35. Wi-Fi and 200 grams of e-opium please

I stood still in front of Bangkok’s largest shopping mall. Oh my Buddha. I’ll probably get lost within this consumers’ maze. It’s ok; getting lost is part of life. Ideally, I would remain a merely reachable minimalist. I rather remained a spectator who’s immune to meaningless distractions. But I also want to stay somewhat up-to-date. Participation to a certain level rules ok. And the ultimate way to do so is by using a smartphone. Even the biggest Technophobes and critics are on board nowadays. At home, in Bangkok, anywhere. Virtually everyone around me seemed to be plugged in. There I stood while I watched with my watch. Hey, someone has to represent the youth of the last century properly. The representation was because I lost my magic toy six weeks prior. It’s not the end of the world. Far from it. It took a while, but the urge to constantly grab the toy faded. Life without was pleasant. Clear, relaxing, serene. No need for an unnecessary panic-purchase. Hell no. Let me experience this weird transition time to the fullest. I wanted to appreciate the smartphone-free existence as long as it lasts. Times change quickly after all. Very quickly. Perhaps a bit too quick for my liking. 

I passed hundreds of identical phone stores. It’s hard to see the forest for the trees with so many brands, specifications and flavors. I kept wandering in circles due to paralyzing choice-overload. What a total waste of time and energy. Damn, that’s exactly what I wanted to reduce with a smartphone. What? Yeah, really. Those versatile devices are quite handy. I learned that the hard way a few years before. At the time, I thought the wonder-gadget was too present in my life. All previous generations were able to manage without all that stuff. So I thought: so can I. Enthusiastically, I swapped the Galaxy for a Nokia. Very nostalgic, retro… and a few steps back. I tried to avoid the inevitable for half a year. Living the past in the present leads to nowhere. One day, I wondered why I was causing myself so much difficulty. Roadmaps, rolls of film, yellow pages, cassette players, cheques and all that kind of outdated rubbish are hopelessly obsolete. A lot of functionalities disappeared with a simple cell phone. Making pictures, planning train trips, navigating, listening to podcasts, watching TedTalks, checking exchange rates, online banking, synchronizing calendars, taking notes, e-mailing, booking accommodation, scanning QR codes, looking up information… Even the built-in flashlight is useful. All kinds of tasks became more time consuming, cumbersome and expensive without a trusted supercomputer. I succumbed in the end. I returned to the phone shop in utter defeat. My noble cause was a lost one.

A Thai salesman gave me a Swiss army knife of the 21st century. Awesome. What a relief. I was so happy with this compact all-rounder! No stress at all, far from it. From now on, I could walk past the few (virus-infected) internet cafes that remain in business. No more hourly rates, blocked mail accounts, missed appointments or outdated information. Lovely. Plus I’ll be spared of mental glances or dismissive jokes. Others often thought that I was fooling around. Err, no. I really don’t have a mobile phone. The facial expressions of my fellow Millennials said it all. Disbelieve. Bewilderment. A total lack of understanding. They were amusing and revealing. We became so (mentally) dependent on computers and the internet so quickly. It’s simply unreal. As a former game junkie, I watched the digital takeover of mankind with suspicion. I was fed up with all of it. All I wanted was to let it all go. But putting all the blame on technology ain’t fair. My e-abstinence made it painfully clear that smartphones are mere tools. Excess is overkill. It’s all about the implementation. How you use them makes all the difference. Constructive or impulsive. Balanced or unrestrained. Sensible or foolish. It’s true. I’ve seen the light after this smart-detox. This time, I’m not going to impose myself a half-hearted monks’ existence. I’ll combine the best of both worlds instead. I’ll dose the usage of smartphones with great discipline and control. I’ll make use of the real added value of technology. I’ll mostly turn mobile data off. I’ll resist the neurotic click-and-scroll urge. A crystal clear plan was in my head. Now let’s make it happen.

I unpacked my gift once I got back at the hostel. It was ready to use in no time. So I did passionately. I scrolled and tapped as never before. I quietly returned to the Wi-Fi monastery without any notice. Congratulations. You’re fully in line with modernity once again. Far out ay. Now I can lose myself as in the old days. Bring on the attention-guzzling idiocy. The gradual dumbing down is straight in the face and yet so subtle. That’s quite an achievement in itself. Oh well. All payphones are disappearing. The tight lockdown of the Matrix is only a matter of time. So be it. I’ve seen enough of this planet. I’m glad a new world awaits me. Numb the boredom, conceal the senselessness, reinforce the regularity, be alone together and finalize the occupational therapy. Err… no thanks. On second thought, I’ll give that confusing mass-madness a miss. Connecting consciously with connection is the aim. Everything is under control, for God knows how long. Now that’s the question as I hold this portable black hole…

Tools must remain tools; this choice rests in our hands.

