29. Be afraid and stay at home

We witnessed the Arab stronghold from the fifteenth floor. A sea of stacked bricks, overcrowded streets, litter, vehicles and minarets extended till the light brown horizon. We stared in awe at a chaotic, hectic and ever-moving ant colony. Jam-packed vans, soldiers, pack-donkeys, basically each pair of legs and tires worked their way through Cairo. It all worked out with minimal traffic lights, road signs and traffic rules. Don’t ask me how, but it functions with some honking and screaming. Quite impressive, especially since all signals were flashing red. Well, according to the media. Life went on as usual, that’s what I experienced in person as an exchange student. Our Egyptian peers showed us the way on multiple occasions. This contact linked me to an Islamic culture of which I was so oblivious. A region that’s in the negative spotlight so explicitly got a personal touch. It contains more colors than the travel alerts, news reports and other official sources.

The bond between my Egyptian mate and me helped. We clicked, despite large (cultural) differences in our way of living, ways and beliefs. Clashing opinion and miscommunications didn’t create a dormant tension. Mutual respect prevailed. There wasn’t any fuss or hassle, thank goodness. Just before Morning Prayer, we went through life behind that hotel window. We jumped into a cab to roam around once he was finished. Whether we would get anywhere was questionable. I knew that communication was louder and more physical over here. But dear prophet… This was just madness. For a moment, I thought he was going to attack the driver. Only ‘Mursi’, ‘Mubarak’ and ‘America’ were recognizable amidst all the raised voices. I asked him what the fuss was all about once we arrived. “Nothing. Just some political chitchat, that’s all”. I looked at him feeling confused. He sighed and went on. “I hate politicians. It’s a corrupt, greedy mess. All means are used, they don’t care. It makes me hopeless.’ I wisely kept my mouth shut – what do I know about Egyptian politics – and let him rage on. Case ain’t closed though. Back in the hotel, the room’s pink elephant (the political instability at the time) was called out. Several Dutch folks suggested visiting Tahrir Square. Err…. The Egyptians looked uncomfortably. Ha, the brutality. Their faces hinted the idea being naive and misplaced. Yet some of them went overboard in the end. Only on one condition though: keep it short. Okay, deal. We went to the infamous rally-place with a sizable group.

The tone was set straight after arrival. A bleeding boy was carried away by a bunch of shouting men. Which was an art in itself through this dense crowd. So, this is it. This is simply a mouse-trap once (panic) shit hits the fan. Right. Let’s hang out at the edge of this massive square. Vibes were running high. Needless to say, our presence didn’t go unnoticed. Passing groups of young men dropped multiple (funnily meant) comments at us. Geez, such a warm welcome at this house-party. After snooping around for fifteen minutes, one question came to mind: what the hell am I actually doing? Outsiders have absolutely nothing to look for in certain places – like this one. Suddenly I felt like an arrogant jackass, an irritating meddler, an ignorant disaster tourist. Even for seasoned journalists, diplomats and the like, the Middle East remains elusive. Let alone for simple mortals like myself. This fancy business doesn’t make any sense. Enough is enough, time to retreat.

A TV within the hotel lobby was tuned into CNN. We suspiciously watched a (un)conscious image that was deliberately broadcasted. Rabble rousing was the tendency, the extremes formed the basis. All attention was on the most emotional and noisy troublemakers. Dramatic footages were blown up and endlessly repeated. Some scenes within a particular spot were projected as Egypt or the Arab community as a whole. Millions of people were represented in a very professional and legitimate way through flag burners, extremists, terrorists and hotheads. It looked as if anarchy had broken out, including mass lootings, outbursts of violence, and (sexual) assaults. I walked away to a nearby shisha bar in laughter, knowing it wasn’t that tragic. The hookah passed by as we received some questions. So, what did we think? Pretty fascinating stuff. Yes, there was something in the air. Yeah, some nasty things were undeniably happening. Yet this distorted image doesn’t do any justice to the everyday, the humane, the so-called ordinary. One-sided framing downgrades colorful stories into solid black-and-white frames. It’s basically a cunning sort of mis- and disinformation. It’s something to be constantly aware of, wherever and whenever. No source possesses the ultimate truth, especially when it dares to claim it. Now, this is the real power of various perspectives.

