38. Guilty of thought-crimes

I met them again during my daily stroll. Carefully I went closer to the kangaroos and lay down. They briefly looked at me and then ignored me. This was the deal at our spot. I silently enjoyed the companionship, laughing kookaburras and sunshine. At first sight, harmony seemed to prevail in this meditation center. Appearances can be deceiving, though. The Australian Animal Kingdom served as my lightning rod. My monkey mind was jumping around as before. The focus and discipline of the first meditation course were no more. Even the best intentions couldn’t get me ‘into it’ anymore. I observed the given without judgment. So be it. Forcing is useless. This isn’t about performing or ‘having to.’ Still. Nothing ventured, nothing gained. The lost son returned for a rematch. Same same, but different. I wasn’t a silent participant for now. No, this helpful volunteer would speak out. He would cook and clean. He would follow a schedule and meet his obligations. Of course, there was lots of meditation between the daily chores. It’s a seemingly lovely combination in a relaxing place. How utopian. Perfect almost. Ah, perfection. It turned out to be an illusion once again. 

I stepped into the kitchen with slight sunburn. Thank God for the easy recipes and instructions. Or I would’ve entirely ruined the meals. Not the end of the world, though. We wouldn’t receive complaints anyway, even if everyone were hitting the shits. Our customers simply accept reality as it is. Or try doing so – just like us. Voluntarily participation comes with obligations. It’s the same everywhere. There are rules to obey. Heaps of them. Rules which Lyndon and I had a hard time with. He called himself ‘the least uncivilized man of this criminal land’. Enough said. Nothing was alien to him: rudeness, satire, black humor. It’s an exciting mix in a place where religious, political, social and ‘difficult’ subjects were a no-go. Simply because they would ‘disturb the harmony’. Well, let’s be cryptic then. Subtle jokes, sharpen remarks, striking facial expressions, creative expressions. No Orwellian toolbox will stop us. Many roads lead to Rome, and the thought-police wants to block them all. Fortunately, wanting something isn’t the same as getting shit done. 

It was the last day of the course. Our time was up. After the final formalities, I threw my stuff in Lyndon’s car. We drove off at a snail’s pace. Going mental without anybody hearing it was possible by now. But we respected the rules while still being on the compound. Then we drove through the gate. Okey dokey. Just spit it out.   

“Mate… Let’s get pissed, shoot some roos and shag some sheilas ay!”

We burst out in laughter. The giggles kept us going, over and over again. Help, I can’t breathe. I nearly suffocated as tears ran down my cheeks. We let out a sigh of relief once our tears dried up. What’s fresh tastes best. The free word triumphed over the oppression. We celebrated this sweet victory in a state of euphoria. The pedal hit the metal. Everything roared and burned. We went with the wind as the tires squealed. Despite all the revs and noise, we didn’t get anywhere. All that remained was a massive cloud of dust. One that comes and goes – just like us. Many before us did the same, and many after us will do so. We’re merely traveling lumps of stardust that make the best of it. There are plenty of topics in that. Our open conversation went in all directions. Wonderful. That’s how life feels lively. This is how it should be. This feels like coming home.

The best man dropped me off at a train station. Big delays. No problem. There are enough thoughts to ponder on. Many don’t know what to do with (prolonged) silence. Other people’s reactions spoke volumes as soon as I shared my meditative experiences. Disbelief. Horror. Wonder. Curiosity. ‘Being with yourself’ at this duration and intensity isn’t self-evident. It’s unusual and abnormal. This is especially apparent within big cities. Look around and see the quick fix of this discomfort. Earbuds as an emergency exit. Forced conversations with no pauses. Background music to fill a lurking void. E-opium of 200 grams to sink in. Quite sad to see. Silence is so useful. So enriching and clarifying, so purifying and helpful. Running away from it is such a shame. It’s a waste that no landfill can harbor. That’s all evident – especially in such meditation centers.

Yet, not a single word was said about the superlative. The fear of silence is profound. Deep, fist-deep. But the chronic fear of inconvenient truths or ‘wrong’ opinions goes beyond that. The urge to control is everywhere. No place is excluded. Not even the wonderland of acceptance-and-letting-go. Ugh, what a gross aftertaste. You have to eat ripe fruits before they turn sour or bitter. Having thoughts and opinions is a fact. They exist. Even if they aren’t written down or spoken out. Even if they aren’t allowed or don’t fit in the narrative of society. In the end, it doesn’t matter how much resistance or oppression they face. They have the last word sooner or later. What’s brewing or under pressure finds a way out eventually. Watch and see. Ballast disappears. Everything becomes balanced by itself. It’s no rocket science. Keep this in mind. Live and let live. Do your thing. Great. Keep it up.  

