30. Facing the truth

The fuse blew and the bomb exploded. Suddenly I was totally fed up with all the bullshit. While screaming, I smashed the tabletop with full force. We lashed our tongues. The torrent of abuses was short but powerful. All kinds of hateful accusations passed: troublemaker, egomaniac, toddler, hater, whiner, dick, etcetera, etcetera. All brakes were lost. Time to get lost before this fight really gets out of hand. The coup already happened though. An unstoppable hurricane was released and set free. Thunderclouds covered the blazing sun. What arose indoors threw everything upside down on the streets. Secure everything and take cover. Sweating, sighing, cursing, suffering. The unbearable boiling-point had been reached. I couldn’t keep my head cool for longer. Thinking or acting ‘normally’ was too much to ask for. Very different things were on my mind. I was overpowered by an elusive trance. Such an unstable tinderbox requires iron nerves and careful dissection, preferably in familiar surroundings. The subway will do.

I stepped into the packed Metro with a face like thunder. While on the phone, I blew off some steam. I cursed and raged as I paced up and down. Hundreds of strangers involuntary enjoyed my emotional calls. Every sense of place and time fade. After a few stops, I realized that almost everyone was staring in my direction. Even that realization didn’t do anything with my public nervous breakdown. I continued provocatively. Fuck ’em all. Fabulous, just look at all those faces. Go to hell with your judgments. Beware of the wild, the runaway, the troubled. Watch closely. Gloating is optional, not required. I exited at a random station with a manic smile. Then I strolled through the area. Graffiti, shards of glass, litter, weeds and my smeared outfit finished the sad trip. I sat down and bent over on a neglected bench. I sighed out loud with my face in my hands. Go on then. Cry. Cry like a little bitch. The second wave of this mental tsunami flushed me away. Tears coursed down over my cheeks. Despite the outburst, this madness was far from over. I was still trapped in the tightly locked prison of my mind.

I manned up and left the courtyard. While roaming around, I watched the cloud formations, by-passers and birds flying overhead. Take it easy. Slowly but surely, the tranquilizer wore off. The returned brightness reactivated the train of thought. And, soon after, the third wave. I sank within indescribable shame. Self-hatred. Especially disbelief. Wow. What an act that was. Bravo. Fights, disagreements or conflicts are part of life. I’m not going to stay awake because of that. The way, however… bizarre. So intense, so shameless in public. Unbelievable. It’s abnormal and worrying… but not totally unexpected. Deep from within, I knew that all too well. This isn’t an isolated incident, far from it. Something was going on. Something deep, something fundamental. For several times, I tried to get a grip on that mysterious something. Clearly with no results, unfortunately. That sad conclusion was utterly sobering. The rock-hard truth knocked me down. Just look at me. I’m back at square one or – even worse – haven’t progressed at all. Damn. This has to change. Face your problems and tackle them by the root. Not somewhere else, not later. No. Here, now. Do it. No more tricks, excuses, postponement or blaming.

That’s it! Something snapped once again. Enough is enough. Until here and no further with that nagging frustration. So lovely to have a reasonable (reasoned) suspicion of what’s going on. It’s just pretty useless without the right actions. Knowing something isn’t a guarantee of getting things done. Take a good look in the mirror. I tried to grab a mad bull by the horns with limp hands. Hopeless. I lacked answers, a plan or (inspiring) support. Yet I felt able to pull this off. The sincere belief in a solution lifted me up. Everything changed instantly. Insecurity and pessimism went out like a burned candle. I acknowledged my imperfection, vulnerability, impotence. I couldn’t settle this battle on my own; that was as clear as day. But it should succeed with a supportive push from something or someone. Give it a shot. You can’t emerge any worse, only wiser. Wiser about badly processed events or suppressed emotions. Wiser about dormant tensions and impurities. Wiser about the forces that can make someone resentful, bitter, unstable, hateful, unfulfilled or ignorant. That seems like a good deal to me. That’s why I, being born and bred in bottling it all up, will undergo professional counseling. Not as a last resort, but to make the coin drop in the right direction. Prevention is better than cure. Come on. Subject to what’s needed and just do it. Don’t struggle. Let it all go.

I made the final decision at my lodging. The word is out. By that, an enormous burden fell off my twenty-year-old shoulders. I had a whole life ahead of me and wanted to make the best of it. There seemed to be nothing serious going on at the surface. That eruption was a clear warning that not everything was hunky-dory. Yes, I got the point. For once, I had the whole term of human life in mind. It’s better to get rid of the mental ballast as soon as possible. Otherwise, it will stick like persistent slime. That slime prevents, clogs up and slows down. Time to cut the crap. The big cleansing was good to go, and with that, the most crucial step was taken. The ego was shattered. A sea of room to play appeared on the horizon. Bring on the human adventure. Who doesn’t dare, doesn’t win. It’s a simple choice in the end. A wise and rewarding choice. My choice. One which I can recommend to anyone.