What I experienced was a ‘strange’ yet very familiar environment. It’s a place packed with people who strive for happiness. People who simply make the best of it, people who are going to work or visiting loved ones. Just like you and me do. They offered me sincere interest, hospitality, contact. The content of the exchange project was of secondary importance. For me, the main draw was the corresponding dynamic between different cultures and personalities. Daily life has something universal, essential, connecting. I shared my thoughts with the group. As usual, they didn’t get out of my mouth fluently. They nodded in agreement nonetheless. The confirmed recognition reassured me. It’s so important to look beyond (the horizon), especially in the age of abundant (non)-information. It’s the cure against delusion, the pillar of thoughtfulness, a stimulus for progress. Reap the rewards of predigested fruits, take in those enriched nutrients. Or just be hateful and judgmental. To each their own. That’s life.

Give me the diversity of life, with that I disarm the (ir)rational fears which try to dominate me.

> Click here for an overview if you’re eager for more stories <

29. Wees bang en blijf thuis

Vanaf de vijftiende verdieping keken we uit over het Arabische bolwerk. Tot aan de lichtbruine horizon was een zee van opeengestapelde bakstenen, overvolle straten, straatafval, blik en minaretten. Geboeid staarden we naar een chaotische, hectische en altijd bewegende mierenhoop. Overvolle busjes, soldaten, pakezels, elk paar banden en benen baanden zich een weg door Cairo. Met minimale stoplichten, wegtekens en verkeersregels vond alles vanzelf zijn weg. Vraag niet hoe, maar met toetertaal en gegil lukt het. Best knap als alle seinen op rood knipperen. Althans, volgens de media dan. Het leven ging als vanouds door, dat maakte ik als uitwisselingsstudent in levende lijve mee. Onze Egyptische medestudenten namen ons meermalen op sleeptouw. Het contact zorgde voor een Islamitisch ezelsbruggetje naar een cultuur waarvan ik geen kaas had gegeten. Een regio die zo nadrukkelijk in de negatieve schijnwerpers staat kreeg een persoonlijk tintje. En die bevat meer kleuren dan de reisadviezen, nieuwsrapportages en andere officiële kanalen.

De band die ik met mijn Egyptische gabber kreeg hielp daarbij. Ondanks grote (cultuur)verschillen in onze levenswijze, omgangsvormen en overtuigingen klikten we. Door het wederzijdse respect leverde meningsverschillen en miscommunicaties geen sluimerende spanning op. Godzijdank geen moeilijk gedoe dus. Voor het ochtendgebed namen we het leven door vanachter dat hotelraam. Nadat hij klaar was sprongen we in een taxi om lekker rond te zwerven. Of we ergens zouden aankomen betwijfelde ik. Ik wist dat de communicatie hier wat luidruchtiger en lichamelijker van aard is. Maar mijn profeet, wat een luid gebral zeg. Even dacht ik dat hij de chauffeur te lijf zou gaan. Tussen alle stemverheffingen door waren alleen ‘Mursi’, ‘Mubarak’ en ‘Amerika’ herkenbaar. Na de rit vroeg ik hem waar de ophef over ging. ‘Niets bijzonders, gewoon wat politiek gebabbel’. Ik keek hem vertwijfeld aan. Hij zuchtte en ging los. ‘Ik haat politici. Het is een corrupt zooitje vol zakkenvullers. Ze gaan over lijken, het kan ze niets schelen. Om moedeloos van te worden.’ Wijselijk hield ik mijn mond – want wat weet ik nou van Egyptische politiek – en liet hem uitrazen. Daarmee was de kous nog niet af. Terug in het hotel werd de roze olifant in de kamer benoemd, namelijk de politieke instabiliteit van destijds. Een aantal Nederlanders stelde voor om het Tahrirplein te bezoeken. Eh… de Egyptenaren keken er ongemakkelijk bij. Ha, de brutaliteit. Hun gezichten straalden af dat ze het maar een misplaats en naïef idee vonden. Toch ging een aantal van hen overstag. Wel op een voorwaarde: hou het kort. Oké, deal. Met een vrij grote groep vertrokken we naar de beruchte demonstratieplek. 

Vlak na aankomst werd de toon gezet. Een bebloede jongen werd door een zooi schreeuwende mannen afgevoerd. Door die overbevolkte mensenmassa was dat een kunst op zich. Dus, dit is hét dan. Je zit hier als een rat in de val als de paniekerige pleuris. Lekker dan. Laten we maar aan de rand van dit enorme plein hangen. De sfeer zat er goed in, het Malieveld is kinderspel. Natuurlijk bleef onze aanwezigheid niet onopgemerkt. Passerende groepjes jongemannen slingerden leuk bedoelde opmerkingen onze kant op. Goh, en bedankt. Wat een hartelijk ontvangst op dit feestje. Na een kwartiertje rondneuzen kwam een prangende vraag in me op: waar ben ik nou in godsnaam mee bezig? Op sommige plekken – zoals deze – hebben buitenstaanders helemaal niets te zoeken. Opeens voelde ik me een arrogante oen, een onwetende bemoeial, een irritante ramptoerist. Zelfs voor doorgewinterde journalisten, diplomaten en dergelijke lui heeft het Midden-Oosten iets ongrijpbaars. Laat staan voor simpele stervelingen zoals ik. Deze interessant doenderij slaat nergens op. Genoeg is genoeg, wegwezen hier.

