going out together, coming home together. The three of us walked back in peace. They went through all the odd behaviors, blunt remarks and funny stupidities of the night. I listened and laughed. It’s so recognizable. And just look at them. So free, spontaneous and carefree. Although… the latter is questionable. Herds of men returned home in utter disappointment. No doubt Those men will crash onto their beds with contained lust and a painful boner. Geez. Such madness. Does turning each other on deserve the beauty prize or a Nobel prize? Quite unlikely. You know, we’re just big monkeys on a spinning rock. It goes on and on and on. Right through the black something, that big nothing. Just until the music and the party stops. Dance. Sing and make it happen, with or without a dream partner. Act normal, go crazy. Do it. Just do it. Who risks nothing gains nothing.

Speaking primates with prime needs and a well-developed appearance, welcome to sanctuary ‘the Earth’

> Click here for an overview if you’re eager for more stories <

41. Cocktail van natte hormonen

‘’Laten we uitgaan vanavond!’’ Eh… Oké. Waarom ook niet. Een uitnodiging van twee leuke mokkels afslaan, nee, dat kan écht niet. Dus ik gooide mijn kapot geknepen blikken bier weg en ging naar de badkamer. Snel even douchen voordat de maatschappelijk geaccepteerde gekte losbarst. Doe je medemens een lol en wees fris. Fris van lijf en geest zolang het duurt. Enigszins beschaafd gedrag is voldoende, de menselijke walmen komen vanzelf wel. Ik spoot wat deo op en trok mijn minst versleten T-shirt aan. Daarna spoelde ik met mondwater de bierlucht uit mijn bek. Zo. Deze nette burger heeft er zin in, kom maar op met een portie mafkezengedoe. Het enige wat ontbrak was vrouwelijk schoon. Met engelengeduld wachtte ik op de dames. Het duurde en het duurde. Geduld loont, godzijdank. Een uur later waren ze er helemaal klaar voor. Laten we losgaan dan. Laten we stappen in dé plek waar hét gebeurt: hartje Nelson (Nieuw-Zeeland)

Zonder verwachtingen liep ik naar het hol van de leeuw – verras me maar. Op straat zat de sfeer er goed in. Groepjes bezopen Kiwi’s liepen zwalkend heen en weer. Drinken is een populaire hobby in Down Under. Misschien iets té populair. Nuchter zijn ze soms al moeilijk te verstaan, dus laat staan na een paar drankjes. Er zat niets anders op dan vriendelijk te lachen en te knikken. Mijn hemel. Dit belooft wat in een volgepropte tent. Die twee worden straks besprongen, dacht ik nog. Zeker als de opgepompte rugbyspelers hun typische tongval erop loslaten. Met zulke exotische types blijft het oppassen geblazen. Oh. Te laat. Zij – ik volgde slaafs – sloten aan in de rij voor een bar. Een rij waarin acht op de tien een baard(je) had. Nou, sluit de rijen maar. Ik wist hoe laat het was. Dit wordt overduidelijk een héél broeierig worstenfeestje. Oh – mijn – God. Jezus… Sta me alstublieft bij in dit doldwaze slachthuis!

Het schietgebedje mocht niet baten. Binnen een paar minuten wurmde een mannetje zich tussen ons. Zijn ogen waren strak op mijn landgenote gericht. Die meid werd bedolven onder een stortvloed aan vlotte praatjes. Zij wisselde een korte maar veelzeggende blik met mij uit. Ha, veel succes. Ze is nu al overdondert, en de avond duurt nog lang. Als redder in nood wierp ik mezelf in de vuurlinie. ‘Ben je wel eens in Europa geweest?’ ‘Oh, daar en daar ben ik ook geweest, tof he?’. ‘Wat vind je van zus en zo en dit en dat?’ Gefronste wenkbrauwen, kortaf reageren en een afwendende lichaamshouding. Zijn afkeur is begrijpelijk. Opeens voelde ik me schuldig. Wees eerlijk: niemand zit op slap geouwehoer of jaloerse cockblockers te wachten. Vraag niet om te vragen en wees vooral geen irritante bemoeial. Laat ze, ze redden zich wel. Net zoals iedereen moeten ze ermee dealen. Ze moeten dealen met de sluimerende wanhoop die de ogen dooft maakt en de fratsen wanhopiger. Dealen met de eindeloze leegte van niet-neuken en niet-liefhebben. Dealen met (andermans) schaamte of de slepende lijdensweg van langdurige droogte. Je gunt het niemand. Zodra je het opmerkt wil je diegene een schouderklopje geven. Je arm om ze slaan. Ze moed inspreken en trakteren op een biertje.