Sooner or later, the control freaks will have to face this rude awakening and simply let go. 

> Click here for an overview if you’re eager for more stories <

38. Verboden gedachtes moeten kunnen

Tijdens mijn vaste rondje kwam ik ze weer tegen. Ik sloop dichterbij de kangoeroes en ging languit liggen. Ze keken me even aan en negeerden me verder. Dit was de deal op onze plek. Stilletjes genoot ik van het gezelschap, de lachende kookaburra’s en het zonnetje. Op het eerste gezicht overheerste de harmonie op dit meditatiecentrum. Schijn kan echter bedriegen. Eigenlijk was die Australische beestenboel een bliksemafleider. Mijn apengeest sprong weer alle kanten op. Een jaar na de eerste meditatiecursus waren de focus en discipline verdwenen. Met alle goede wil van de wereld kwam ik er niet meer ‘in’. Zonder dwang of oordeel constateerde ik het gegeven. Het zij zo. Forceren is zinloos. Dit is niet presteren of iets ‘moeten’. Toch. Baat het niet dan schaadt het niet. De verloren zoon keerde terug voor een herkansing. Het was hetzelfde maar anders. Ditmaal was ik geen stille deelnemer. Nee, deze dienstbare vrijwilliger kon lekker praten. Koken en schoonmaken. Een rooster volgen en verplichtingen naleven. Tussen de dagelijkse beslommeringen wordt er natuurlijk gemediteerd. En niet zo’n beetje ook. Het leek op een fijne combinatie op een rustgevende plek. Wat utopisch. Perfect bijna. Oh, perfectie. Het bleek weer eens een illusie te zijn.

Lichtelijk verbrand stapte ik de keuken in. Godzijdank waren er overduidelijke recepten en instructies. Anders zou ik het voer compleet verknallen. Ook geen ramp trouwens. Klachten bleven sowieso uit, zelfs als iedereen de boel zou onderschijten. Onze klanten accepteren de werkelijkheid simpelweg zoals die is. Of doen een poging daartoe. Wij ook. Meedoen is vrijwillig maar niet vrijblijvend. Het is overal hetzelfde. Er zijn regels na te leven. Veel regels. Regels waar ik en Lyndon moeite mee hadden. Hij noemde zichzelf ‘de minst onbeschaafde man van het boevenland’. Lompheid, satire, keiharde humor. Niets was hem vreemd. En dat op een plek waar religieuze, politieke, maatschappelijke en ‘moeilijke’ onderwerpen een no-go waren. Ze zouden immers ‘de harmonie verstoren’. Nou, dan gaan we toch gewoon cryptisch te werk. Subtiele grapjes, droge opmerkingen, veelzeggende gezichtsuitdrukkingen, creatieve taal. Geen Orwelliaanse trukendoos houdt ons tegen. Veel wegen leiden naar Rome, al wil de gedachtenpolitie ze allemaal afzetten. Gelukkig is willen iets anders dan kunnen.

Het was de laatste dag van de cursus. Onze tijd zat erop. Na de laatste formaliteiten gooide ik mijn rotzooi in Lyndon’s auto. Met een slakkengang reden we weg. We konden al losgaan, niemand zou het horen. Toch respecteerden we de regels van het hele terrein. Net zolang tot we door de poort reden. Zo. Barst los.

‘’Mate… Lets get pissed, shoot some roos and shag some sheilas ay!’’

We barstten in lachen uit. Met de slappe lach staken we elkaar aan. Alsmaar weer. De ademnood was hoog. Terwijl tranen over mijn wangen biggelden stikte ik zowat de moord. Nadat de tranen waren opgedroogd haalden we opgelucht adem. Wat onderuit de kan komt smaakt het best. Na deze onderdrukking zegevierde het vrije woord. Vol euforie vierden we deze mierzoete overwinning. Het was gieren en brullen geblazen. De gaskraan werd opengedraaid. Met piepende banden verdwenen we met de noorderzon. Ondanks alle herrie en toeren waren geen steek opgeschoten. Wat restte was een enorme stofwolk. Een die net als ons komt en gaat. Velen voor ons deden hetzelfde, en velen na ons zullen volgen. We zijn slechts rondreizende hoopjes sterrenstof die er het beste van maken. Aan gesprekstof geen gebrek. Het golfde op en neer. Prachtig. Zo voelt het leven levendig aan. Dit is zoals het hoort. Dit voelt aan als thuiskomen.