In de hotellobby stond een tv afgestemd op het CNN. Met argusogen bekeken we een (on)bewuste beeldvorming die weloverwogen werd uitgezonden. Stemmingsmakerij was de tendens, de extremen het uitgangspunt. De meest emotionele en luidruchtige onrustzaaiers kregen alle aandacht. Dramatische beelden werden tot vervelends toe herhaald en opgeblazen. Een aantal gebeurtenissen op een zeer specifieke plek werden geprojecteerd als dé Arabische gemeenschap, als hét Egypte. Miljoenen mensen werden op zeer professionele en rechtmatige wijze vertegenwoordigd door middel van vlaggenbranders, extremisten, terroristen en heethoofden. Het leek alsof de anarchie was uitgebroken, inclusief massaplunderingen, geweldsuitbarstingen en aanrandingen. Lachend liep ik naar een nabijgelegen shisha bar, wetende dat het niet zó dramatisch was. De waterpijp ging rond tijdens het vragenrondje. Dus, wat vonden we ervan? Best boeiend. Ja, er broeide iets. Ja, er gebeurden dingen die niet door de beugel kunnen. Dat viel niet te ontkennen. Maar zo’n vervormd beeld doet geen recht aan het alledaagse, het menselijke, het zogenaamd gewone. Eenzijdige beeldvorming verarmt kleurrijke verhalen in een vaststaand zwart-wit fragment. Eigenlijk een listige vorm van mis- en desinformatie dus. Het is iets om altijd bewust van te zijn, waar en wanneer dan ook. Geen enkele bron heeft de ultieme waarheid in pacht, en al helemaal niet als ze die durven te claimen. Dit is de ware kracht van verschillende perspectieven.

Wat ik meemaakte was een ‘vreemde’ en toch heel herkenbare omgeving. Het is een plek vol mensen die geluk nastreven. Mensen die er simpelweg het beste van maken, mensen die naar hun werk gaan of geliefden bezoeken. Net zoals jij en ik dus. Ze boden me oprechte interesse, gastvrijheid, connectie. De inhoud van het internationale uitwisselingsproject was slechts een bijzaak. Het ging mij vooral om de bijbehorende dynamiek tussen verschillende culturen en persoonlijkheden. Het dagelijks leven heeft iets universeels, essentieels, gemeenschappelijks. Ik deelde mijn gedachtenspinsels met de groep. Zoals zo vaak kwamen ze niet vloeiend uit mijn mond. Desalniettemin knikten ze instemmend. De bevestigde herkenning stelde me gerust. Juist in het overvloedige (non)-informatietijdperk is het zo belangrijk om verder te kijken dan je neus lang is. Het is een medicijn tegen de waan, de steunpilaar voor het doordachte, een stimulans voor de vooruitgang. Pluk de niet voorgekauwde vruchten, haal profijt uit de voedingsstoffen. Of wees gewoon haatdragend en oordelend. Ieder zo zijn keuzes toch. Dat is het leven.  

Geef me de diversiteit van het leven, daarmee ontwapen ik de (ir)rationele angsten die mij proberen te domineren.

> Klik hier voor het totaaloverzicht als dit verhaal naar meer smaakt <

28. The wild backyard

I packed my backpack at an agonizingly slow pace. I was a bit later as usual, but hey. So be it, haste makes waste after all. As usual, I had the remote hiker’s hut to myself. Add a snowy mountain landscape to top off the joy. Easy goes, easy does it. So I took my time for brekky at the lakeside. Suddenly a dinghy emerged at the horizon. The unexpected visitor went straight at me. Patiently I awaited his arrival. The driver warmly greeted me once we made contact. He made a good impression on me, despite his skinny, ragged and bewildered appearance. After some chitchat, he invited me to join him. Uhh…. The stranger almost resembled a serial killer on the run. Yet my intuition gave the green light. No worries, let’s do this! My trust got paid off by a private boat trip throughout the unspoiled Southern Alps. His whereabouts stood out after the ride. It turned out to be an old, run-down and appropriated cabin. Damn, what a shack. Only the boat, chainsaw, generator, satellite phone and hunting rifle were good to go. The supplies of food and petrol were taken care of as well. All the rest was both improvised and worn out. Just as expected. I wondered how he got everything in this godforsaken area. But most of all, I was curious about what drives him to live so isolatedly. And how he manages to keep this up for years on end. 