Rond middernacht was de menigte straallazarus. De eerste kerel was allang afgehaakt, maar daarmee was de kous niet af. Verre van zelfs. Inmiddels was het een kwestie van lootjes trekken. Er staan vijf anderen voor u in de lijn – wacht netjes op uw beurt. Deze zee van hormonen zorgt voor iedereen. Niet dus. Zucht. Ik ken mijn plaats en haakte af. Een kale dwerg met aftandse sloeberkleding staat laag in de pikorde. Het enige wat erop zat was mijn meerdere erkennen en stilletjes de aftocht blazen. Met de staart tussen de benen trok ik me terug. Vanuit mijn Safe Space bekeek ik de actie van het slagveld. Ik was getuige van alle schuimbekken, hongerige blikken en (on)succesvolle uitnodigingen om te paren. A la David Attenborough omschreef ik het getrappel, gestalk, gegrom en getouwtrek van wild steigerende hengsten. Kosteloos vermaak voor een knaak. Jezelf een kaartje besparen voor de dierentuin scheelt een slok op de (prijzige) borrel. Lekker bezig. Voor aapies kijken hoef je écht niet naar de Apenheul. In een willekeurige kroeg kan het ook, het is allemaal een pot nat.

De muziek stopte en de felle tl-lampen gingen aan. Zo. Het zat er weer op. Ik knoopte mijn stompzinnige gesprek met een dronkenlap af. Ditmaal volgden de meiden mijn voorbeeld. Samen uit, samen thuis. Met zijn drieën liepen we vredig terug. Ze namen alle boerse gedragingen, lompe opmerkingen en grappige stommiteiten van de avond door. Lachend hoorde ik het aan. Herkenbaar hoor. En kijk nou toch. Zo vrij, spontaan en onbezorgd. Hoewel… dat laatste valt te betwijfelen. Roedels mannen keerden zwaar teleurgesteld huiswaarts. Geen twijfel over mogelijk. Die kerels zullen op bed ploffen met opgekropte geilheid en een stijve die bijna zeer doet. Jeetje. Wat een gekmakerij. Verdient elkaar opgeilen de schoonheidsprijs of een nobelprijs? Zeer onwaarschijnlijk. Weet je, onderaan de streep zijn we slechts grote apen op een rondtollende rots. Het draait alsmaar door en door. Dwars door het zwarte iets, dat grote niets. Net zolang totdat de muziek stopt en het feestje voorbij is. Dans. Zing en maak er wat van, met of zonder droompartner. Doe eens normaal, doe eens gek. Gewoon doen joh. Wie niet waagt, wie niet wint.

Pratende primaten met eerste behoeftes en een hoogontwikkelde schijn, welkom in het reservaat ‘de Aarde’

> Klik hier voor het totaaloverzicht als dit verhaal naar meer smaakt <

40. Stranger in my own land

I cycled along the Rotte at a snail’s pace. As long as it lasted, I took the most of it. The lost son was home once again. Bloody great to be back. Back at those familiar cycling lanes, windmills, pancake-flat landscapes and skyline of Rotterdam. I enjoyed the picturesque inner cities, delicacies, cultural trips, architecture and history. Hail the down-to-earth coziness and smartshops rule okay. In many ways, the Netherlands is an excellent base. This is my nest to fly out from. It’s my island in the ocean, my dock to drop anchor at. It doesn’t matter how many trips there will be, how long they last, or where they lead. All the memories of big and small events come along. As does the place where you’re born and raised. That makes the script of the daily grind all the more comforting. Especially when everything seems the same once you return. Yet appearances are deceiving. Even known territory offers no guarantees in the end. Change is the only constant, as it turned out once again. What I saw before looks different now. Something felt different. Something essential, something I couldn’t put my finger on.