> Click here for an overview if you’re eager for more stories <

35. Wi-Fi en 200 gram e-opium a.u.b.

Roerloos stond ik voor het grootste winkelcentrum van Bangkok. Oh mijn Boeddha. In dit consumentendoolhof zal ik vast de weg kwijtraken. Het is oké, verdwalen hoort bij het leven. Idealiter bleef ik een sporadisch bereikbare minimalist. Liever bleef ik een toeschouwer die immuun is voor doelloze afleidingen. Maar ik wil ook enigszins bijblijven. Tot een bepaalde hoogte meedoen moet kunnen. En dé manier om dat te doen is door middel van een smartphone. Tegenwoordig zijn zelfs de grootste digibeten en critici om. Thuis, in Bangkok, waar dan ook. Vrijwel iedereen om me heen leek mee te doen. Met mijn horloge op zak stond ik erbij en keek ernaar. Hey, iemand moet de jeugd van de vorige eeuw naar behoren vertegenwoordigen. Tegen wil en dank verloor ik zes weken daarvoor mijn magische speeltje. Het is zo’n ramp nog niet. Verre van. Het duurde even, maar de tik om continue het speelgoed te grijpen verdween. Het leven zonder was fijn. Overzichtelijk, rustgevend, helder. Een overbodige paniekaankoop bleef uit. Geen zin in. Laat ik deze aparte transitietijd eens goed ervaren. Ik wou het smartphone-loze bestaan waarderen zolang het nog duurde. Tijden veranderen immers snel. Heel snel. Misschien iets té snel naar mijn zin.

Ik liep langs honderden identieke telefoonwinkeltjes. Met zoveel merken, specificaties en smaken zie je door de bomen het bos niet meer. Door de verlammende keuzeveelvoud liep ik alsmaar rondjes. Pure tijd- en energieverspilling dus. Verdomme, dat wou ik juist verminderen door middel van een smartphone. Wat? Echt waar. Die veelzijdige apparaatjes zijn namelijk super handig. Jaren daarvoor leerde ik dat op hardleerse wijze. Destijds vond ik dat het wonderapparaatje te aanwezig was in mijn leven. Alle vorige generaties konden het prima rooien zonder al die poespas. Dus ik dacht: dat kan ik ook. Enthousiast ruilde ik de Galaxy in voor een Nokia. Heel nostalgisch, retro… en een paar flinke stappen terug. Een half jaar lang probeerde ik het onvermijdbare te vermijden. Het verleden in het heden leven leidt nergens toe. Op een dag vroeg ik me af waarom ik zo moeilijk deed. Wegenkaarten, fotorolletjes, telefoonboeken, cassettespelers, betaalcheques en al dat soort gedateerde ongein zijn hopeloos achterhaald. Met een simpel mobieltje verdwijnt heel veel functionaliteit. Foto’s schieten, treinreizen plannen, navigeren, podcasts beluisteren, TedTalks bekijken, wisselkoersen inzien, internetbankieren, agenda’s synchroniseren, notities maken, e-mailen, onderdak boeken, QR codes scannen, informatie opzoeken… Zelfs de ingebouwde zaklamp heeft een praktische meerwaarde. Zonder het vertrouwde supercomputertje werden allerlei taken tijdrovender, omslachtiger en duurder. Uiteindelijk ging ik overstag. Met hangende schouders keerde ik terug naar de Koopgoot. Mijn nobele strijd was een verloren strijd.

Een Thaise telefoonverkoper gaf me het Zwitserse zakmes van de 21e eeuw. Zo. Dat lucht op. Blij dat ik was met die compacte alleskunner! Kreeg er totaal geen stress van. Integendeel. Vanaf nu kon ik de weinig overgebleven, met virussen besmette internetcafés voorbijlopen. Geen uurtarieven, geblokkeerde mail-accounts, gemiste afspraken of gedateerde informatie meer. Heerlijk. En gelukkig ook gekke bekken of laatdunkende grapjes meer. Vaak dachten anderen dat ik zat te dollen. Eh, nee. Ik heb echt geen mobiel. De gezichtsuitdrukkingen van mijn mede-Millennials mochten er zijn. Ongeloof. Onbegrip. To-ta-le verbijstering. Het was vermakelijk en veelzeggend. We zijn zó snel zó (mentaal) afhankelijk geworden van het internet en computers. Onwerkelijk gewoon. Als voormalige game-junk keek ik met argusogen naar de digitale overname van de mensheid. Dát was ik spuugzat. Dáár wou ik mee breken. Maar alle schuld in de technologische schoenen schuiven is niet eerlijk. Mijn e-onthouding maakte pijnlijk duidelijk dat smartphones slechts hulpmiddelen zijn. Overdaad schaadt met wat dan ook. Het gaat om de invulling. Hoe je ze gebruikt maakt het verschil. Constructief of impulsief. Gebalanceerd of ongeremd. Verstandig of stompzinnig. Het is zo. Na deze smart-detox zag ik het helemaal voor me. Ditmaal ga ik mezelf geen halfslachtig kluizenaarsbestaan opdringen, maar het beste van beide werelden combineren. Heel gedisciplineerd en gecontroleerd het telefoongebruik doseren. De echte meerwaarde van technologie benutten. Mobiele data grotendeels uitlaten. De neurotische kijk-en-klikdrang weerstaan. Een kraakhelder plan zat in mein kopf. Nu de uitvoering nog.