Step into a thrilling ride that’s worthwhile and be grateful, it’s by no means self-evident.

> Click here for an overview if you’re eager for more stories <

30. Oog in oog met de waarheid

Het lontje brandde op en de bom ontplofte. Opeens was ik helemaal klaar met al het gezeik. Al schreeuwende sloeg ik uit alle macht op het tafelblad. Het achterste van onze tongen kwam eruit. De scheldkanonnade was kort maar krachtig. Allerlei haatvolle verwijten vlogen over en weer: onruststoker, egotripper, kleuter, hater, zeikerd, bal gehakt, etcetera, etcetera. Alle remmen los. Wegwezen hier, voordat deze ruzie echt uit de hand loopt. Helaas was het kwaad al geschied. De wervelstorm raasde onverminderd voort. Dikke donderwolken bedekten het stralende zonnetje. Wat binnenshuis ontstond gooide op straat alles overhoop. Timmer alles vast en zoek dekking. Zweten, zuchten, vloeken, lijden. Het ondragelijke kookpunt was bereikt. Koppie koel houden kon niet meer. Nadenken of ‘normaal’ doen evenmin. Ik had hele andere dingen aan mijn kop. Ik was overmeesterd door een ongrijpbare roes. Zo’n onstabiel kruitvat vraagt om ijzeren zenuwen en een zorgvuldige ontleding. Het liefst in een vertrouwde omgeving. De metro dus.

Met een gezicht op onweer stapte ik de overvolle metro in. Telefonisch blies ik wat stoom af. Al ijsberend vloekte en tierde ik erop los. Tegen wil en dank genoten honderden vreemdelingen mee met mijn emotionele belletjes. Elk besef van plaats en tijd vervaagde. Na een paar haltes besefte ik dat vrijwel iedereen mijn richting opkeek. Zelfs die realisatie deed niets met mijn publieke zenuwinzinking. Provocerend ging ik door. Krijg allemaal de kolere. Heerlijk. Kijk al die koppen dan. Jullie oordelen kan me gestolen worden. Pas op voor op hol geslagen beesten en verwarde personen. Bekijk ze aandachtig. Leedvermaak hoeft niet, maar mag wel. Met een manisch lachje stapte ik op een willekeurig station. Ik liep een rondje door de buurt. Graffiti, glasscherven, straatvuil, onkruid en mijn besmeurde werkkloffie maakte het troosteloze uitstapje compleet. Ik ging voorovergebogen op een aftands bankje zitten. Met mijn handen in het gezicht blies ik hard uit. Toe dan. Jank dan. De tweede golf van deze mentale tsunami spoelde me weg. Tranen biggelde over mijn wangen. Ondanks de uitbarsting was het emmertje nog lang niet leeg. Ik zat muurvast in de hermetisch afgesloten gevangenis van mijn geest.

Ik vermande me en verliet de binnenplaats. Tijdens het rondzwerven keek ik naar wolkenformaties, voorbijgangers, overvliegende vogels. Rustig aan. Langzaam maar zeker werkte de verdoving uit. De teruggekeerde helderheid reactiveerde de gedachtemolen. En even later de derde golf. Ik ging kopje onder in onbeschrijfelijke schaamte. Zelfhaat. Ongeloof vooral. Wauw. Wat een act was dat zeg. Chapeau. Ruzies, meningsverschillen of conflicten horen bij het leven. Daar ga ik niet wakker van liggen. De manier waarop echter… bizar. Zó intens, zó ongegeneerd in het openbaar. Niet te filmen. Abnormaal en zorgwekkend, ja… maar niet onverwachts. Diep van binnen wist ik dat maar al te goed. Dit incident staat niet op zichzelf. Verre van. Er speelde ‘iets’. Iets diepliggends, iets fundamenteels. Meermalen probeerde ik vat te krijgen op dat mysterieuze iets. Klaarblijkelijk zonder resultaat, jammer genoeg. Die trieste conclusie loog er niet om. De ontnuchterende, keiharde waarheid hakte erin. Kijk mij nu. Ik ben terug bij af of – erger nog – geen steek opgeschoten. Ai ai ai. Dit moet veranderen. Zie je problemen onder ogen en pak ze bij de wortel aan. Niet ergens anders, niet later. Nee. Hier, nu. Actie. Geen gepruts, smoesjes, uitstel- of afschuifgedrag meer.