I smacked my bike against a lamppost and went for a stroll. Some people-watching and stretching the legs. Just because. Hearing those noisy market salesman. Watching the drunkards of the Oude Haven. Looking at photographing tourists in front of the Markthal and possessed consumers in the Koopgoot. I strolled through the hustle and bustle of the Witte de With, Meent and Lijnbaan attentively. Most people seemed to have it all figured out in life. Everything on track and in order. Plenty of savings, a well-thought-out career and a home packed with sleek furniture. Loved by – if lucky enough – close friends, a loving partner and offspring. Tanned by frequent holidays, gadgets in their pockets, stylish outfits and up-to-date with the latest trends or social media feeds. They might even earn a living by something truthful to themselves. Yes, I wish them the clarity of a mapped-out life path. I wish them the givens of the white picket fence existence. Many thrive on the foundation of comfort, stability and so-called certainties. But that autopilot paralyzes my wings. The sea of routine and predictability is too calm for me. Deep down, I knew it. What I could do with it remained a mystery though. So I kept walking in circles, hoping for a brilliant idea or something similar.

I roamed the streets in a daze. A runaway train of thoughts swallowed me whole. A bakery’s hot air popped the bubble. After some sniffing, I sat down on a bench to satisfy my appetite. The Grand Show passed by as I gulped down those fresh Eierkoeken. It was a flawless performance with a lot of buzz and fuzz. Everyone was busy. Busy with jam-packed agendas and the issues of the day. Busy with ‘having to perform’ or climbing an invisible ladder. Always rushing from one (self-imposed) obligation to the next. I sat and watched. Okay. This – is – IT. This is the seemingly rushed normality of today, the fleeting zeitgeist of this place and time. I studied the extraordinary scene in awe. Observe those scenes, always and everywhere. All the traveling left their marks. I realized that culture can normalize ANY kind of (ir)rational behavior or belief. Or, more importantly, that life – despite all its difficulties and contradictions – is quite simple in its essence. But why keep it simple if it can be difficult. Open the cultural bombing hatch for indiscriminate bombings. Stir up those ever-smoldering hotbeds. Motives are overrated. Just do it; perpetrators are humans as well. 

 I briefly slipped under the press of modernity as I digested those Eierkoeken. A latent aversion surfaced. I despised a world which – in my viewpoint – is becoming more commercial, demanding, unfair, impersonal, superficial and harsher. A world in which patience is becoming scarcer, attention spans shorter, tolerance less, egos bigger, the tone louder, the short term more decisive, the (collective) memory more selective, the course more unclear. A world which rewards elbowing, greed, lies, facades or loudmouths more than introspection, vulnerability, compassion or honesty. A world with excessive consumption, materialism, hoarding, control, division, individualism, fears, inequalities and pigeonholing. A world full of preventable misery, meaningless distractions, chronic dissatisfaction and (un)intentional ignorance. A world bogged down by rigid systems, astronomical debts, conflicting interests, unbalanced powers and limiting worldviews. A world exploding with corruption, manipulation, norms and traditions that I simply don’t understand. An upside-down world that feels increasingly weird to me, a crazy world from which there’s no escape. That, too, was a clear lesson of the wanderlust. It’s what it is. What I aspire is neither for sale nor to be found in education, professions, ideologies, institutions, courses, relationships, bank accounts, possessions, skills, groups, doctrines or status symbols. Something authentic, autonomous, pure, passionate, unconventional, raw, deep, worthy or call-it-whatever attracts me. That undefined layer does much more to me than anyone or anything.