Terug in het hostel pakte ik mijn cadeautje uit. In no-time was het klaar voor gebruik. En of ik dat deed. Als vanouds scrolde en appte ik erop los. Onopgemerkt keerde ik stilletjes inwaarts in het Wi-Fi klooster. Gefeliciteerd. Je doet weer helemaal mee met de moderniteit. Fijn. Mezelf verliezen kan weer. Kom maar op met de aandachtgeile idioterie en de mentale afstomping. Recht in je gezicht en toch zo geleidelijk en subtiel. Best een prestatie op zich. Ach. Alle betaaltelefoons verdwijnen. De hermetische vergrendeling van de Matrix is slechts een kwestie van tijd. Het zij zo. Ik heb genoeg gezien van deze planeet. Gelukkig ligt een nieuwe wereld voor mijn voeten. Verdoof de verveling, vermom de stuurloosheid, versterk de regelmaat, wees samen alleen en voltooi de bezigheidstherapie. Eh… nee man. Bij nader inzien bedank ik vriendelijk voor die verwarrende massagekte. Bewust verbinden met verbondenheid. Dat is het streven. Alles onder controle, voor God weet hoe lang. Met het draagbare zwarte gat is dat nog maar de vraag.

Hulpmiddelen moeten hulpmiddelen blijven; die keuze hebben we zelf in de hand.

> Klik hier voor het totaaloverzicht als dit verhaal naar meer smaakt <

34. Rather not in my backyard

Once I sat in a giant treehouse for ‘the good cause.’ With two others, I kept an eye out for everything. The unpaved road at the jungles’ edge had our special attention. Jam-packed tuk-tuks, minivans and scooters drove back and forth. The colorful scene looked so peaceful, yet appearances can be deceiving. This fusion of the natural and human jungle is a conflict zone. This is where the constant clash of territory between man and Mother Nature takes place. Oh god, such a prayer without an end. Humans and animals need quite some space. Often each other’s space, that is. Shit hitting the fan for sure. That stinks even worse as a shot, half-decayed elephant. I preferably don’t encounter such a sickening scene again. As I sat there, I hoped I wouldn’t stumble closer to the fire. It actually seemed to turn out that way. Wandering elephants and the sparse traffic weren’t on each other’s path simultaneously. Peace might prevail. Hallelujah. Harmony between man and nature is possible after all. Finally, the dominant species constructively uses its influence. We’re on the path of recovery and compassion at last. Finally… finally. 

Yeah… Nah. Two trigger-happy blokes appeared out of nowhere. They saw their target and didn’t hesitate at all. The armed passenger got off the scooter and walked straight towards Bigear. Oh-oh. Dumbo, Look over your big shoulders. Run, quickly! I braced myself for some trumpeting and a headshot. But my Sri-Lankan brother came to the rescue before a shot could be fired. Adesh shouted something to the poachers. A lot of screaming in Sinhalese erupted. They made wild gestures and waved their hunting rifle in all directions – ours included. I looked motionless into the headlights with a heartbeat of over nine thousand. Fortunately, the icy calmness of my neighbor had a calming effect. Hats off man. Adesh suddenly got up amid the uproar.

“What’s going on? Where are you going?”

“They demand that I come downstairs for a chat.”

“Okay… Please take care.”

“Stay here. It’s gonna be okay. I’ll be right back.”