Basta! Wederom knapte er iets. Genoeg is genoeg. Tot hier en niet verder met die zeurende frustratie. Leuk om een redelijk (onderbouwd) vermoeden te hebben van wat er gaande is. Zonder de juiste handelingen heb je er alleen zo weinig aan. Iets weten geeft geen garantie om de zaken voor elkaar te krijgen. Kijk nou eens goed in de spiegel. Met slappe handjes probeerde ik een dolle stier bij de hoorns te vatten. Het ontbrak me aan antwoorden, een plan of een (inspirerend) klankbord. Toch was ik strijdvaardig. Het oprechte geloof in een oplossing pepte me op. Alles veranderde onmiddellijk. De onzekerheid en moedeloosheid gingen uit als een opgebrande nachtkaars. Ik erkende mijn imperfectie, kwetsbaarheid, onmacht. Deze strijd kon ik niet op eigen houtje kon beslechten, dat was zo klaar als een klontje. Maar met een ondersteunend zetje van iets of iemand moet het wél lukken. Probeer het gewoon. Je kunt er niet slechter uitkomen, alleen maar wijzer. Wijzer over slecht verwerkte gebeurtenissen of onderdrukte emoties. Wijzer over sluimerende spanningen en onzuiverheden. Wijzer over krachten die iemand afgunstig, hatelijk, bitter, instabiel, onvervuld of onwetend kan maken. Dat lijkt me een goede deal. Daarom ga ik, geboren en getogen binnenvetter, professionele hulp inschakelen. Niet als laatste redmiddel, maar om het muntje de juiste kant op te laten vallen. Voorkomen is beter dan genezen. Kom op. Onderga het broodnodige wat wél zoden aan de dijk zet. Billen bloot en niet tegenstribbelen.

Op mijn logeeradres kwam het hoge woord eruit. Daarmee viel een enorme last van mijn twintigjarige schouders. Ik had een heel leven voor me en daar wou ik het beste van maken. Oppervlakkig gezien leek er niets ernstigs aan de hand. Die uitbarsting was een duidelijke waarschuwing dat niet alles koek en ei was. Ik nam het ter harte. Voor eens dacht ik aan de hele termijn van een mensenleven. Mentale ballast kan je beter kwijt dan rijk zijn. Anders blijft het als hardnekkig slijm vastplakken. Dat slijm verhindert, vertroebeld en vertraagt. Weg met die rotzooi. De grote schoonmaak kreeg groen licht, en daarmee was de belangrijkste stap gezet. Het ego lag aan diggelen. Een zee aan speelruimte verscheen aan de horizon, evenals het menselijk avontuur. Kom maar op. Wie niet waagt, wie niet wint. Uiteindelijk is het maar een simpele keuze. Een verstandige keuze waar je de vruchten van plukt. Mijn keuze. Een die ik iedereen kan aanbevelen.

Stap in een spannende dollemansrit die de moeite waard is en wees dankbaar, het is allerminst vanzelfsprekend.

> Klik hier voor het totaaloverzicht als dit verhaal naar meer smaakt <

29. Be afraid and stay at home

We witnessed the Arab stronghold from the fifteenth floor. A sea of stacked bricks, overcrowded streets, litter, vehicles and minarets extended till the light brown horizon. We stared in awe at a chaotic, hectic and ever-moving ant colony. Jam-packed vans, soldiers, pack-donkeys, basically each pair of legs and tires worked their way through Cairo. It all worked out with minimal traffic lights, road signs and traffic rules. Don’t ask me how, but it functions with some honking and screaming. Quite impressive, especially since all signals were flashing red. Well, according to the media. Life went on as usual, that’s what I experienced in person as an exchange student. Our Egyptian peers showed us the way on multiple occasions. This contact linked me to an Islamic culture of which I was so oblivious. A region that’s in the negative spotlight so explicitly got a personal touch. It contains more colors than the travel alerts, news reports and other official sources.

The bond between my Egyptian mate and me helped. We clicked, despite large (cultural) differences in our way of living, ways and beliefs. Clashing opinion and miscommunications didn’t create a dormant tension. Mutual respect prevailed. There wasn’t any fuss or hassle, thank goodness. Just before Morning Prayer, we went through life behind that hotel window. We jumped into a cab to roam around once he was finished. Whether we would get anywhere was questionable. I knew that communication was louder and more physical over here. But dear prophet… This was just madness. For a moment, I thought he was going to attack the driver. Only ‘Mursi’, ‘Mubarak’ and ‘America’ were recognizable amidst all the raised voices. I asked him what the fuss was all about once we arrived. “Nothing. Just some political chitchat, that’s all”. I looked at him feeling confused. He sighed and went on. “I hate politicians. It’s a corrupt, greedy mess. All means are used, they don’t care. It makes me hopeless.’ I wisely kept my mouth shut – what do I know about Egyptian politics – and let him rage on. Case ain’t closed though. Back in the hotel, the room’s pink elephant (the political instability at the time) was called out. Several Dutch folks suggested visiting Tahrir Square. Err…. The Egyptians looked uncomfortably. Ha, the brutality. Their faces hinted the idea being naive and misplaced. Yet some of them went overboard in the end. Only on one condition though: keep it short. Okay, deal. We went to the infamous rally-place with a sizable group.