Rain poured down. I put on my hoody and walked off. An inconvenient truth grabbed me by the throat. I tried to live “normally” against my better judgment. An imaginary sense of urgency prevailed Instead of full conviction. Secretly I longed for diverse experiences, for the unknown’s surprises instead of what was expected or ‘sensible’. What I wanted was more spirit and spunk, more open-mindedness and unpredictability. I wanted more flexibility and simplicity, more customization and abnormal antics. The overgrown path is just irresistible. It’s a remote path of alienation and misunderstanding. A path in which the rules, tactics, labels, prizes, tricks and peer pressures of the popular game are useless. Monopoly money, score sheets and made-up laws go back in the box. Put a lid on it and shove that bore-out aside. Far out! Bloody great that the genie is out of the bottle. Drawing beyond the set lines is fantastic. I’m all gone from faltering tapes or conveyor belts. Not truly belonging anywhere is fantastic. But oh well. Now what? Where does this strange way of thinking and warzone-resume lead to? Well… I called my mate and went to him. Blowing off some steam and laugh about the madness. Trying to share the mess in my head and shed some tears. Genuine tears of confusion, frustration and relief. Then back to bed. Sleep tight and sweet dreams about the “real” life.

They say there’s a sock for every old slipper, but a genie that’s out of the bottle doesn’t really fit anywhere.  

> Click here for an overview if you’re eager for more stories <

40. Vreemdeling op eigen bodem

Tergend traag fietste ik langs de Rotte. Zolang het duurde nam ik het ervan. De verloren zoon was weer thuis. Wat fijn om terug te zijn. Terug met vertrouwde fietspaden, windmolens, polderlandschappen en de Rotterdamse skyline. Ik genoot van de knusse binnensteden, lekkernijen, culturele uitstapjes, architectuur en historie. Smartshops moeten kunnen en lang leve de nuchtere gezelligheid. In veel aspecten is Nederland een prima uitvalbasis. Dit is mijn nest om vanuit te vliegen. Mijn rots in de branding, mijn thuishaven om aan te meren. Het maakt niet uit hoeveel rondzwervingen er zijn, of hoelang ze duren, of waar ze naar leiden. Alle herinneringen van grote en kleine gebeurtenissen gaan mee. De plek waar je bent geboren en getogen ook. Dat maakt het script van de dagelijkse sleur des te geruststellender. Zeker als bij terugkeer niets verandert lijkt. Schijn bedriegt. Onderaan de streep biedt ook bekend terrein geen garanties. Verandering is de enige constante, bleek maar weer. Waar ik voorheen naar keek zag er anders uit. Iets voelde wezenlijk anders. Iets waar ik de vinger niet op kon leggen.

Ik knalde mijn fiets tegen een lantaarnpaal en ging een blokkie doen. De benen strekken en mensen kijken omdat het kan. Luidruchtige verkopers van de markt aanhoren. Naar de dronkenlappen in de Oude haven. Kijken naar fotograferende toeristen voor de Markthal en bezeten consumenten in de Koopgoot. Aandachtig liep ik door de drukte van de Witte de With, Meent en Lijnbaan. Ogenschijnlijk hadden de meesten het helemaal voor elkaar. Alles op de rit in een overzichtelijk leven. Schaapjes op het droge, een uitgedachte carrière en een koopwoning vol strakke meubels. Geliefd door – als het meezit – hechte vrienden, een liefdevolle partner én nageslacht. Gebruind door vaste vakantieprikken, gadgets op zak, hip gekleed en helemaal bij met de nieuwste trends of social media feeds. Wie weet verdienen ze zelfs de kost met iets waar hun hart ligt. Ja, ik gun ze de duidelijkheid van een uitgestippeld levenspad. Ik gun ze de vastigheden van het huisje-boompje-beestje bestaan. Velen functioneren optimaal op het fundament van comfort, stabiliteit en zogenaamde zekerheden. Maar die automatische piloot laat mijn vleugels verlammen. De zee van routine en voorspelbaarheden is mij te kalm. Diep van binnen wist ik het. Wat ik ermee kon bleef een groot vraagteken. Dus ik liep alsmaar rondjes, hopend op een briljante ingeving of zoiets.