Daily life is hard, time-consuming and laborious without infrastructure and facilities. ‘Self-evident’ matters such as staying warm become a daily chore. Not only by keeping the fire going, but also by collecting enough firewood (he visited the hiker’s hut to take some ‘free’ goodies). This is clearly a hard life to live. There’s nothing and nobody. Luckily he isn’t totally on his own. Once in a while, a helicopter flies over. Supplies were delivered on that very day. The aerial hunt was also opened from up there. The pilot and gunman clearly practiced this air show numerous times. Just two spectators watched it in awe. Wow, three deer carcasses under a flying gunner’s post. Come and see, come and see! The bounty was capture, but the job wasn’t finished. One of the blood-spattering animals kicked around wildly after touchdown. A point-blank head-shot put him out of his misery instantly. I stood there and watched. Some splattered brains. Far out, bloody great. Such a grim sight in comparison to the games I used to play. After that head-buster, they went back to civilization to sell the meat for cold cash. The unemployed bums got nothing. No problem. Fresh fish from the lake will do. We had a great catch. My appetite had survived the disgusting scene, you have to eat something after all.

I offered him a listening ear once our feeding frenzy was over. He eagerly made use of it. That he was fed up with society was plain as day. He’d already made some striking remarks in passing. Now I had to digest supper and his (philosophical) thoughts at once. For hours on end, it was all about the outside world – especially what’s wrong about it. I felt an essential chapter of the story was missing: the man himself. No word was mentioned about his own actions and process. How peculiar. No one simply changes course so radically so instantly. So what’s the story? Which (series of) events were crucial? Has he ever been severely deceived or rejected? Has he lost loved ones? Suppressed specific life experiences? For several times, I tried to (in)directly uncover some background information. Nope. Access denied. The dirty linen wasn’t washed in public. So a – rather smelly – aura of mystery remained around him.

Living alone amid nature is a romanticized boy’s book. Pure yet brutal. You really have to want it, be able to do it. His persistence, improvisational abilities and quest for simplicity are admirable. Mad respect for that. Yet the situation was nonetheless quite ironic. There was no passion, no conviction, no outspoken satisfaction. It was a pretty nihilistic sum without an outcome if you listened well. It seemed like he didn’t support his choice anymore. I struggled with self-conflict, procrastination and escapism for years, and I believe I recognized them in him. Maybe he’d realize that ‘this’ wasn’t ‘it’ while there was no turning back anymore. Simply too alienated, too feral, too ‘far out.’ To remain dependent on the despised society is an uncomfortable given. Even minimal interaction and resources don’t lead to a real exit. Only the most isolated aborigines or survivor experts manage, they are the gatekeepers. He remains a user of the almighty Dollar, modern technology and outside support. It’s using without making, taking without contribution, complaining without providing solutions. Oh well. To each his own, he doesn’t hurt anyone. Yet the message was crystal clear: this goes too far for me. This feels like a phony-independence that’s a few impractical steps back. A leaking roof was the straw that broke the camel’s back. I had to keep pouring to stay dry. Draught, cold, biting sandflies, stench, itch. A caveman would barely be more uncomfortable. All right, all right. I prefer modernity and its self-inflicted concerns on second thought. I zipped my (underpaid, Chinese sweatshop made) sleeping bag with that conclusion. Tomorrow comes another day to pass. Not within the ‘normal’ socio-economic jungle as usually, but in nature’s dictatorship. Pick your choice and make the best of it, you’ve gotta do something.

Wherever you are, there is no escaping of certain aspects of human life. 