I was breathless as I watched the exchange of words. This gag could still get out of hand as far as I could tell. Under this maddening tension, I asked myself wherein God’s name I ended up. And what the hell am I doing in a place like this. Emotions tempered as the chitchat went on. They left as soon as traffic was on their way. Just like that… and it’s gone. Somewhat surprised, I walked to Adesh and bombarded him with questions. The pissed young men turned out to have mutual acquaintances with Adesh. They had recently lost a loved one due to an elephant raid. Now they didn’t act out of self-defense, survival or a similar necessity. They simply wanted revenge. It was the lingering fear and fatigue that sought a way out. Painful memories of an organic bulldozer demolishing the house at midnight remain. Nothing that’s so permanent on your memory as a trampled family member. It makes the failed attempts to prevent this drama even more painful. Fireworks. Fences. Glowing hot chilies. Alarms. Searchlights. All kinds of cheap, low-Tech measures turned out to be fruitless. So frustrating. No, that doesn’t make you happy. A drowning man will clutch at a straw. It’s as clear as day. Don’t be so difficult. Just aim and pull the bloody trigger.

We told what happened to the rest once we returned to the village. The other Western volunteers had missed out on something. Action, sensation, adventure. Something special or whatever. Their awkward jealousy made me feel ashamed. Such an event is the jackpot for outsiders who briefly drop by, do their act and show it all off on social media. But there’s nothing cool about something this intense as a daily fact of life. Then all you want is a lasting solution, anyhow at any time. Preferably one in which human behavior and the natural environment are balanced. So tricky. Easier said than done. Yet my compatriots made a brave attempt. They had their thoughtful answers ready. It’s very simple. Don’t be cruel – don’t be bad. Leave everything behind: your livelihood, culture, income, food supply. Your homeland with its joys and sorrows. There’s no place for sentimental rubbish. Just go and do something else somewhere else. Shut up and piss off. Go now, get lost.

The quick verdict wasn’t from a bunch of Muppets. They are highly educated, ambitious and had a decent upbringing. Neat citizens with voting rights, straight teeth and branded clothing do matter. The best sailors are often ashore. An artificial shore of a cultivated, overly populated Delta in this case. From a safe distance, it’s easy talking about something you’re not personally involved in. The Dutch have the luxury that their ancestors displaced or eradicated all that’s dangerous, unproductive and undesirable. No problem. Now pointing fingers from the safe-space of the high moral ground is possible. Predators, large mammals, rare animals: they’re all fantastic as long as it’s a far-from-my-bed-show. And the bed of your loved ones. Animal species dying off? It happens. Simply watch a nature documentary or go to the zoo when you feel like it. Or have the time and money to do so. Life can be tough. It’s a merciless sum in that Sri-Lankan village: floods, persistent droughts, food shortages, poverty, pollution, power cuts, elephant attacks, aggressive stray dogs with rabies, useless infrastructure in the rainy season, crocodiles in the water supply and the aftermath of a civil war. First-world issues of slow internet and small data limits pale. Not so strange that well-intentioned paperwork from outsiders automatically ends up in the black cloud. That’s the right destination for simplistic, lecturing and useless statements.

Going to Exotistan without becoming any wiser can happen, luckily we still have the pictures.

> Click here for an overview if you’re eager for more stories <

34. Liever niet in mijn achtertuin

Eens zat ik voor het goede doel in een enorme boomhut. Met twee anderen hield ik alles in de gaten. Vooral de onverharde weg aan de junglerand had onze speciale aandacht. Urenlang reden volgepakte tuk-tuks, minibusjes en scooters af en aan. Het kleurrijke plaatje zag er heel vredig uit, maar schijn bedriegt. Deze samensmelting van de natuurlijke en menselijke jungle is een conflictgebied. Hier vind de slepende territoriumstrijd tussen mens en moeder natuur plaats. Oh god, zo’n gebed zonder end dus. Mensen en dieren hebben nogal wat nodig. Vaak elkaars ruimte. Dat is gegarandeerd stront aan de knikker. Dat zaakje stinkt nog erger als een neergeschoten, half-ontbonden olifant. Een misselijkmakend tafereel wat niet bepaald voor herhaling vatbaar is. Terwijl ik daar zat, hoopte ik dat ik niet nog dichter op het vuur zou komen. Daar leek het zowaar op uit te draaien. Rondzwervende olifanten en het spaarzame verkeer zaten niet tegelijkertijd op elkaars pad. De lieve vrede leek te zegevieren. Halleluja. Harmonie tussen mens en natuur kan dus wél. Eindelijk gebruikt de overheersende diersoort diens invloed op constructieve wijze. Eindelijk lijkt de weg van compassie en heling te zijn ingeslagen. Eindelijk… eindelijk.