In een roes struinde ik door de straten. Een op hol geslagen gedachtenmolen slokte me helemaal op. De gebakken lucht van een bakker liet die bel barsten. Na wat gesnuffel ging ik op een bankje zitten om mijn trek te stillen. Terwijl ik verse eierkoeken naar binnen propte keek ik naar De Grote Show. Het was een vlekkeloos optreden met een hoop geroeptoeter. Iedereen was druk. Druk met volgepompte agenda’s en de waan van de dag. Druk met ‘moeten presteren’ of het beklimmen van een onzichtbare ladder. Alsmaar hollend van de ene naar de andere (zelf)opgelegde verplichting. Ik zat erbij en keek ernaar. Dus. Dit – is – hét. Dit is blijkbaar de gehaaste normaliteit van vandaag, de vluchtige tijdsgeest van deze plaats en tijd. Verwonderd bestudeerde ik het bijzondere tafereel. Bestudeer ze, altijd en overal. Al het gereis liet zijn sporen na. Ik zag in dat cultuur werkelijk élk soort (ir)rationeel gedrag of overtuiging kan normaliseren. Of belangrijker nog: dat het leven – ondanks al zijn moeilijkheden en tegenstrijdigheden – best simpel is in zijn essentie. Maar waarom zou je als het ook moeilijk kan. Open het culturele bommenluik voor willekeurige bombardementen. Wakker de alsmaar smeulende brandhaarden aan. Motieven zijn overschat. Doe het gewoon, ook daders mogen er zijn.

Tijdens het uitbuiken gleed ik even onder de moderne drukpers vandaan. Een sluimerende aversie borrelde op. Ik verafschuwde een wereld die – in mijn beleving – alsmaar onpersoonlijker, oppervlakkiger, harder, commerciëler, veeleisender en oneerlijker wordt. Een wereld waarin geduld schaarser wordt, de aandachtspanne korter, de tolerantie minder, de ego’s groter, de toon luider, de korte termijn bepalender, het (collectieve) geheugen selectiever, de koers onduidelijker. Een wereld waarin ellebogenwerk, hebberigheid, leugens, schijn of grote bekken meer lonen dan introspectie, kwetsbaarheid, compassie of eerlijkheid. Een wereld met doorgeslagen consumptie, materialisme, verzamelwoede, controlezucht, verdeeldheid, individualisme, angsten, ongelijkheden en hokjes-denken. Een wereld vol voorkombare ellende, zinloze afleidingen, chronische ontevredenheid en (on)bewuste onwetendheid. Een wereld die vastloopt door starre systemen, astronomische schulden, conflicterende belangen, scheve machtsverhoudingen en beperkende wereldbeelden. Een wereld vol corruptie, manipulatie, normen en tradities die ik simpelweg niet begrijp. Een omgekeerde wereld die mij steeds vreemder aanvoelt, een gekke wereld waar geen ontsnappen aan is. Ook dat was de kraakheldere les van het gezwerf. Het is wat het is. Wat ik nastreef is niet te koop noch te vinden in opleidingen, beroepen, ideologieën, instituten, cursussen, relaties, bankrekeningen, bezittingen, vaardigheden, groepen, doctrines of statussymbolen. Iets authentieks, autonooms, puurs, passioneels, onconventioneels, rauws, dieps, waardigs, wat-dan-ook trekt mij aan. Die ondefinieerbare laag doet veel meer met mij dan wie of wat dan ook.