> Click here for an overview if you’re eager for more stories <

28. De wildernis als achtertuin

Met een slakkengang pakte ik mijn backpack in. Ik was laat voor mijn doen, maar ach. Het zij zo, overhaastige spoed is immers zelden goed. Zoals wel vaker had ik de afgelegen trekkershut voor mezelf. Voeg daar een besneeuwd berglandschap aan toe en het genot is compleet. Rustig aan dus. Ik nam de tijd voor een ontbijtje aan een meer. Opeens doemde aan de horizon een rubberbootje op. Het verrassingsbezoek kwam recht op me af. Ik wachtte hem geduldig op. Eenmaal aangekomen begroette de bestuurder me hartelijk. Ondanks zijn onverzorgde uiterlijk, tengere lichaam en totaal versleten kleding maakte hij een frisse indruk op me. Na wat gebabbel werd ik uitgenodigd om met hem mee te gaan. Hmmm…. De wildvreemde had wat weg van een ondergedoken seriemoordenaar. Toch gaf het onderbuikgevoel groen licht. No worries, let’s go. Mijn vertrouwen werd uitbetaald met een privé boottocht door de ongerepte Zuidelijke Alpen. Na de rit viel vooral zijn onderdak op. Het bleek een oude, afgestoten en toegeëigende wandelhut te zijn. Mijn god, wat een krot. Enkel de boot, kettingzaag, generator, satelliettelefoon en jachtgeweer waren tiptop in orde. Ook de voorraden voedsel en benzine lagen er verzorgd bij. Voor de rest was alles geïmproviseerd en uitgeleefd. Precies zoals ik verwachtte dus. Ik vroeg me af hoe hij alles in dit godvergeten gebied heeft gekregen. Maar ik was vooral benieuwd naar wat hem drijft om zo geïsoleerd te leven. En hoe het hem lukt om dit jarenlang vol te houden.

Zonder infrastructuur en voorzieningen is het dagelijks leven zwaar, tijdrovend en omslachtig. Iets ‘vanzelfsprekends’ zoals warm blijven wordt een dagtaak. Niet alleen door het vuur gaande te houden, maar bovenal om genoeg brandhout te verzamelen (hij kwam bij de trekkershut polshoogte nemen voor ‘gratis’ hout). Dat dit een keihard bestaan is staat buiten kijf. Er is helemaal niets en niemand. Gelukkig staat hij er niet helemaal moederziels alleen voor. Eens in de zoveel tijd vliegt er een helikopter over. Uitgerekend die dag werden wat voorraden geleverd. Tevens werd van bovenaf de jacht geopend. De piloot en schutter hebben dit overduidelijk vaker gedaan. Slechts twee toeschouwers zagen een spectaculaire luchtshow. Drie hertenkadavers onder een vliegende schutterspost, wauw. Kom dat zien, kom dat zien! De buit was binnen, maar de klus nog niet geklaard. Na de landing trapte een van de bloed sputterende dieren wild om zich heen. Door middel van een hoofdschot werd hij uit zijn lijden verlost. Ik stond erbij en keek ernaar. Lekker, zo’n een uiteengespatte hersenpan. Dit is godnondeju een stuk minder gelikt als in de spelletjes die ik speelde. Na die koppenknaller vertrokken ze richting de bewoonde wereld om het vlees te verpatsen. De werkloze armoedzaaiers kregen niets. Geen probleem. Het meer zit vol verse vis. Onze vangst was prima te nassen. Mijn trek had het ranzige tafereel doorstaan, je moet toch iets eten.

Na de schranspartij bood ik hem een luisterend oor aan. Daar maakte hij dankbaar gebruik van. Dat hij helemaal klaar was met de maatschappij was zo klaar als een klontje. Tussen neus en lippen door had hij al wat scherpzinnige opmerkingen gemaakt. Tijdens het uitbuiken verteerde ik naast de avondmaal ook zijn (filosofische) gedachtegoed. Urenlang ging het alleen maar over de buitenwereld – en dan vooral over wat er allemaal mis mee is. Naar mijn idee ontbrak een essentieel hoofdstuk van het verhaal: zichzelf. Over zijn acties en proces werd geen woord gerept. Heel apart. Niemand gooit zomaar het roer radicaal om. Wat is nou het verhaal? Welke (reeks van) gebeurtenissen gaven de doorslag? Is hij ooit ernstig bedrogen of verstoten? Heeft hij dierbaren verloren? Bepaalde levenservaringen verdrongen? Meermalen probeerde ik (in)direct wat achtergrondinformatie los te weken. Nee. Toegang geweigerd. De vuile was werd niet buiten opgehangen. En daarmee bleef naast een vies luchtje ook een mysterieuze aura om hem hangen.