Ja. Niet dus. Vanuit het niets kwamen twee schietgrage kerels langs. Ze zagen hun doelwit en twijfelden geen moment. De gewapende passagier stapte van de scooter af en liep meteen op Grootoor af. Oh-oh. Kijk over je grote schouders heen Dombo. Ren, snel! Ik zette me schrap voor wat getetter en een hoofdschot. Maar nog voordat een schot was gelost, schoot mijn Sri-Lankaanse broeder te hulp. Adesh riep iets naar de stropers. Een hoop gegil in het Singalees barstte los. Ze maakten wilde gebaren en zwaaiden hun jachtgeweer alle kanten op – inclusief de onze. Met een op hol geslagen hartslag keek ik roerloos de koplampen in. Gelukkig had mijn ijzingwekkend rustige buurman een kalmerende werking op me. Petje af hoor. Na wat geroeptoeter stond Adesh opeens op.

‘’Wat gebeurt er? Waar ga je heen?’’

‘’Ze eisen dat ik naar beneden kom om verder te praten’’

‘’Oké… Kijk asjeblieft uit.’’

‘’Blijf hier. Het komt goed, ik ben zo terug’’

Met ingehouden adem bekeek ik de woordenwisseling. Naar mijn idee kon dit geintje nog steeds uit de hand lopen. Onder gekmakende spanning vroeg ik mezelf af waar ik in godsnaam ben beland. En wat ik hier nou eigenlijk te zoeken hebt. Na wat gebabbel waren de gemoederen bedaard. Zodra er verkeer op komst was maakten ze zich uit de voeten. En weg waren ze. Enigszins verbaasd liep ik op Adesh af en bestookte hem met vragen. De dronken jongemannen bleken via-via bekenden te zijn. Onlangs hadden ze een geliefde verloren door een olifantenaanval. Nu handelden ze niet vanuit zelfverdediging, overleving of een andere bittere noodzaak. Ze waren simpelweg uit op wraak. Het was de slepende angst en vermoeidheid die een uitlaatklep zocht. Pijnlijke herinneringen van een organische bulldozer die om middernacht het huis sloopt blijven hangen. Niets dat zo op het netvlies gebrand staat als een vertrapt familielid. Des te pijnlijker zijn alle mislukte pogingen om het drama te voorkomen.

Vuurwerk. Hekwerk. Gloeiend hete pepers. Alarmen. Zoeklichten. Allerlei goedkope, low-Tech maatregelen bleken zinloos te zijn. Zo frustrerend. Nee, daar wordt je niet vrolijk van. Een kat in het nauw maakt rare sprongen. Das logisch. Niet zo moeilijk doen hoor. Mikken en knallen maar.

Bij terugkomst in het dorp vertelden we aan de rest wat er was gebeurd. De andere Westerse vrijwilligers hadden iets gemist. Actie, sensatie, avontuur. Iets speciaals of wat dan ook. Ik schaamde me voor hun jaloezie. Zo’n gebeurtenis is voor buitenstaanders die eventjes interessant komen doen en alles op social media plempen de hoofdprijs. Maar er is niets tofs aan als zoiets heftigs een dagelijkse sleur wordt. Dan wil je linksom of rechtsom een blijvende oplossing. Bij voorkeur een waarin menselijk gedrag en de natuurlijke omgeving elkaar in evenwicht houden. Lastig hoor. Makkelijker gezegd dan gedaan. Toch waagden mijn landgenoten een dappere poging. Ze hadden hun doordachte antwoorden klaar. Het is heel simpel. Wees niet wreed. Wees niet slecht. Laat alles achter: je levensonderhoud, cultuur, verdienmodel, voedselvoorziening. Jouw thuis, geboortegrond, lief en leed. Er is geen plek voor sentimenteel gedoe. Ga ergens anders gewoon wat anders doen. Bek houden en opsodemieteren. Gaan. Gauw.

Het snelle oordeel kwam niet vanuit een stel koekebakkers. Ze zijn opgevoed, hoogopgeleid en ambitieus. Nette burgers met stemrecht, kaarsrechte tanden en merkkleding doen ertoe. Het zijn de beste stuurlui die aan wal staan. In dit geval een kunstmatige wal van een gecultiveerde, volgebouwde en overbevolkte deltapolder. Vanaf een veilige afstand is het makkelijk praten over iets waar je zelf niet vuistdiep in zit. Nederlanders hebben de luxe dat diens voorouders al het gevaarlijke, onproductieve en ongewenste allang hebben verdrongen of uitgeroeid. Probleem opgelost. Nu betweterige vinger wijzen en de moraalridder uithangen. Roofdieren, grote dieren, zeldzame dieren: ze zijn allemaal fantastisch zolang het een ver-van-je-bed-show blijft. En het bed van je geliefden. Uitstervende diersoorten? Spijtig, kan gebeuren. Bekijk een natuurdocumentaire of ga naar de dierentuin als je daar zin in hebt. Of de tijd en het geld ervoor hebt. Het leven kan keihard zijn. In dat Sri-Lankaanse dorpje is het een genadeloze optelsom: overstromingen, aanhoudende droogte, voedseltekorten, armoede, vervuiling, stroomuitval, olifantenaanvallen, agressieve zwerfhonden met hondsdolheid, onbruikbare infrastructuur in het regenseizoen, krokodillen bij de watervoorziening en de naweeën van een burgeroorlog. Daar verbleken de first-world issues van sloom internet en kleine datalimieten bij. Niet zo vreemd dat goedbedoelde rapporten van buitenstaanders vanzelf in het zwarte cloud belanden. Prima eindstation voor simplistische en belerende kreten waar je niets mee kan.