De beste man zette af op een treinstation. Flinke vertraging. Geen probleem. Genoeg stof tot nadenken. Velen weten geen raad met (langdurige) stilte. Andermans reacties spraken boekdelen zodra ik mijn meditatie-ervaringen deelde. Ongeloof. Afgrijzen. Verwondering. Nieuwsgierigheid. Langdurig en in deze intensiteit ‘met jezelf zijn’ is niet vanzelfsprekend. Het is ongewoon en abnormaal. Met name in grote steden is dat overduidelijk. Kijk om je heen en zie de vlugge kuur van dit ongemak. Oortjes als een nooduitgang. Dwangmatige gesprekken zonder pauzes. Achtergrondmuziek als opvulling voor een op de loer liggende leegte. E-opium van 200 gram om in weg te zinken. Best spijtig om te zien. Stilte is zo nuttig. Zo verrijkend en verhelderend, zo zuiverend en helpend. Daarvan alsmaar wegrennen is eeuwig zonde. Het is een verspilling waar geen vuilnisbult tegenop kan. Vooral in zo’n meditatiecentrum is dat zo klaar als een klontje.

Toch bleef de overtreffende trap onbesproken. De angst voor stilte zit diep. Vuistdiep zelfs. Maar de chronische angst voor ongemakkelijke waarheden of ‘verkeerde’ meningen gaat nog verder. De controledrang is overal. Geen plek die eraan ontkomt. Ook het acceptatie-en-loslaten walhalla niet. Bah, wat een nare nasmaak. Rijpe vruchten dien je te eten voordat ze zuur of bitter worden. Gedachten, visies en meningen hebben is een feit. Ze bestaan. Ook als ze niet zijn uitgeschreven of uitgesproken. Ook als ze niet mogen of passen in het maatschappelijke spel. Het maakt niet uit hoeveel weerstand of onderdrukking ze ondergaan. Vroeg of laat hebben zij het laatste woord. Wat broeit of onder druk staat vind uiteindelijk een uitweg. Bekijk en aanschouw. Ballast verdwijnt. Alles raakt vanzelf uitgebalanceerd. Het is geen hogere wiskunde. Hou dit in je achterhoofd. Leef en laat leven. Doe verder je ding. Lekker bezig, ga zo door.

Vroeg of laat moeten de controlefreaks loslaten, anders komen ze thuis van een koude kermis.

> Klik hier voor het totaaloverzicht als dit verhaal naar meer smaakt <

37. Talking a lot without saying anything

Blablablablabla… Bureaucracy… Blablabla… Creating work… Blablabla… Fighting symptoms… Blablabla… Wishful thinking… Blablabla… Political correctness… Blablabla… I overheard some parts of the distant meeting. Everyone sounded more dull and hollow as it went on. I really tried my best to participate, yet I was already a goner for some time. I restrained the yawning as I stared outside. Suddenly the outside world transformed into a captivating daydream. I silently sucked me in. All my attention was at this almighty journey through the multiverse. All sense of place and time faded. Everything passed by in lightning speed: landmasses, climate phases, life forms, galaxies, technological progress, hundreds of generations. The rich diversity and eternal change were crystal clear. What a natural masterpiece, what a delight. I couldn’t get enough of the great mystery of the Cosmos. More. I want more! Lucy, please, give me more universal truths.

“…. So, Ben, what do you think about this plan?”

Dead silence. Err… Oh… The question brought me back into the dreary meeting room. Bloody hell. My sober trip was in ruins. And my professional appearance would be next if I made the wrong move. Come on, act. Missing most of the predictable script was no reason to panic. Simply leave it to the autopilot. Without a trace of doubt, I picked up a few clues. Instantly I pulled out jargon, expertise and real-life examples from the top hat. My colleagues watched the magic and nodded in approval. After a few follow-up questions, my neighbor started his little show. I sat there and looked at it with a smile on my face. Ha. If only they could see what I just saw. Then this tear-jerking nonsense would be a lot more interesting. I restrained another yawn. Resting my head on the table was tempting. I gave it a miss in the end. Hang on. Just a little while longer and the legs could be stretched. From one cubicle to another that is, but still, better something than nothing. Payday had just begun, and I was already shattered. 