The tone was set straight after arrival. A bleeding boy was carried away by a bunch of shouting men. Which was an art in itself through this dense crowd. So, this is it. This is simply a mouse-trap once (panic) shit hits the fan. Right. Let’s hang out at the edge of this massive square. Vibes were running high. Needless to say, our presence didn’t go unnoticed. Passing groups of young men dropped multiple (funnily meant) comments at us. Geez, such a warm welcome at this house-party. After snooping around for fifteen minutes, one question came to mind: what the hell am I actually doing? Outsiders have absolutely nothing to look for in certain places – like this one. Suddenly I felt like an arrogant jackass, an irritating meddler, an ignorant disaster tourist. Even for seasoned journalists, diplomats and the like, the Middle East remains elusive. Let alone for simple mortals like myself. This fancy business doesn’t make any sense. Enough is enough, time to retreat.

A TV within the hotel lobby was tuned into CNN. We suspiciously watched a (un)conscious image that was deliberately broadcasted. Rabble rousing was the tendency, the extremes formed the basis. All attention was on the most emotional and noisy troublemakers. Dramatic footages were blown up and endlessly repeated. Some scenes within a particular spot were projected as Egypt or the Arab community as a whole. Millions of people were represented in a very professional and legitimate way through flag burners, extremists, terrorists and hotheads. It looked as if anarchy had broken out, including mass lootings, outbursts of violence, and (sexual) assaults. I walked away to a nearby shisha bar in laughter, knowing it wasn’t that tragic. The hookah passed by as we received some questions. So, what did we think? Pretty fascinating stuff. Yes, there was something in the air. Yeah, some nasty things were undeniably happening. Yet this distorted image doesn’t do any justice to the everyday, the humane, the so-called ordinary. One-sided framing downgrades colorful stories into solid black-and-white frames. It’s basically a cunning sort of mis- and disinformation. It’s something to be constantly aware of, wherever and whenever. No source possesses the ultimate truth, especially when it dares to claim it. Now, this is the real power of various perspectives.

What I experienced was a ‘strange’ yet very familiar environment. It’s a place packed with people who strive for happiness. People who simply make the best of it, people who are going to work or visiting loved ones. Just like you and me do. They offered me sincere interest, hospitality, contact. The content of the exchange project was of secondary importance. For me, the main draw was the corresponding dynamic between different cultures and personalities. Daily life has something universal, essential, connecting. I shared my thoughts with the group. As usual, they didn’t get out of my mouth fluently. They nodded in agreement nonetheless. The confirmed recognition reassured me. It’s so important to look beyond (the horizon), especially in the age of abundant (non)-information. It’s the cure against delusion, the pillar of thoughtfulness, a stimulus for progress. Reap the rewards of predigested fruits, take in those enriched nutrients. Or just be hateful and judgmental. To each their own. That’s life.

Give me the diversity of life, with that I disarm the (ir)rational fears which try to dominate me.

> Click here for an overview if you’re eager for more stories <

29. Wees bang en blijf thuis

Vanaf de vijftiende verdieping keken we uit over het Arabische bolwerk. Tot aan de lichtbruine horizon was een zee van opeengestapelde bakstenen, overvolle straten, straatafval, blik en minaretten. Geboeid staarden we naar een chaotische, hectische en altijd bewegende mierenhoop. Overvolle busjes, soldaten, pakezels, elk paar banden en benen baanden zich een weg door Cairo. Met minimale stoplichten, wegtekens en verkeersregels vond alles vanzelf zijn weg. Vraag niet hoe, maar met toetertaal en gegil lukt het. Best knap als alle seinen op rood knipperen. Althans, volgens de media dan. Het leven ging als vanouds door, dat maakte ik als uitwisselingsstudent in levende lijve mee. Onze Egyptische medestudenten namen ons meermalen op sleeptouw. Het contact zorgde voor een Islamitisch ezelsbruggetje naar een cultuur waarvan ik geen kaas had gegeten. Een regio die zo nadrukkelijk in de negatieve schijnwerpers staat kreeg een persoonlijk tintje. En die bevat meer kleuren dan de reisadviezen, nieuwsrapportages en andere officiële kanalen.