Naar Verweggistan gaan en er niets wijzer van worden kan gebeuren, gelukkig hebben we de foto’s nog.

> Klik hier voor het totaaloverzicht als dit verhaal naar meer smaakt <

33. A job-market to live for

I looked in awe at my neatly dressed fellow passengers. Neckties, shirts, jackets, shiny shoes: it all looked perfect on them. Each conformist customization was clinically clean and smoothened. An absolutely spotless appearance is vital. Perfect if you’re always on the move and occupied. Busy, busy, busy. Within this collective pressure-cooker, we all seem possessed by a motive, purpose, obligation… something. So did I as a fresh ‘starter.’ It was my turn to immerse myself in the ‘professional’ job market. Deep inside, I wasn’t really interested, but it had to be done due to a lack of guts. The promising job-hunt awaited me without subsequent work experience, a functional network, smooth-talking skills and a solid resume. Oh well. An ambitious young man simply embraces any challenge. Not doing so isn’t an option; the twisted treadmill of peak-performance is unstoppable.

I arrived at the yuppie stronghold well on time. Just a little longer and a mostly fleeting role-play will commence. It’s a brief act in which you’re supposed to bravely step out of the gray mass. Don’t stand out from the crowd unless the cultural traffic light turns green. Just act normally. It’s the socially-desirable norm that feels so forced and awkward. Faking it, yuk. I’m not in the mood. No. Shut up. Heads up and straighten your shoulders, you idealistic pussy. Just go. I walked to the reception with firm steps. After some waiting, the manager took me to quite a fancy office. Well, well, well. Such honor. Why he spends his time and energy on someone with a war-torn-resume became apparent during the – unusually honest – job interview.

“Your background isn’t really suitable for this function. Although your resume and letter give the impression that you don’t really know what you want, they also reflect something authentic. That’s why I invited you.”

 “Thank you. Yes… I’m still young and looking for something, that’s right. Yet there’s an underlying idea in what I do.”

“Okay, which is?”

* My train of thoughts took off. I knew perfectly well what I want and – especially – what I don’t want. I didn’t want to get swamped in a lifestyle which ‘belongs’, but doesn’t give satisfaction, has no added value or doesn’t really fit your true self. Thousands of words fought each other to be heard. In the end, I said – as usual – a lot less than I thought.

“I think doing the same thing over and over again is too….. Predictable. I just want to experience a very diverse life, which stimulates a creative and unconventional way of thinking. I see a carefully planned career as something… restrictive, unnatural, outdated. I just want to do what (at that moment) suits me best – regardless of other people’s judgments or expectations – and simply go all the way”.

“But don’t you miss the challenge and depth of a real job?”

* I struggled to hide my irritation. As if not-so-real jobs are that fake. Most occupations are simply a matter of learning a trick and mastering it. Almost everything can be learned. In the end, I squeezed a polite answer out of my brain.

“What I just described is very challenging on its own. And you can create that depth yourself. Just from within, from your own drive and motives”.

“How? A career offers so many possibilities and opportunities for growth”.

* Short silence.

“I’m sorry, but I just don’t see it as the best possible way to self-realization. I have gained a lot of special experiences by being flexible and unattached in life. I would never experience them on the career path. They are so valuable and enriching; no real job can compete with that”.

*He looked at me as if I suddenly spoke Chinese.

“Do you really believe that? You’re depriving yourself of a lot of opportunities. You’re doing yourself a huge loss.”

 “Oh, no doubt,” I replied with a smirk.