Four meetings later and lunch break was about to commence. I looked forward to getting some fresh air, walk around and eat a sandwich. Too bad it wasn’t supposed to be like this. The higher ranks gave me an emergency case to chew on. Please supply the beta-male. Now. The grateful task to justify that’s wrong – as usual – was left to me. I did so with a sense of duty, then I went straight to the next consultation. I sat down with a growling stomach. Chronic meeting fatigue struck hard halfway through the ride. Mouths moved relentlessly, yet I only heard a loud ringing in my ears. My head could no longer cope with the enormous flow of non-information. Translating waffling, wordy, evasive and other meaningless language wasn’t possible anymore. No coffee, sugary bite or stimulant could resolve it. All hope vanished. What remained were agonizingly slow torture and a sense of guilt. Listen carefully and think, you get paid to do so. Provide an idea, product, solution, contribution. Something. Do something with precious time. Well, I could only think of wild fantasies and memories. Shooting a massive load, basically. That would be the only way to endure this boring chatter. Wanking while making money can do. Surely I’m not the first to do so, I thought. Still, I stayed put for good will. Be obedient and face the boredom. Don’t numb mental pain and don’t walk away from it.

I had half an hour on my own after all the empty words. Finally some time for an important project. Unfortunately, I ran into a wall of bureaucracy. I called a colleague with frustration. He sighed at the other side of the hotline. I turned out to be the fifth person (in four years) to lay an egg over this. He pointed out that my predecessors faced the same problems. So I hung up. After these encouraging words, I walked to another department. Oh, a new face. Hopefully he has some good advice. He asked if my position was permanent or temporary. “Everything is temporary”, I answered. He walked off without saying anything. His colleagues looked at me in silence as I watched him go. Well… whatever. I walked back to my desk for lack of better. Then a notorious client called me. He insisted on his desired outcome. I listened to the chronically dissatisfied control-freak as I fought the fatigue. This me-me-me franchise called me names. That didn’t hinder me from speaking to him in a civilized manner. After that I clocked out and shut the door.

I jumped on my folding bike and raced away. My head was packed with senseless side-affairs. It was hijacked and squeezed out by meaningless nonsense that doesn’t make you any wiser. No matter how hard I pedaled, the flat battery didn’t charge. I crashed down on my bed once I got home. As directed livestock, I had devoured the marked plain. I was allowed to take a break. Then I would move on to the next farm. I looked outside once again. The green grass on the other side left me indifferent. What I longed for was pure wilderness. I no longer felt like dragging a burden as a water bearer. A tame existence offers no inspiration, growth, creativity or satisfaction. It provides absolutely nothing essential. The end of the familiar road was nearing, and I already left it all behind in my mind. I imagined waving goodbye to those tamed office animals with a dropped mask of normality. Speaking is silver, silence is golden. Just do what needs to be done. Open the taps and tip out the filled buckets. Awaken the fire and stop the mindless regurgitation of what’s already digested. 

Talking a lot without saying anything is a popular sport that I give a miss, just for the sake of sanity.

> Click here for an overview if you’re eager for more stories <

37. Veel praten zonder iets te zeggen

Blablabla… Bureaucratie… Blablabla… Werkcreatie… Blablabla… Symptoombestrijding… Blablabla… Wensdenken… Blablabla… Politieke correctheid… Blablabla… Bij vlagen ving ik nog wat op van de afstandelijke vergadering. Langzaamaan klonk iedereen steeds doffer en holler. Ik probeerde oprecht bij de les te zijn, maar dat lukte allang niet meer. Met ingehouden gegaap staarde naar buiten. Opeens transformeerde de buitenwereld in een betoverende dagdroom. Stilletjes werd ik erin gezogen. Deze almachtige rondreis door het multiversum had al mijn aandacht. Elk gevoel van plaats en tijd vervaagde. Landmassa’s, klimaatfases, levensvormen, sterrenstelsels, honderden generaties, de technologische vooruitgang: het bestaan schoot in recordtempo voorbij. De eeuwige verandering en de rijke diversiteit waren kraakhelder. Wat een natuurlijk meesterwerk, wat een genot. Ik kreeg geen genoeg van het grote mysterie van de Kosmos. Meer. Ik wil meer! Lucy, geef me asjeblieft meer universele waarheden.

‘’…. dus Ben, hoe kijk jij tegen dit plan aan?’’