De band die ik met mijn Egyptische gabber kreeg hielp daarbij. Ondanks grote (cultuur)verschillen in onze levenswijze, omgangsvormen en overtuigingen klikten we. Door het wederzijdse respect leverde meningsverschillen en miscommunicaties geen sluimerende spanning op. Godzijdank geen moeilijk gedoe dus. Voor het ochtendgebed namen we het leven door vanachter dat hotelraam. Nadat hij klaar was sprongen we in een taxi om lekker rond te zwerven. Of we ergens zouden aankomen betwijfelde ik. Ik wist dat de communicatie hier wat luidruchtiger en lichamelijker van aard is. Maar mijn profeet, wat een luid gebral zeg. Even dacht ik dat hij de chauffeur te lijf zou gaan. Tussen alle stemverheffingen door waren alleen ‘Mursi’, ‘Mubarak’ en ‘Amerika’ herkenbaar. Na de rit vroeg ik hem waar de ophef over ging. ‘Niets bijzonders, gewoon wat politiek gebabbel’. Ik keek hem vertwijfeld aan. Hij zuchtte en ging los. ‘Ik haat politici. Het is een corrupt zooitje vol zakkenvullers. Ze gaan over lijken, het kan ze niets schelen. Om moedeloos van te worden.’ Wijselijk hield ik mijn mond – want wat weet ik nou van Egyptische politiek – en liet hem uitrazen. Daarmee was de kous nog niet af. Terug in het hotel werd de roze olifant in de kamer benoemd, namelijk de politieke instabiliteit van destijds. Een aantal Nederlanders stelde voor om het Tahrirplein te bezoeken. Eh… de Egyptenaren keken er ongemakkelijk bij. Ha, de brutaliteit. Hun gezichten straalden af dat ze het maar een misplaats en naïef idee vonden. Toch ging een aantal van hen overstag. Wel op een voorwaarde: hou het kort. Oké, deal. Met een vrij grote groep vertrokken we naar de beruchte demonstratieplek. 

Vlak na aankomst werd de toon gezet. Een bebloede jongen werd door een zooi schreeuwende mannen afgevoerd. Door die overbevolkte mensenmassa was dat een kunst op zich. Dus, dit is hét dan. Je zit hier als een rat in de val als de paniekerige pleuris. Lekker dan. Laten we maar aan de rand van dit enorme plein hangen. De sfeer zat er goed in, het Malieveld is kinderspel. Natuurlijk bleef onze aanwezigheid niet onopgemerkt. Passerende groepjes jongemannen slingerden leuk bedoelde opmerkingen onze kant op. Goh, en bedankt. Wat een hartelijk ontvangst op dit feestje. Na een kwartiertje rondneuzen kwam een prangende vraag in me op: waar ben ik nou in godsnaam mee bezig? Op sommige plekken – zoals deze – hebben buitenstaanders helemaal niets te zoeken. Opeens voelde ik me een arrogante oen, een onwetende bemoeial, een irritante ramptoerist. Zelfs voor doorgewinterde journalisten, diplomaten en dergelijke lui heeft het Midden-Oosten iets ongrijpbaars. Laat staan voor simpele stervelingen zoals ik. Deze interessant doenderij slaat nergens op. Genoeg is genoeg, wegwezen hier.

In de hotellobby stond een tv afgestemd op het CNN. Met argusogen bekeken we een (on)bewuste beeldvorming die weloverwogen werd uitgezonden. Stemmingsmakerij was de tendens, de extremen het uitgangspunt. De meest emotionele en luidruchtige onrustzaaiers kregen alle aandacht. Dramatische beelden werden tot vervelends toe herhaald en opgeblazen. Een aantal gebeurtenissen op een zeer specifieke plek werden geprojecteerd als dé Arabische gemeenschap, als hét Egypte. Miljoenen mensen werden op zeer professionele en rechtmatige wijze vertegenwoordigd door middel van vlaggenbranders, extremisten, terroristen en heethoofden. Het leek alsof de anarchie was uitgebroken, inclusief massaplunderingen, geweldsuitbarstingen en aanrandingen. Lachend liep ik naar een nabijgelegen shisha bar, wetende dat het niet zó dramatisch was. De waterpijp ging rond tijdens het vragenrondje. Dus, wat vonden we ervan? Best boeiend. Ja, er broeide iets. Ja, er gebeurden dingen die niet door de beugel kunnen. Dat viel niet te ontkennen. Maar zo’n vervormd beeld doet geen recht aan het alledaagse, het menselijke, het zogenaamd gewone. Eenzijdige beeldvorming verarmt kleurrijke verhalen in een vaststaand zwart-wit fragment. Eigenlijk een listige vorm van mis- en desinformatie dus. Het is iets om altijd bewust van te zijn, waar en wanneer dan ook. Geen enkele bron heeft de ultieme waarheid in pacht, en al helemaal niet als ze die durven te claimen. Dit is de ware kracht van verschillende perspectieven.