The conversation went on and on. We were clearly not on the same page. Even complete and crystal clear formulations wouldn’t resolve our differences. I knew that this is a fruitless endeavor as I spoke. Apart from his clear doubts about my competence – and perhaps my sanity – I wasn’t convinced about the offer. Not at all. It was a typical starter’s job in which relevant work experience, Bachelor’s, Master’s, courses and specializations were required. Oh, and a whole list of other desirables. So it’s not strange that starters in ‘hard times’ go all out by email and phone for months on end. That an insightful job-hunt can take a while, fine. Practice makes perfect and persistence pays off. But at some point, you reach the point that you’ve had it. You just want to get shit done. Clearly not here, though. We said goodbye and I walked out of the room without looking back.

I opened my laptop once I got home. Whether or not I was fed up with job applications, the quest for a suitable job had to go on. It was an endless prayer. The same hollow words kept popping up in virtually all vacancies. Team-player. Go-getter. Stress resistant. Enthusiastic. Out of the box. No 9 to 5 mentality. I typed Bla-bla-bla-bla in the internet browser and smacked my keyboard. Employers are blaming applicants for regurgitating chewed-out politically-correct tunes while they are no better. What a giant, ludicrous puppet show. After that sobering conclusion, I thought that someone else’s lack of imagination or idea(l)s isn’t my problem. Well… not entirely true. After all, they are the bouncers standing in front of the gate to unlimited possibilities. Without their approval, intellectual paradise remains inaccessible. Bloody hell. Keep on dreaming of Cockaigne. The bill of headstrong disobedience will come sooner or later. Jobs, fake jobs, real jobs and everything in between offer the right of existence. Or a feeling as such. Be careful not to lose your desired spot in the professional musical chairs. Not a real job with real money? Then you don’t participate (anymore). Lost a real job? Such a tragedy.

Having a real job is the meaning of life; just work on it if you don’t get that meaning.

> Click here for an overview if you’re eager for more stories <

33. Een banenmarkt om voor te leven

Verwonderd keek ik naar mijn uitgedoste medepassagiers. Stropdassen, pantalons, overhemden, colberts, glimmende schoenen: het zat hen als gegoten. Ieders conformistische maatwerk was klinisch schoon en gladgestreken. Het uiterlijk was helemaal in orde. Perfect als je altijd maar bezet en onderweg bent. Bezig, bezig, bezig. In deze collectieve druktemakerij lijken we allemaal bezeten door een drijfveer, doel, verplichting… iets. Zo ook ik. Als kersverse ‘starter’ was het mijn beurt om me in de ‘professionele’ banenmarkt te storten. Diep van binnen had ik daar weinig interesse in, maar bij gebrek aan durf moest het maar. En zonder aansluitende werkervaring, bruikbaar netwerk, vlotte babbel en een waterdicht CV stond ik voor een veelbelovende banenjacht. Dus. Een beetje ambitieuze jongvolwassene draait zijn hand niet om voor een uitdaging. Dat wél doen kan écht niet meer; de doorgedraaide prestatiemolen is niet te stoppen.

Ik kwam ruim op tijd bij het yuppenbolwerk aan. Nog even en een veelal vluchtig rollenspel zal losbarsten. Het is een kortstondige act waarin je vol bravoure uit de grijze massa dient te stappen. Steek je kop vooral niet boven het maaiveld uit, tenzij de culturele stoplicht het groene licht geeft. Doe gewoon normaal. Het is de afwijkende sociaal-wenselijke norm die zo gemaakt en onwennig aanvoelt. Nep gedoe, bah. Geen zin in. Nee. Kop op en schouders recht, idealistisch mietje. Ga nou maar. Met stevige stappen liep ik naar de receptie. Na wat wachten liep ik met de manager naar een redelijk chique kantoor. Nou, het is wat allemaal. Wat een eer. Waarom hij zijn tijd en energie stak in iemand met een gatenkaas-CV werd tijdens het – ongebruikelijk goudeerlijke – sollicitatiegesprek duidelijk.

‘’Je achtergrond past niet echt bij deze functie. Hoewel je CV en brief de indruk geven dat je niet echt weet wat je wilt, stralen ze ook iets authentieks uit. Daarom heb ik je toch uitgenodigd.’’

 ‘’Dank je. Ja… Ik ben nog jong en een beetje zoekende, dat klopt. Tegelijkertijd zit er weldegelijk een achterliggend idee in wat ik doe.’’

‘’Oké, en dat is?’’

* Mijn gedachtenmolen sloeg op hol. Ik wist dondersgoed wat ik wel en vooral niet wil: vastgekoekt raken in een levenswijze die weliswaar ‘hoort’, maar geen voldoening geeft, geen meerwaarde heeft of niet écht bij je ware ik past. Duizenden woorden bestreden elkaar om gehoord te worden. Uiteindelijk zei ik – zoals zo vaak – veel minder dan in me omging.