Het begon te regenen. Ik deed mijn capuchon op en liep weg. Een ongemakkelijke waarheid greep me bij de keel. Tegen beter weten in probeerde ik ‘normaal’ te leven. In plaats van de volle overtuiging overheerste een denkbeeldige noodzaak. Stiekem verlangde ik naar diverse ervaringen, naar de verrassingen van het onbekende in plaats van wat ‘hoort’ of ‘verstandig’ is. Wat ik wou was meer pit en venijn, meer onbevangenheid en onvoorspelbaarheid. Ik wou meer flexibiliteit en simpliciteit, meer maatwerk en abnormale fratsen. Echt, het overwoekerde pad is onweerstaanbaar. Het is een afgelegen pad van vervreemding en onbegrip. Een pad waar de regels, tactieken, labels, prijzen, trukendoos en groepsdruk van het populaire spel weinig zin hebben. Monopoly geld, scoreboorden en alle gemaakte wetten gaan terug in de doos. Zo. Deksel erop en weg met die bore-out. Heel fijn dat de geest uit de fles is. Prachtig om buiten de lijntjes te kleuren. Helemaal weg van haperende bandjes of lopende banden. Nergens écht bij horen is best lekker. Vrijheid blijheid. Maargoed. En nu? Hoe moet het nu verder met deze afwijkende gedachtegang en dito gatenkaas-CV? Tja. Ik gaf mijn gabber een belletje en reed naar hem toe. Even stoom uitblazen en de gekte weglachen. Die enorme brei in mijn hoofd proberen te delen en een potje janken. Oprechte tranen van verwarring, frustratie en opluchting loslaten. Daarna terug naar bed. Slaap lekker en droom zacht over het ‘echte’ leven.

Ze zeggen dat op elk potje een deksel past, maar een geest die uit de fles is wil niet meer terug.

> Klik hier voor het totaaloverzicht als dit verhaal naar meer smaakt <

39. All alone in the world

Step by step, I walked through the dark forest. I searched diligently for skittish and mysterious night owls. They are good at playing hide and seek, but it doesn’t matter. I’ll find them anyhow. I carefully scanned the forest with my red headlamp. Eventually, I got my money’s worth since patience is a virtue. A Kiwi looked straight into the headlights. Being discovered didn’t bother him at all. He slowly walked toward me while grazing. Closer and closer, until he nearly bumped into me. He backed off once I stomped on the ground. I watched him go with a loss of speech. Don’t panic, no need to run off. With many others, he was blind and deaf to Earth’s most destructive creature. Dumb fools. You would think that all alarms would ring. Nah. No wonder so many strange birds are (becoming) extinct, I thought. That’s what they get for being weak and naive. Survival clearly is an art. So… how much fun one can have about endangered species. All good, no worries. Weird birds flock together: like attracts like.

Sunrise. I let out a sigh of relief as light overcame the darkness. Just a little longer, and this long bush-hike through a wintery no-man’s-land will be over. I roamed around on my own for most of it. Other people were miles away, either in boats or planes. There was no one to hang out with, no one to talk to. I was out there all alone. It took me a week to get fed up with it. I no longer took comfort from the discomfort as I ventured into the Lion’s den. Harsh weather, deep mud, swarms of sand flies, freezing cold winds and river crossings made up the short days. Hot showers, phone coverage, booze, electricity and other commodities were absent. Far out! This is it! I felt connected to the elements, myself and the moment. The lack of all kinds of luxuries didn’t bother me. But human contact – no matter how fleeting or superficial – that’s what I missed. Then I finally got what I craved for. The power lines, streets and homes of Oban appeared. Then I faced a fellow human being, the first one in eight days. I smelled like absolute dogshit, but that was (at least for me) no fun spoiler. The urge to talk was simply too strong. Get rid of the hide and drop the mace. Don’t snarl, spit or growl. Behave and strike up a conversation. Uh… Even some small-talk was easier said than done after days of mumbling and muttering.

“Hey mate.”

“Hey man.”

*Brief silence. I looked at him with watery eyes.

“I’m SO happy to finally see someone. I felt alone in the world during my hike around the island (Stewart Island). I didn’t see anyone for over a week.”

“No wonder at this time of year. Beautiful ay? Welcome back to civilization.”

*Laughter

”Thanks. I’m looking forward to some fish and chips!”

“Enjoy. You’ve earned it.”

*I waved goodbye to the welcoming party and walked on.