Wat ik meemaakte was een ‘vreemde’ en toch heel herkenbare omgeving. Het is een plek vol mensen die geluk nastreven. Mensen die er simpelweg het beste van maken, mensen die naar hun werk gaan of geliefden bezoeken. Net zoals jij en ik dus. Ze boden me oprechte interesse, gastvrijheid, connectie. De inhoud van het internationale uitwisselingsproject was slechts een bijzaak. Het ging mij vooral om de bijbehorende dynamiek tussen verschillende culturen en persoonlijkheden. Het dagelijks leven heeft iets universeels, essentieels, gemeenschappelijks. Ik deelde mijn gedachtenspinsels met de groep. Zoals zo vaak kwamen ze niet vloeiend uit mijn mond. Desalniettemin knikten ze instemmend. De bevestigde herkenning stelde me gerust. Juist in het overvloedige (non)-informatietijdperk is het zo belangrijk om verder te kijken dan je neus lang is. Het is een medicijn tegen de waan, de steunpilaar voor het doordachte, een stimulans voor de vooruitgang. Pluk de niet voorgekauwde vruchten, haal profijt uit de voedingsstoffen. Of wees gewoon haatdragend en oordelend. Ieder zo zijn keuzes toch. Dat is het leven.  

Geef me de diversiteit van het leven, daarmee ontwapen ik de (ir)rationele angsten die mij proberen te domineren.

> Klik hier voor het totaaloverzicht als dit verhaal naar meer smaakt <

28. The wild backyard

I packed my backpack at an agonizingly slow pace. I was a bit later as usual, but hey. So be it, haste makes waste after all. As usual, I had the remote hiker’s hut to myself. Add a snowy mountain landscape to top off the joy. Easy goes, easy does it. So I took my time for brekky at the lakeside. Suddenly a dinghy emerged at the horizon. The unexpected visitor went straight at me. Patiently I awaited his arrival. The driver warmly greeted me once we made contact. He made a good impression on me, despite his skinny, ragged and bewildered appearance. After some chitchat, he invited me to join him. Uhh…. The stranger almost resembled a serial killer on the run. Yet my intuition gave the green light. No worries, let’s do this! My trust got paid off by a private boat trip throughout the unspoiled Southern Alps. His whereabouts stood out after the ride. It turned out to be an old, run-down and appropriated cabin. Damn, what a shack. Only the boat, chainsaw, generator, satellite phone and hunting rifle were good to go. The supplies of food and petrol were taken care of as well. All the rest was both improvised and worn out. Just as expected. I wondered how he got everything in this godforsaken area. But most of all, I was curious about what drives him to live so isolatedly. And how he manages to keep this up for years on end. 

Daily life is hard, time-consuming and laborious without infrastructure and facilities. ‘Self-evident’ matters such as staying warm become a daily chore. Not only by keeping the fire going, but also by collecting enough firewood (he visited the hiker’s hut to take some ‘free’ goodies). This is clearly a hard life to live. There’s nothing and nobody. Luckily he isn’t totally on his own. Once in a while, a helicopter flies over. Supplies were delivered on that very day. The aerial hunt was also opened from up there. The pilot and gunman clearly practiced this air show numerous times. Just two spectators watched it in awe. Wow, three deer carcasses under a flying gunner’s post. Come and see, come and see! The bounty was capture, but the job wasn’t finished. One of the blood-spattering animals kicked around wildly after touchdown. A point-blank head-shot put him out of his misery instantly. I stood there and watched. Some splattered brains. Far out, bloody great. Such a grim sight in comparison to the games I used to play. After that head-buster, they went back to civilization to sell the meat for cold cash. The unemployed bums got nothing. No problem. Fresh fish from the lake will do. We had a great catch. My appetite had survived the disgusting scene, you have to eat something after all.