Alleen middenin de natuur leven is een geromantiseerd jongensboek. Puur maar genadeloos. Je moet het echt willen en kunnen. Zijn volharding, improvisatievermogen en zucht naar simpliciteit zijn bewonderingswaardig. Petje af hoor. Toch was het een ironische situatie. Er was geen passie, geen overtuiging, geen uitgesproken voldoening. Als je goed luisterde was het vrij nihilistische optelsom zonder uitkomst. Het leek alsof hij niet meer helemaal achter zijn keuze stond. Jarenlang worstelde ik met zelfconflict, afschuif- en vluchtgedrag, en dat meende ik in hem te herkennen. Misschien was hij tot inkeer gekomen dat dit ‘het’ niet was terwijl hij geen kant meer op kon. Simpelweg te vervreemd, te verwilderd, te ‘ver’ gegaan. Onderaan de streep afhankelijk blijven van de zo verguisde maatschappij is dan een ongemakkelijk gegeven. Zelfs met minimale interactie en middelen is er geen ontkomen aan. Dat lukt alleen de meest geïsoleerde inboorlingen of survivalexperts, verder helemaal niemand. Hij blijft een gebruiker van de almachtige Dollar, moderne technologie en hulp van buitenaf. Het is gebruiken zonder leveren, nemen zonder bijdragen, afgeven zonder oplossen. Maargoed. Ieder zo zijn ding, hij doet verder niemand kwaad. De boodschap was echter kraakhelder: dit gaat mij te ver. Dit voelt als een schijn-onafhankelijk die een aantal onpraktische stappen terug is. De spreekwoordelijke druppel viel door het lekkende dak. Ik moest continue hozen om droog te blijven. Tocht, kou, bijtende zandvliegen, stank, jeuk. Holbewoners lagen er niet veel oncomfortabeler bij. Oké. Bij nader inzien kies ik toch liever voor de ‘moderniteit’ en diens zelfopgelegde sores. Met die conclusie kroop ik in mijn (door onderbetaalde Chinezen) gemaakte slaapzak. Morgen weer een dag om door te komen. Ditmaal niet in het ‘normale’ sociaal-maatschappelijke oerwoud, maar in de dictatuur der natuur. Kies wat en maak er het beste van, je moet toch wat.

Waar je ook bent, er is geen ontkomen aan bepaalde aspecten van het mensenleven.

> Klik hier voor het totaaloverzicht als dit verhaal naar meer smaakt <

27. Possessed by possessions

Beep, beep, beep, beep. The truck was parked right up the front door with expertise. This blunt craft of precision ended the street’s clinical silence. Disturbing neighborhoods was our specialty. No morning began quietly, no residential street was safe. The noise served two good causes: work and making money. Killing two birds with one stone was done by relocations. At this project, the neighbors were quite far away. So I was glad that no one around us was dead awake. There seemed little reason to do so in that particular neighborhood, though. At first sight, everyone had feathered their nest. Biscuits and coffee were therefore provided. I almost choked in a cookie while inspecting the house. Damn, what a castle. All areas were crammed with stuff. This will give us a run for our money, but oh well. Hard work is no sin, as we showed. Two removal vans were filled in no time – just as the tight schedule demanded. The man of the house had a quick look and got caught by surprise. “Christ… That’s so much stuff! What a man can possess ay. Is that really all mine?’ Err… yeah…

His words were no exception. A pattern of predictable reactions emerged over time. Someone’s background, age, personality or the like made no difference. As a removalist (mover), I sat at the front row of the grand show. The regurgitated script was nothing new under the sun. I could draw it out blindly. Clients experienced it very differently, though. This was always the confrontation with materialism. The abstract becomes crystal clear in a glance. Bang! There it is in the spotlight. All of a sudden, hoarding is no longer something that only happens to others. Ignoring or denying is no longer possible. He stared at it with a loss of speech. Something clearly bothered him. I recognized his awkward stance all too well. At first, I wanted to play a stand-up act of George Carlin out loud. Yet I let it go on second thought. He stopped at a bridge which I’ve already crossed. Hundreds of removals brought me to the other side. Over there, some questions and answers accompanied me. Some unconscious habits and subconscious beliefs came to light, which in turn illuminated other motives. Gradually, I became more and more minimalist: first in the material sense and then in the immaterial. It went by itself. Steering, seminars, courses or self-help books were unnecessary. I increasingly got into de-cluttering, downsizing, de-consuming and an information diet without forcing it. The ‘usual’ felt stranger, weirder, more unnatural. A seed had germinated, the roots spread out. Forget the trends, this fertile ground will remain.

The supervisor interrupted my reflective daydream. Hey, jackass. Keep working! He was right. Words don’t move everything. With rolled-up sleeves, I picked up where I left off. After the first delivery on the new address, we returned to do the rest. It was a never-ending job. We carried enough out of that place to open a preschool, liquor store, gym, library, DIY store and furniture retailer. Even for us, the amount of stuff was quite abnormal. Dozens of unopened and dusty boxes from a previous relocation embodied the distinctive lows. This is no longer an actual usage of resources. Forget about rational considerations. This is having something for the sake of it, having because you can, having to fill the void. That compulsive having detracts things or possessions at all. And that’s an unnecessary waste. Tools that make life easier are practical and convenient. They have added value. Basic needs are fulfilled, creations are made, creativity is expressed and efficiency is achieved. That’s all great. What it’s all about is the thoughtless hoarding that’s (still) so widespread. That overshoots the mark. Then it’s just a mental parasite, a cultural delusion. It shows how comparative luxury is. Luxury often develops into a perceived necessity, which in turn creates new expectations and obligations. A black hole of collecting, shielding, maintaining, cleaning, replacing, sorting and more collecting is lurking. It swallows you whole. Game over. An endless hunt in which no shot is fired ain’t no fun. This is a path in which nothing real is captured or something significant is achieved. 