Dodelijke stilte. Eh… Oh… De vraag bracht me terug in de grauwe vergaderkamer. Godver. Mijn nuchtere trip lag aan duigen. En als ik niet oppaste zou mijn professionele schijn volgen. Kom op, actie. Het voorspelbare script grotendeels missen was geen enkele reden tot paniek. Laat dit maar aan de automatische piloot over. Zonder spoortje twijfel haakte ik in op de weinige aanknopingspunten. Spontaan toverde ik jargon, vakkennis en praktijkvoorbeelden uit de hoge hoed. Mijn collega’s hoorden de magie aan en knikten instemmend. Na een paar vervolgvragen moest mijn buurman zijn zegje doen. Ik zat erbij en keek ernaar met een glimlach. Ha. Kon ik hen maar laten zien wat ik zojuist zag. Dan zou dit tranentrekkende geouwehoer een heel stuk boeiender zijn. Wederom hield ik een gaap binnenboord. Ook had ik de neiging om mijn hoofd op tafel te rusten. Ik liet het na. Hou vol. Nog even en dan kon ik de benen strekken. Weliswaar van het ene naar het andere hok, maar beter iets dan niets. De loondag was nog maar net begonnen, en ik was al helemaal kapot.

Vier vergaderingen later brak de lunchpauze aan. Lekker een frisse neus halen, een rondje lopen en een bammetje eten. Jammer genoeg mocht het niet zo zijn. Vanuit hogerop kreeg ik een spoedgevalletje voor mijn kiezen. Het Bétamannetje moest voorzien worden. En wel nu. Aan mij de dankbare taak om – zoals wel vaker – een kromme toezegging recht zien te praten. Plichtmatig waste ik het varkentje, daarna ging ik gelijk door naar het volgende overleg. Met een knorrende maag nam ik plaats. Halverwege de rit sloeg de chronische vergadervermoeidheid keihard toe. Ik zag de monden op en neer gaan, maar hoorde alleen maar een harde piep. Mijn hoofd kon de enorme stroom non-informatie niet meer aan. Wollige, langdradige, ontwijkende en andere nietszeggende taal vertalen lukte niet meer. Geen koffie, zoete hap of pepmiddel kon dit verhelpen. Alle hoop verdween. Wat overbleef was een tergend trage martelgang en een schuldgevoel. Luister en denk nou mee, daar krijg je voor betaald. Lever een idee, product, oplossing, bijdrage. Iets. Doe iets met kostbare tijd. Ik kon alleen nog maar aan wilde fantasieën en herinneringen denken. Een flinke zaadlozing dus. Alleen daarmee lijkt deze slaapverwekkende praatsessie te verdragen. Rukkend geld verdienen moet kunnen. Ik zal vast niet de eerste zijn, dacht ik nog. Vanuit goede wil bleef ik toch zitten. Wees braaf en onderga de verveling. Verdoof geen mentale pijn en loop er niet van weg.

Na alle loze woorden had ik een half uurtje voor mezelf. Eindelijk tijd voor een belangrijk project. Helaas liep ik tegen een bureaucratische muur aan. Enigszins gefrustreerd belde ik een collega. Gezucht aan de andere kant van de hulplijn. Blijkbaar was ik de vijfde persoon (in vier jaar tijd) die hier een ei over ging leggen. Hij wees mij er fijntjes op dat mijn voorgangers tegen hetzelfde probleem aanliepen. Ik hing op. Na deze bemoedigende woorden liep Ik naar een andere afdeling. Ah, een nieuw gezicht. Hopelijk heeft hij wat goede raad. Hij vroeg of ik een vast of tijdelijk contract had. ‘’Alles is tijdelijk’’, antwoorde ik. Hij liep weg zonder iets te zeggen. Terwijl ik hem nastaarde keken zijn collega’s mij zwijgend aan. Oké… Het zal wel. Uit gebrek aan beter liep ik terug naar mijn bureau. Een notoire klant belde me op. Hij bleef aandringen op zijn gewenste uitkomst. Al knikkebollend hoorde ik de chronisch ontevreden controlefreak aan. De ik-ik-ik bv maakte me uit voor onfrisse dingen. Dat weerhield mij er niet van om hem beschaafd te woord te staan. Daarna klokte ik uit en trok de deur achter me dicht.