The warm welcome felt great. As did a warm shower, fresh fruit and the chats with loved ones. Apart from that, I didn’t miss the so-called civilization at all. This remote corner of New Zealand did the trick. Tranquility, bush huts, mighty landscapes and accessible nature. Vista’s without signs of the human takeover or destruction. Roaming around and keeping everything as simple as possible. Back to basic, back to the core. That’s all I needed, I thought. But the solitude exposed the true depths of my needs. Human contact is a basic need. To what extent differs from person to person, but we all need it. This is human. This is who we are. No more and no less. Apparently, I quite like people. Mostly in bursts, though, but still. The need is more profound than I used to see or dare to admit. There were many moments of being fed up with all the flaws, corruption and trivialities of humanity. I fantasized about isolation and breaking free from the system. These visions vanished as I consumed the fatty food-drop. Wandering around is fantastic. Not just through natural bush, but also through the human wilderness. Just combine the best of both worlds. Simple. It’s a realistic and fulfilling win-win. It’s a deal; I’m in.

I walked to the runway for the return flight. There I turned out to be the only passenger. Wow, this can’t be happening. I sat next to the pilot like an over-enthusiastic kid. The end of the world passed by at record speeds. It suddenly felt so close, yet so distant. I looked outside and shed a tear as I sat in the cockpit. What a place, what a time, what a journey. A journey that goes on and on, a journey that’s simply meant to be. Then I entered the built-up no-man’s-land of Invercargill. Dark streets, dreary buildings, sad looks, shit weather, an eerie silence. Let’s get the hell out of this revolting end-of-the-line kind of place. I walked to the random neighborhood where I had parked my station wagon. I crashed down onto the mattress in my makeshift camper. Oh man. Having a territory that stretches far beyond the horizon is bloody great. Sleeping everywhere and nowhere feels fantastic. With or without someone else, that is. Yeah, this vagabond is far from done yet…

Being alone in the world feels pure, connecting with yourself AND others even more so.

> Click here for an overview if you’re eager for more stories <

39. Moederziels alleen op de wereld

Stapsgewijs liep ik door het donkere bos. Zorgvuldig zocht ik naar schuwe en geheimzinnige nachtbrakers. Ze geven zich niet snel prijs, maar dat is geen probleem. Ik moest en zou ze vinden. Geduldig kamde ik het bos uit met mijn rode hoofdlamp. Uiteindelijk kreeg ik loon naar werken omdat geduld een schone zaak is. Een Kiwi keek recht de koplamp in. Ontdekt worden deerde hem niet. Al grazende liep hij langzaam naar mij toe. Steeds dichterbij, totdat hij bijna tegen me aanliep. Pas toen ik op de grond stampte week hij uit. Met een bek vol tanden stond ik erbij en keek ik ernaar. Geen paniek, ren vooral niet weg. Met vele anderen was hij blind en doof voor het meest verwoestende wezen van Aarde. Domme dwazen. Je zou zeggen dat alle alarmbellen af gaan, maar nee hoor. Geen wonder dat zoveel rare vogels uitsterven, dacht ik nog. Dat krijg je ervan als je zwak en naïef bent. Overleven is overduidelijk een kunst. Dus… hoeveel lol iemand wel niet kan hebben om een bedreigde diersoort. Verder ging alles goed hoor. Rare vogels trekken met elkaar op, soort zoekt immers soort.

Zonsopkomst. Ik haalde opgelucht adem zodra het licht de duisternis verdrong. Nog even en deze lange wandeltocht door dit winterse niemandsland is voorbij. Voor het grootste deel liep ik moederziels alleen rond. Andere mensen waren mijlenver weg, in een boot of vliegtuig. Er was niemand om mee op te trekken, niemand om tegen te praten. Ik was op mezelf aangewezen. Na een week vond ik het welletjes. In het hol van de leeuw haalde ik geen comfort meer uit het oncomfortabele. De korte dagen bestonden uit guur weer, diepe modderpoelen, zwermen zandvliegen, ijzig koude wind en rivieren om doorheen te worstelen. Elektriciteit, telefoonontvangst, douches, drank of andere gemakken ontbraken. Te gek! Dit is het helemaal. Ik voelde me verbonden met de elementen, mezelf en het moment. Het gebrek aan allerlei luxe deerde me niet. Maar menselijk contact – hoe vluchtig of oppervlakkig ook – dát miste ik. Eindelijk kreeg ik waar ik vurig naar verlangde. De stroomleidingen, straten en woningen van Oban verschenen. Vlak daarna stond ik oog in oog met een medemens: de eerste in acht dagen tijd. Ik stonk een uur in de wind, maar dat mocht (voor mij althans) de pret niet drukken. De drang om te praten was simpelweg te sterk. Berenvel uit en laat de knots vallen. Niet snuiven, spugen of grommen. Gedraag je en knoop een praatje aan. Eh… Na dagenlang binnensmonds gemompel was dat makkelijker gezegd dan gedaan.