We hastily devoured a lukewarm pizza after sunset. Alright, let’s carry on and smash it. We left the party at half-past nine. Tomorrow is another day, see you then. We went home for a hot shower and a catnap. Survival is a necessity, living is optional. Welcome to the unattractive existence of ‘work, eat, sleep, repeat.’ Luckily it only happened in phases to me. I was only there when it suited me. No more, no less. Yet that work had its charms to be fair: working on new locations almost daily, doing something tangible, doing honest work with genuine colleagues, enjoying paid sports in the fresh air. Suits, jargon, office politics, ‘games’ and meddling managers were all lacking. Perfect. I just wanted to be busy with my hands. Keeping the tame sitting-existence at bay. Feeling that I’m actually doing ‘something’. That’s why I thanked for a living which involved non-stop sitting at a desk. But who knows, maybe it will come someday. Time will tell. I simply immersed myself in this socially accepted hoarding for the time being. I carefully studied it without any bonding. Whether or not to participate isn’t always a choice, yet to what extent is. Observe and learn. Let others be possessed by possession. Work creation, dissatisfaction and infinite growth are sacred after all. Pile it all up. Play the game, increase the score and be a real ‘winner’. Only then you’re in with the big boys. 

Monopoly disappears in the box after all the senseless owning and acquiring, there was nothing at stake.

> Click here for an overview if you’re eager for more stories <

27. Bezeten door bezit

Piep, piep, piep, piep, piep. Vakkundig werd de vrachtwagen tot aan de voordeur geparkeerd. Het lompe millimeterwerk verbrak de klinische stilte van de straat. Een buurt verstoren was onze specialiteit. Geen woonstraat was veilig, geen ochtend begon rustig. Het lawaai diende twee goede doelen: werken en geld verdienen. Door middel van verhuizingen sloegen we twee vliegen in een klap. Bij deze klus waren de buren een eindje verderop. Blij toe dat niemand tandenknarsend wakker lag. Al leek daar in die buurt weinig aanleiding toe. Op het eerste gezicht had iedereen zijn schaapjes op het droge. Koek en koffie konden er dus wel vanaf. Tijdens het inspectierondje stikte ik bijna in mijn lange vinger. Mama Mia, wat een kast van een huis. Elke ruimte was helemaal volgepropt met spul. Hier zijn we wel even zoet mee, maargoed. Voor noeste arbeid draaien we onze handen niet om. En dat lieten we zien. In mum van tijd twee verhuiswagens volgestouwd – geheel volgens strakke planning. De man des huizes nam polshoogte en schrok zich een hoedje. ‘Zo…. Dat zijn een hoop spullen zeg! Wat een mens wel niet kan bezitten he. Is dat echt allemaal van mij?’ Eehh… ja…

Zijn woorden stonden niet op zichzelf. Een patroon van voorspelbare reacties ontvouwde zich. Iemands achtergrond, leeftijd, persoonlijkheid of dergelijke maakte geen verschil. Als verhuizer stond ik vooraan bij elke galavoorstelling. Het herkauwde script was niets nieuws onder de zon. Ik kon het onderhand blind uittekenen. Klanten beleefden het echter heel anders. Dit was altijd dé confrontatie met het materialisme. In een oogopslag is het abstracte overduidelijk. Opeens staat het vol in de schijnwerpers. Ineens is doorgeslagen verzamelzucht niet meer iets wat alleen anderen overkomt. Negeren of ontkennen kan niet meer. Met een bek vol tanden keek hij ernaar. Iets zat hem zichtbaar dwars. Zijn ongemakkelijke blik herkende ik uit duizenden. In eerste instantie wou ik een stand-up act van George Carlin voor hem afspelen. Bij nader inzien liet ik het gaan. Hij stopte op een voor mij gepasseerd station, een waar ik na honderden verhuizingen niets meer te zoeken had. Al die blootstellingen lieten een spoor van vragen en antwoorden na. Wat onbewust gewoontegedrag en onderbewuste overtuigingen kwamen aan het licht, wat weer andere drijfveren oplichtte. Geleidelijk aan werd ik steeds minimalistischer: eerst in materiele zin, daarna ook in het immateriële. Het ging vanzelf. Dwang, seminars, cursussen of zelfhulpboeken waren overbodig. Zonder controledrang deed ik steeds meer aan ontspullen, consuminderen en een informatiedieet. Het ‘gebruikelijke’ voelde alsmaar vreemder en onnatuurlijker aan. Een zaadje was ontkiemd, de wortels spreidden zich uit. Vergeet de trends, deze vruchtbare voedingsbodem blijft.