‘’Altijd maar hetzelfde doen vind ik te…. Voorspelbaar. Ik wil gewoon een heel divers leven ervaren, en dat stimuleert weer een creatieve en onconventionele manier van denken. Ik zie een zorgvuldig uitgestippelde carrière als iets… beperkends, ouderwets, onnatuurlijks. Ik wil gewoon doen wat (op dat moment) het beste bij mij past – ongeacht andermans oordelen of verwachtingen – en daar vol voor gaan.’’

‘’Maar mis je dan niet de uitdaging en diepgang van een echte baan?’’

* Met moeite slikte ik mijn irritatie weg. Net alsof niet-echte banen nep zijn. De meeste beroepen zijn simpelweg een kwestie van een kunstje aanleren en dat aanslijpen. Vrijwel alles valt te leren. Uiteindelijk perste ik een beleefd antwoord uit mijn hersenpan.

 ‘’Wat ik net omschreef is al heel uitdagend. En die diepgang kan je zelf creëren. Gewoon vanuit jezelf, vanuit eigen motivatie en drijfveren.’’

 ‘’Hoe dan? Juist een carrière biedt zoveel groeimogelijkheden en kansen.’’

* Korte stilte.

‘’Sorry, maar ik zie het gewoon niet als dé manier tot zelfontplooiing. Door ongebonden en flexibel in het leven te staan heb een hoop bijzondere ervaringen opgedaan. Op het carrière-pad zou ik ze nooit meemaken. Ze zijn zo waardevol en verrijkend, daar kan geen echte baan tegenop.’’

*Hij keek me aan alsof ik opeens Afrikaans sprak.

‘’Geloof je dat echt? Je ontneemt jezelf een hoop kansen. Daar doe je jezelf enorm tekort mee.’’

 ‘’Oh, ongetwijfeld’’, zeg ik met een onderdrukte glimlach.

Zo golfde het gesprek op en neer. Er zat een hoop ruis op onze lijn. Zelfs een volledige en kraakheldere verwoording zou onze verschillen niet wegnemen. Al pratende wist ik dat dit hem niet zou worden. Naast zijn openlijke twijfels over mijn geschiktheid – en wellicht mijn geestelijke gesteldheid – raakte ik allerminst overtuigd van het aanbod. Het was zo’n typerende startersfunctie waarin relevante werkervaring, Bachelors, Masters, cursussen en specialisaties een vereiste waren. Oh, en een hele rits andere wensen. Niet zo vreemd dat starters in ‘moeilijke tijden’ zich maandenlang helemaal het schompes mailen en bellen. Dat een leerzame banenjacht een tijdje kan duren, prima. Oefening baart kunst en de aanhouder wint. Toch ben je er op een gegeven moment klaar mee. Je wilt het varkentje wassen en verder. Niet hier nee, ergens anders. We namen afscheid en ik liep zonder om te kijken de kamer uit.

Bij thuiskomst kroop ik achter mijn laptop. Wel of geen sollicitatievermoeidheid, de zoektocht naar een passende baan moest doorgaan. Het was een gebed zonder end. In vrijwel alle vacatures kwamen alsmaar dezelfde loze woorden terug. Teamplayer. Doorzetter. Stressbestendig. Enthousiast. Out of the box. Geen 9 tot 5 mentaliteit. Ik tikte Bla-bla-bla-bla-bla in de internetbrowser en ramde mijn toetsenbord. Werkgevers die sollicitanten verwijten uitgekauwde politiek-gewenste riedeltjes uit te braken terwijl ze zelf geen haar beter zijn. Een grote, lachwekkende poppenkast. Na die trieste conclusie dacht ik dat andermans gebrekkige denkkaders of voorstellingsvermogen niet mijn probleem is. Hoewel… niet helemaal waar. Zij zijn immers de uitsmijters die voor de poort naar onbeperkte mogelijkheden staan. Zonder hun goedkeuring blijft het intellectuele paradijs onbereikbaar. Godver. Lekker blijven dromen van Luilekkerland. De rekening van eigenzinnige ongehoorzaamheid komt vanzelf wel. Baantjes, nepberoepen, echte banen en alles wat daartussen zit bieden bestaansrecht. Of een gevoel daartoe. Pas op dat je het gewilde plekje in de professionele stoelendans niet verliest. Geen echte baan met echt geld? Dan doe je niet meer mee. Echte baan verloren? Rampspoed geboren.

Een echte baan hebben is de zin van het leven, maak daar maar zin van als je er geen zin in hebt.

> Klik hier voor het totaaloverzicht als dit verhaal naar meer smaakt <