Ik sprong op de vouwfiets en schoot uit de startblokken. Mijn kop zat helemaal bomvol met doelloze randzaken. Het was gekaapt en uitgeknepen door irrelevante nonsens waar je niets wijzer van wordt. Hoe hard ik ook trapte, de leeg getrokken accu laadde niet meer op. Thuis plofte ik uitgeteld neer op bed. Als gedirigeerd vee had ik de afgebakende vlakte kaalgevreten. Ik mocht even uitbuiken en daarna door naar de volgende boerderij. Wederom keek ik naar buiten. Het groene gras aan de overkant liet me koud. Waar ik naar smachtte was de pure wildernis. Ik had geen zin meer om als waterdrager een last voort te slepen. Een mak bestaan biedt geen inspiratie, groei, creativiteit of voldoening. Het levert echt niets wezenlijks. Het einde van de bekende weg naderde, en in mijn hoofd nam ik al afscheid van dit alles. Denkbeeldig zwaaide ik de tamme kantoordieren uit met een afgevallen masker der normaliteit. Spreken is zilver, zwijgen is goud. Doe gewoon wat gedaan moet worden. Draai de kraan open en kiep de overvolle emmers leeg. Wakker het vuur aan en kap met de hersenloze herkauwing van wat al verteerd is.

Veel praten maar weinig zeggen is een volkssport die ik graag oversla, wel zo gezond.

> Klik hier voor het totaaloverzicht als dit verhaal naar meer smaakt <

36. Staying at home and refusing work are OK

I drove into the dead-end and turned off the engine. Total silence. The eerie call of ravens was the only sign of life. That slaughterhouse wasn’t visible from the parking lot. I got out and searched for the grim finale. The sweat gushed into my buttock as I walked under the burning sun. A barking dog ran towards me, and the firehose went all out. Luckily, the boss heard the noise. He instantly showed who’s in charge. Sit. Sit! Good boy. Man’s best friend obeyed the order. Perhaps I’ll follow his loyal example soon enough. After all, my rank as a migrant worker was just as low. Or probably lower without a job. Now that’s totally unacceptable. A healthy young man should work. Working from home, working hard, working honestly, working illegally, working overtime. Working, working for work, working anyhow. Anyone who doesn’t work is a lazy, useless loser. That’s definitely a no-no! Come on, work for your pennies! So here we were. Two pals stood face to face with each other. One with more blood on his hands than the other.

Our Half-hearted chitchat was short. All faked interest ceased as the tour commenced. It went quick. A little too quick. My questions were mostly welcomed by impatient postures, frowns or irritated glances. His answers had a biting, mocking tone. Sometimes I didn’t even get a response. How awkward. Something grabbed me by the throat. I thought I would enter the familiar. Wrong. Appearances can be deceiving. This isn’t a halal-hall but an execution-hut. A place where – thankfully – fewer animals are rushed through, which makes it even more disturbing. Slaughtering with a few pair of hands instead of hundreds makes a difference. You can’t merge in the crowd in here. Changing positions or shifting responsibilities are not possible. I visioned how I stunned cows and then blow their brains out. A shocking bang and a dim thud. A fountain of blood, dirty walls, a ceasing heartbeat and a cooling corpse. Forget about catching your breath. A blood-curdling race against the clock of decay has just begun. Emotional gibberish and mistakes are banned. Oh no… Never again!

“You look so sad. This is it… did you expect something else?”

“I used to work in another slaughterhouse. I know the deal.”

“That isn’t a slaughterhouse but a big conveyer belt. Here we’re doing a trade.”

“I’m not a beginner. I’ve know-how about slaughtering. Everything can be learned.”

* He looks at me with burning eyes

“Yeah, that’s why you get a chance. Simply because I can’t find anyone else. You can start next week.”

We shook hands and I walked off. I shook my head in the car. What a mad joke. Working in that meat factory to acquire a visa extension is one thing. Just out of love for a woman and human imperfection, you know. Catching such a virus can happen. But what happened next went even beyond my fantasy. The corona-madness erupted. A Chinese far-from-my-bed show turned out to be contagious export. What remained on the news for months suddenly became part of daily life. Gathering bans. Travel restrictions. Panic buying. Fierce discussions and questionable rabble-rousing. Mass stress and layoffs. Tugs-of-war over toilet paper and market-driven scams. Even Western Australia (a barely affected area) didn’t avoid this insanity all together. The previously unthinkable happened. All sorts of surreal nonsense became ‘the new reality’, and no one knew for how long. Or what awaited the masses. Canceled flights, border closures, more bureaucracy and hassle. The clock of this global shit-show was ticking on uncertainty. I knew enough once the regional travel bans were announced. I resigned and moved in with my Chinese girlfriend. Rather unemployed but together, then separated for an indefinite time.