I offered him a listening ear once our feeding frenzy was over. He eagerly made use of it. That he was fed up with society was plain as day. He’d already made some striking remarks in passing. Now I had to digest supper and his (philosophical) thoughts at once. For hours on end, it was all about the outside world – especially what’s wrong about it. I felt an essential chapter of the story was missing: the man himself. No word was mentioned about his own actions and process. How peculiar. No one simply changes course so radically so instantly. So what’s the story? Which (series of) events were crucial? Has he ever been severely deceived or rejected? Has he lost loved ones? Suppressed specific life experiences? For several times, I tried to (in)directly uncover some background information. Nope. Access denied. The dirty linen wasn’t washed in public. So a – rather smelly – aura of mystery remained around him.

Living alone amid nature is a romanticized boy’s book. Pure yet brutal. You really have to want it, be able to do it. His persistence, improvisational abilities and quest for simplicity are admirable. Mad respect for that. Yet the situation was nonetheless quite ironic. There was no passion, no conviction, no outspoken satisfaction. It was a pretty nihilistic sum without an outcome if you listened well. It seemed like he didn’t support his choice anymore. I struggled with self-conflict, procrastination and escapism for years, and I believe I recognized them in him. Maybe he’d realize that ‘this’ wasn’t ‘it’ while there was no turning back anymore. Simply too alienated, too feral, too ‘far out.’ To remain dependent on the despised society is an uncomfortable given. Even minimal interaction and resources don’t lead to a real exit. Only the most isolated aborigines or survivor experts manage, they are the gatekeepers. He remains a user of the almighty Dollar, modern technology and outside support. It’s using without making, taking without contribution, complaining without providing solutions. Oh well. To each his own, he doesn’t hurt anyone. Yet the message was crystal clear: this goes too far for me. This feels like a phony-independence that’s a few impractical steps back. A leaking roof was the straw that broke the camel’s back. I had to keep pouring to stay dry. Draught, cold, biting sandflies, stench, itch. A caveman would barely be more uncomfortable. All right, all right. I prefer modernity and its self-inflicted concerns on second thought. I zipped my (underpaid, Chinese sweatshop made) sleeping bag with that conclusion. Tomorrow comes another day to pass. Not within the ‘normal’ socio-economic jungle as usually, but in nature’s dictatorship. Pick your choice and make the best of it, you’ve gotta do something.

Wherever you are, there is no escaping of certain aspects of human life. 

> Click here for an overview if you’re eager for more stories <

28. De wildernis als achtertuin

Met een slakkengang pakte ik mijn backpack in. Ik was laat voor mijn doen, maar ach. Het zij zo, overhaastige spoed is immers zelden goed. Zoals wel vaker had ik de afgelegen trekkershut voor mezelf. Voeg daar een besneeuwd berglandschap aan toe en het genot is compleet. Rustig aan dus. Ik nam de tijd voor een ontbijtje aan een meer. Opeens doemde aan de horizon een rubberbootje op. Het verrassingsbezoek kwam recht op me af. Ik wachtte hem geduldig op. Eenmaal aangekomen begroette de bestuurder me hartelijk. Ondanks zijn onverzorgde uiterlijk, tengere lichaam en totaal versleten kleding maakte hij een frisse indruk op me. Na wat gebabbel werd ik uitgenodigd om met hem mee te gaan. Hmmm…. De wildvreemde had wat weg van een ondergedoken seriemoordenaar. Toch gaf het onderbuikgevoel groen licht. No worries, let’s go. Mijn vertrouwen werd uitbetaald met een privé boottocht door de ongerepte Zuidelijke Alpen. Na de rit viel vooral zijn onderdak op. Het bleek een oude, afgestoten en toegeëigende wandelhut te zijn. Mijn god, wat een krot. Enkel de boot, kettingzaag, generator, satelliettelefoon en jachtgeweer waren tiptop in orde. Ook de voorraden voedsel en benzine lagen er verzorgd bij. Voor de rest was alles geïmproviseerd en uitgeleefd. Precies zoals ik verwachtte dus. Ik vroeg me af hoe hij alles in dit godvergeten gebied heeft gekregen. Maar ik was vooral benieuwd naar wat hem drijft om zo geïsoleerd te leven. En hoe het hem lukt om dit jarenlang vol te houden.