De leidinggevende onderbrak mijn reflectieve dagdroom. Hey, kom op. Werken. Hij had gelijk: woorden verplaatsen lang niet alles. Met opgestroopte mouwen pakte ik de draad weer op. Na de eerste levering op het nieuwe adres haalden we de rest op. Het einde was nog lang niet in zicht. We trokken genoeg uit dat pand om een kindercrèche, slijterij, sportschool, bibliotheek, bouwmarkt en woonboulevard te beginnen. Zelfs voor verhuizers-begrippen was de hoeveelheid spullen abnormaal. Tientallen ongeopende en stoffige dozen van een vorige verhuizing waren het kenmerkende dieptepunten. Dit is geen feitelijk gebruik van middelen meer. Vergeet rationele afwegingen. Dit is hebben om het hebben, hebben omdat het kan, hebben als opvulling van de leegte. Dat dwangmatige hebben doet afbreuk aan spullen of bezittingen an sich. En dat is zonde en onnodig. Hulpmiddelen die het leven makkelijker maken zijn praktisch, handig, van toegevoegde waarde. Basisbehoeften worden vervuld, creaties gemaakt, creativiteit geuit, efficiëntie bereikt. Helemaal prima. Het gaat om de ondoordachte verzamelwoede die (nog) zo wijdverspreid is. Dát schiet zijn doel ver voorbij. Dán is het simpelweg een geestelijke parasiet en een cultureel waanbeeld. Het toont maar aan hoe betrekkelijk luxe is. Vaak ontwikkelt het zich tot ervaren noodzaak, wat weer nieuwe verwachtingen en verplichtingen schept. Een zwart gat van vergaren, afschermen, onderhouden, schoonmaken, vervangen, uitzoeken en meer vergaren ligt op de loer. Het slokt alles op. Game over. Een eindeloze jacht waarin geen schot wordt gelost is geen pretje. Dit is een koers waarin niets werkelijks wordt buitgemaakt of iets wezenlijks wordt bereikt.

Na zonsondergang schrokten we een lauwe pizza naar binnen. Hup, en doorknallen maar. Om half tien lieten we het feestje achter ons. Morgen weer een dag hoor, de groeten. We vertrokken huiswaarts voor een warme douche en een (te) korte nachtrust. Overleven is noodzaak, leven is optioneel. Welkom in het onaantrekkelijke bestaan van ‘work, eat, sleep, repeat’. Gelukkig kwam het alleen in fases voor. Ik was enkel van de partij wanneer het mij uitkwam, anders niet. Ideaal. En in alle eerlijkheid had dat werk best zijn charmes: vrijwel elke dag op een nieuwe locatie werken, iets tastbaars doen, eerlijke arbeid leveren met oprechte collega’s, betaald sporten in de buitenlucht. Pakken, jargon, kantoorpolitiek, ‘spelletjes’ en bemoeizuchtige managers ontbraken. Perfect. Als jonge hond wou ik gewoon lekker bezig zijn met mijn handen. Het tamme zit-bestaan buiten de deur houden. Voelen dat ik daadwerkelijk ‘iets’ doe. Daarom bedankte ik voor een broodwinning waarbij je structureel achter een scherm zit. Maargoed, misschien komt dat ooit nog wel. Wie weet. Voor nu dompel ik me onder in het maatschappelijk-geaccepteerde hamsteren. Zonder binding bestudeerde ik het aandachtig. Wel of niet meedoen is niet altijd een keuze, de mate waarin wel. Observeer en leer. Laat anderen bezeten zijn door bezit. Werkcreatie, ontevredenheid en oneindige groei zijn immers heilig. Vergaar erop los. Speel het spel, verhoog de score en wees een bikkelharde ‘winnaar’. Alleen dan doe je met de grote jongens mee.

Na een tijdje bezitten en verwerven verdwijnt Monopoly weer in de doos, het ging uiteindelijk nergens om.

> Klik hier voor het totaaloverzicht als dit verhaal naar meer smaakt <