I crashed on the couch and looked outside. I considered doing it. There is little to choose from in this remote and sparsely populated area. Especially once the inbound recession hits. The food industry remains a certainty. Suddenly I laughed. The fact that I was seriously opting for that killer job was just mental. I faced an absurd dilemma after renouncing that industry. This could be a game of the supreme being, if he exists. If only I believed in him. Or her. It. Something. No idea if this was a test. It didn’t matter since I’d made up my mind. You know what… hell no. Over my dead body! The devil’s bargain really goes too far. Get fucked if this is supposed to be good citizenship. I’d rather be a picky yet ‘poorer’ migrant. Sanity has its price.

I shared the good news at the dining table. She was happy for me. She also believed that everything will be alright. I nodded in agreement. No worries. The machine can’t stand still forever. Sooner or later, we’ll make up for the missed damage. Breathe a sigh of relief during this collective break. Staying at home is no disgrace. It’s allowed for now. No, it’s compulsory. We have to so an invisible enemy can be defeated. Watch out: he’s lurking everywhere. Join the war rhetoric and do what’s needed. Stay at home for national security. And don’t crave the ‘never returning’ normality of the past. Alright, fine. I’ll stay in Down Under. Watching the true shit-show from a distance isn’t too bad. I’ll hang around and enjoy this memorable staycation. One which will be dedicated to the essence. One of appreciation for the essence of passions, close relationships and simply being. One of utter consciousness. If that becomes the new norm, then I embrace it wholeheartedly. No worries – at – all.

I hope that 2020 will be a tipping year in a positive way, but that is far from clear yet. 

> Click here for an overview if you’re eager for more stories <

36. Thuiszitten is oké, werkweigering ook

Ik reed het doodlopende terrein op en zette de motor uit. Oorverdovende stilte. De griezelige roep van raven was het enige teken van leven. Vanaf de parkeerplaats was het slachthuis nergens te bekennen. Ik stapte uit en zocht naar de grimmige eindbestemming. In de brandende zon gutste het zweet mijn bilnaad in. Toen een wild blaffende hond aan kwam rennen ging de brandkraan helemaal open. Gelukkig kwam de baas op het lawaai af. Hij liet zich gelijk gelden. Zit. Zit! Braaf. De viervoeter gehoorzaamde het bevel. Wellicht volg ik binnenkort zijn trouwe voorbeeld op. Als buitenlandse gastarbeider stond ik immers net zo laag in de rangorde. Zonder baan waarschijnlijk nog lager. Totaal onacceptabel natuurlijk. Een gezonde jongeman hoort te werken. Thuiswerken, hard werken, eerlijk werken, doorwerken, overwerken, zwart werken. Werken, werken aan werk, hoe dan ook werken. Wie dat niet doet is een luie, nutteloze nietsnut. Dat kan toch zeker niet! Kom op, werken voor je centen! Et voilà. Zodoende stonden twee lieverdjes oog in oog met elkaar. De een met nog meer bloed aan zijn handen dan de ander.

Een ongemeend praatje kon er net vanaf. Daarna hield de gemaakte interesse op. De rondleiding verliep spoedig. Iets te spoedig. Mijn vragen werden veelal ontvangen met gefrons, een geïrriteerde blik of ongeduldige lichaamshouding. Er zat een bespottende toon in zijn antwoorden. Soms kreeg ik ze niet eens. Ik voelde me opgelaten. Iets greep me bij de strot. Ik dacht op bekend terrein te komen. Fout. Schijn bedriegt. Dit is geen halal-hal maar een executiehok. Een plek waar godzijdank minder dieren doorheen worden gejaagd, maar daardoor juist nóg indringender is. Slachten met een paar handjes in plaats van honderden scheelt nogal. Hier kan je niet in de massa opgaan, hier kan je geen positie wisselen of verantwoording afschuiven. Ik zag voor me hoe ik koeien verdoofde en ze vervolgens door de hersenpan schoot. Een schokkende dreun en een doffe knal. Bloedfontein, gore muren, afnemende hartslag, afkoelend lijk. Bijkomen kan niet. De bloedstollende race tegen de klok der ontbinding is begonnen. Fouten en emotioneel geleuter zijn verboden. Oh nee he… Dit nooit meer!

‘’Wat kijk je triest. Dit is het… had je iets anders verwacht?’’