Zonder infrastructuur en voorzieningen is het dagelijks leven zwaar, tijdrovend en omslachtig. Iets ‘vanzelfsprekends’ zoals warm blijven wordt een dagtaak. Niet alleen door het vuur gaande te houden, maar bovenal om genoeg brandhout te verzamelen (hij kwam bij de trekkershut polshoogte nemen voor ‘gratis’ hout). Dat dit een keihard bestaan is staat buiten kijf. Er is helemaal niets en niemand. Gelukkig staat hij er niet helemaal moederziels alleen voor. Eens in de zoveel tijd vliegt er een helikopter over. Uitgerekend die dag werden wat voorraden geleverd. Tevens werd van bovenaf de jacht geopend. De piloot en schutter hebben dit overduidelijk vaker gedaan. Slechts twee toeschouwers zagen een spectaculaire luchtshow. Drie hertenkadavers onder een vliegende schutterspost, wauw. Kom dat zien, kom dat zien! De buit was binnen, maar de klus nog niet geklaard. Na de landing trapte een van de bloed sputterende dieren wild om zich heen. Door middel van een hoofdschot werd hij uit zijn lijden verlost. Ik stond erbij en keek ernaar. Lekker, zo’n een uiteengespatte hersenpan. Dit is godnondeju een stuk minder gelikt als in de spelletjes die ik speelde. Na die koppenknaller vertrokken ze richting de bewoonde wereld om het vlees te verpatsen. De werkloze armoedzaaiers kregen niets. Geen probleem. Het meer zit vol verse vis. Onze vangst was prima te nassen. Mijn trek had het ranzige tafereel doorstaan, je moet toch iets eten.

Na de schranspartij bood ik hem een luisterend oor aan. Daar maakte hij dankbaar gebruik van. Dat hij helemaal klaar was met de maatschappij was zo klaar als een klontje. Tussen neus en lippen door had hij al wat scherpzinnige opmerkingen gemaakt. Tijdens het uitbuiken verteerde ik naast de avondmaal ook zijn (filosofische) gedachtegoed. Urenlang ging het alleen maar over de buitenwereld – en dan vooral over wat er allemaal mis mee is. Naar mijn idee ontbrak een essentieel hoofdstuk van het verhaal: zichzelf. Over zijn acties en proces werd geen woord gerept. Heel apart. Niemand gooit zomaar het roer radicaal om. Wat is nou het verhaal? Welke (reeks van) gebeurtenissen gaven de doorslag? Is hij ooit ernstig bedrogen of verstoten? Heeft hij dierbaren verloren? Bepaalde levenservaringen verdrongen? Meermalen probeerde ik (in)direct wat achtergrondinformatie los te weken. Nee. Toegang geweigerd. De vuile was werd niet buiten opgehangen. En daarmee bleef naast een vies luchtje ook een mysterieuze aura om hem hangen.

Alleen middenin de natuur leven is een geromantiseerd jongensboek. Puur maar genadeloos. Je moet het echt willen en kunnen. Zijn volharding, improvisatievermogen en zucht naar simpliciteit zijn bewonderingswaardig. Petje af hoor. Toch was het een ironische situatie. Er was geen passie, geen overtuiging, geen uitgesproken voldoening. Als je goed luisterde was het vrij nihilistische optelsom zonder uitkomst. Het leek alsof hij niet meer helemaal achter zijn keuze stond. Jarenlang worstelde ik met zelfconflict, afschuif- en vluchtgedrag, en dat meende ik in hem te herkennen. Misschien was hij tot inkeer gekomen dat dit ‘het’ niet was terwijl hij geen kant meer op kon. Simpelweg te vervreemd, te verwilderd, te ‘ver’ gegaan. Onderaan de streep afhankelijk blijven van de zo verguisde maatschappij is dan een ongemakkelijk gegeven. Zelfs met minimale interactie en middelen is er geen ontkomen aan. Dat lukt alleen de meest geïsoleerde inboorlingen of survivalexperts, verder helemaal niemand. Hij blijft een gebruiker van de almachtige Dollar, moderne technologie en hulp van buitenaf. Het is gebruiken zonder leveren, nemen zonder bijdragen, afgeven zonder oplossen. Maargoed. Ieder zo zijn ding, hij doet verder niemand kwaad. De boodschap was echter kraakhelder: dit gaat mij te ver. Dit voelt als een schijn-onafhankelijk die een aantal onpraktische stappen terug is. De spreekwoordelijke druppel viel door het lekkende dak. Ik moest continue hozen om droog te blijven. Tocht, kou, bijtende zandvliegen, stank, jeuk. Holbewoners lagen er niet veel oncomfortabeler bij. Oké. Bij nader inzien kies ik toch liever voor de ‘moderniteit’ en diens zelfopgelegde sores. Met die conclusie kroop ik in mijn (door onderbetaalde Chinezen) gemaakte slaapzak. Morgen weer een dag om door te komen. Ditmaal niet in het ‘normale’ sociaal-maatschappelijke oerwoud, maar in de dictatuur der natuur. Kies wat en maak er het beste van, je moet toch wat.

Waar je ook bent, er is geen ontkomen aan bepaalde aspecten van het mensenleven.

> Klik hier voor het totaaloverzicht als dit verhaal naar meer smaakt <