‘’Hey mate’’

‘’Hey man’’

*Korte stilte. Met vochtige ogen keek ik hem aan.

‘’Ik ben zó blij om eindelijk iemand te zien. Tijdens het rondje om het eiland (Stewart Island) voelde ik me alleen op de wereld. Ik kwam niemand tegen.’’

‘’Dat zal vast in deze tijd van het jaar. Prachtig toch? Nou, welkom terug in de beschaving’’

*Gelach

‘’Bedankt. Fish and chips, daar heb ik nou écht trek in!’’

‘’Geniet ervan. Je hebt hem verdiend’’

* Ik zwaaide het ontvangstcomité uit en liep door met een rammelende scheurbuik.

Het warme onthaal deed me goed, het verse fruit en het contact met het thuisfront ook. Verder miste ik de zogenaamde beschaving als kiespijn. Het aanbod van deze Nieuw-Zeelandse uithoek voldeed. Rust, wandelhutten, machtige landschappen en vrij toegankelijke natuur. Uitzichten zonder tekenen van de menselijke overname of verwoesting. Lekker rondlopen en alles zo simpel mogelijk houden. Terug naar de kern dus. Meer dacht ik niet nodig te hebben. Maar de afzondering legde de dieptes van mijn behoeftes bloot. Menselijk contact is een basisbehoefte. In welke mate verschilt per persoon, maar we hebben het allemaal nodig. Dit is menselijk. Dit is wie we zijn. Niets meer en niets minder. Blijkbaar hield ik best van mensen. Weliswaar in fases, maar toch. De behoefte gaat veel verder dan ik voorheen durfde in te zien of toe te geven. Voorheen waren zat momenten dat ik de gebreken, corruptie en trivialiteit van de mensheid zat was. Ik fantaseerde over afzondering en losworsteling van het systeem. Tijdens het wegschrokken van die vette hap kwam ik daar op terug. Rondzwerven is fantastisch. Niet alleen door natuurlijke wouden, maar zeker ook door menselijke wildernissen. Combineer gewoon het beste van beide werelden. Simpel. Het is een realistische win-win die veel voldoening geeft. Ja, ik ben om. Het is een deal.

Ik liep naar de landingsbaan voor de terugreis. Daar bleek ik de enige passagier te zijn. Nou, toen brak echt mijn klomp. Als een overenthousiast kind nam ik plaats naast de piloot. In recordtempo vloog het einde van de wereld voorbij. Het voelde opeens zo dichtbij, en toch zo ver weg. Vanuit de cockpit keek ik naar buiten en liet een traan los. Wat een plek, wat een tijd, wat een reis. Een reis die alsmaar doorgaat, een reis die zo moet zijn. Eenmaal in Invercargill betrad ik een bebouwd niemandsland. Donkere straten, grauwe gebouwen, trieste blikken, hondenweer, een doodse stilte. Snel wegwezen uit deze afstotelijke eind-van-de-rit plaats. Ik liep naar de willekeurige woonwijk waar ik mijn stationwagen had geparkeerd. In mijn geïmproviseerde kampeerwagen plofte ik op het matras. Zo. Mijn territorium reikt tot ver over de horizon. Lekker overal en nergens slapen, met of zonder anderen. Heerlijk. Deze zwerver is er nog lang niet klaar mee…

Je alleen op de wereld wanen voelt puur aan, de verbinding met jezelf én anderen nog veel meer.

> Klik hier voor het totaaloverzicht als dit verhaal naar meer smaakt <