‘’Onlangs werkte ik nog in een ander slachthuis. Ik weet er alles van’’

‘’Dat is geen slachthuis maar lopendebandwerk. Hier oefenen we een vak uit’’

‘’ Ik ben geen beginneling. Ik heb kennis van zaken over het slachten. Verder valt alles te leren toch?’’

* Hij kijkt me met brandende ogen aan

 ‘’Ja, daarom krijg je een kans. Al is het maar omdat ik niemand anders kan vinden. Je kunt volgende week beginnen’’

We gaven elkaar de hand en ik liep weg. In de auto schudde ik mijn hoofd. Wat een slechte grap. Dat ik omwille een visumverlenging in die vleesfabriek werkte, tot daar aan toe. Gewoon vanuit liefde voor een vrouw en de menselijke imperfectie. Zo’n virus kan je eenmaal oplopen. Maar wat vlak daarna gebeurde ging zelfs mijn pet te boven. De corona-pleuris brak uit. Een Chinese ver-van-mijn-bed show bleek een besmettelijk exportproduct te zijn. Wat maandenlang nieuwsberichten bleven werd opeens het dagelijks leven. Samenscholingsverboden. Reisbeperkingen. Paniekaankopen. Hevige discussies en kwalijke stemmingsmakerij. Stress en massaontslagen. Getouwtrek om wc-papier en markt-gedreven oplichtingspraktijken. Zelfs het amper getroffen West-Australië ontkwam ook niet helemaal aan de gekte. Het voorheen ondenkbare gebeurde. In recordtempo werd allerlei onwerkelijke ongein ‘de nieuwe realiteit’, en niemand wist voor hoelang. Of wat Jan Alleman nog te wachten stond. Geannuleerde vliegreizen, gesloten grenzen, meer bureaucratie en moeilijk gedoe. Tijdens de wereldwijde shit-show sloeg de klok op onzekerheid. Na de aankondiging van regionale reisverboden wist ik genoeg. Ik nam ontslag en trok bij mijn Chinese vriendin in. Liever werkloos maar samen, dan voor onbepaalde tijd gescheiden.

Ik plofte op de bank en staarde naar buiten. Door gebrek aan beter overwoog ik het te doen. In dit dunbevolkte en afgelegen gebied valt weinig te kiezen. Met de komende recessie al helemaal niet. De voedselindustrie blijft toch een zekerheidje. Ik schoot in de lach. Dat ik die moordbaan serieus overwoog was eigenlijk te absurd voor woorden. Vlak nadat ik die industrie had afgezworen stond ik voor een duivels dilemma. Dit kan een spelletje van een oppermachtig wezen zijn, als hij bestaat tenminste. Had ik maar in hem moeten geloven. Of haar. Het. Iets. Geen idee of dit een test was. Duidelijk was dat ik mijn gevoelsmatige keuze al had gemaakt. Weet je wat… Over mijn lijk. Dit gaat echt helemaal nergens meer over. Zoek het maar uit als dit zogenaamd goed burgerschap is. Dan maar een kieskeurige gastarbeider die ‘armer’ is. Een goede mentale gezondheid mag best wat kosten.

Aan de eettafel deelde ik het goede nieuws. Ze was blij voor me. Tevens geloofde ze dat het goed komt. Ik knikte instemmend. Geen zorgen. De machine kan niet eeuwig stil blijven staan. Vroeg of laat halen we de gemiste schade ruimschoots in. Blaas opgelucht uit tijdens deze collectieve adempauze. Thuisblijven is geen schande. Voor nu mag het. Nee, moet het. Het moet om een onzichtbare vijand te verslaan. Pas op: hij ligt constant op de loer. Ga mee in de oorlogsretoriek en doe het broodnodige. Blijf thuis voor de nationale veiligheid. Hunker vooral niet naar de ‘nooit meer terugkerende’ normaliteit van vroeger. Oké, duidelijk. Dan blijf ik toch in Down Under. Vanaf een afstandje de écht doldwaze show bekijken is geen straf. Lekker rondhangen en van deze aparte gelegenheidsvakantie genieten. Een met toewijding aan het wezenlijke. Een vol waardering voor de essentie van passies, hechte relaties en simpelweg zijn. Een met pure bezinning. Als dat de nieuwe norm wordt, dan omarm ik het van harte. Geen enkel probleem hoor.  

Ik hoop dat 2020 op positieve wijze een kanteljaar wordt, maar dat moet nog maar blijken.

> Klik hier voor het totaaloverzicht als dit verhaal naar meer smaakt <